Politie stelt regels op tegen etnisch profileren

Politie Agenten mogen mensen niet meer controleren alleen op basis van huidskleur. Er moet een „objectieve rechtvaardiging” voor zijn.

Een verkeerscontrole door de politie. Foto Jeroen Jumelet/ANP

De politie heeft voor het eerst expliciete instructies opgesteld om te voorkomen dat agenten etnisch profileren bij controles. De nieuwe gedragsregels staan in een zogenoemd ‘handelingskader’, dat maandagavond in een rapport van de burgerrechtenorganisatie Controle Alt Delete (CAD) in de Melkweg in Amsterdam is gepresenteerd.

In het handelingskader staat dat bij proactieve controles, die de politie uitvoert zonder constatering van een overtreding of strafbaar feit, voortaan alleen nog onderscheid gemaakt mag worden op grond van huidskleur, afkomst of religie als daarvoor een „objectieve rechtvaardiging” bestaat. Daaronder verstaat de politie bijvoorbeeld een dadersignalement. Een persoon controleren omdat diegene tot een groep behoort die in misdaadstatistieken oververtegenwoordigd is, of omdat diegene „niet thuishoort” in een buurt, mag niet meer.

Het document instrueert agenten ook nadrukkelijk om optreden niet te baseren op onderbuikgevoelens. „Stel je oordeel nog even uit en onderzoek de feiten en omstandigheden in de situatie. [...] Overleg met je collega. Zo voorkom je tunnelvisie.” Daarmee lijkt de politie een flinke draai in beleid te maken. Uit intranetgesprekken van de politie, die vorig jaar in handen van NRC belandden, bleek dat veel agenten overtuigd zijn dat het bij het politiewerk hoort om mensen op basis van onderbuikgevoelens staande te kunnen houden.

„Etnisch profileren mocht al niet”, zegt Peter Slort, portefeuillehouder diversiteit bij de politie. „Maar agenten vroegen zich door alle discussies over etnisch profileren wel af: wat mag dan wel? Nu hebben we helder opgeschreven wat we wel en wat we niet oké vinden.”

Het handelingskader is in samenwerking met Amnesty International en CAD opgesteld. Jair Schalkwijk van CAD, is „superenthousiast” over het nieuwe beleid. „De huidige discussie over etnisch profileren speelt al zo’n vijf jaar. Nu staat de nieuwe definitie van etnische profilering en de uitwerking en toepassing daarvan echt op papier als beleid.”

Afwijkende definitie

De nieuwe definitie komt van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI), een instelling van de Raad van Europa. De Nederlandse politie hanteerde tot nu een andere bepaling, die stelde dat er alleen sprake was van etnische profilering als iemand enkel en alleen op grond van huidskleur werd aangehouden. „De politie had als enige grote organisatie een definitie die afweek van die van de ECRI”, zegt Schalkwijk.

De politie heeft het beleid in november goedgekeurd, wat betekent dat de nieuwe instructies al voor alle 65.000 politiemedewerkers gelden. Begin volgend jaar zijn de gedragsregels onderdeel van een pilot met tien politieteams – circa 1.500 man. De pilot is een proef met een politieapp, waarmee agenten voortaan moeten vastleggen en kunnen controleren wie waarom is aangehouden. Slort: „De pilot moet agenten ervan bewust maken waarom ze iemand controleren. Als je ziet dat iemand al vaker is gecontroleerd, maar altijd zonder resultaat, waarom zou je dat dan opnieuw doen? Omdat diegene daadwerkelijk afwijkend gedrag vertoonde of bijvoorbeeld alleen maar vanwege zijn donkere huidskleur?”

Voor Schalkwijk is nu belangrijk hoe de politie het handelingskader in de praktijk gaat brengen. „Ik verwacht wel dat de politie transparant is en aan Nederland laat zien hoe agenten worden opgeleid om etnisch profileren tegen te gaan.” Volgens Slort is de politie daar al mee bezig. „Het is niet alsof we op nul beginnen. Bewust etnisch profileren is discriminatie. Voor discriminatie zijn het afgelopen jaar disciplinaire straffen uitgedeeld..” De instructies zijn verplicht, al ziet Slort het nieuwe beleid eerder als een „handleiding voor professioneel optreden”. „En ik ga er vanuit dat onze mensen hun werk op een professionele manier willen doen. Zodat we niet alleen etnisch profileren voorkomen, maar ook beter uitleggen waarom mensen gecontroleerd worden, waardoor burgers ook minder het gevoel hebben dat dit gebeurt.”

    • Sam de Voogt