'Een dubbele gerechtelijke dwaling in de Puttense moordzaak'

Dwaling justitie Opnieuw is een onschuldige man veroordeeld voor een veelbesproken moord, stelt emeritus hoogleraar filosofie Ton Derksen.

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries bij het huis waar in 1994 Christel Ambrosius dood werd gevonden. Mede door diens programma werd duidelijk dat er twee onschuldigen voor veroordeeld waren. Foto Marcel Antonisse/ANP

Als Ton Derksen had geweten dat er naast de veroordeling voor de Puttense moordzaak nog een moord op het strafblad van Ron P. stond, had hij het lijvige dossier over ‘Putten’ nooit onderzocht. Hoe groot is de kans nou eenmaal dat iemand twee keer ten onrechte wordt veroordeeld voor moord, vraagt hij retorisch. „Ook ik ben op zo’n moment geneigd te zeggen: dat kan geen toeval zijn”, zegt de man die aantoonde dat verpleegkundige Lucia de Berk ten onrechte werd veroordeeld.

Derksen wilde dan ook stoppen met zijn onderzoek toen hij na drie maanden onderzoek hoorde over die tweede veroordeling. Ruud van Boom, de advocaat van Ron P., moest al zijn overredingskracht inzetten om Derksen ervan te overtuigen dat ook die tweede veroordeling voor moord alles in zich heeft van een gerechtelijke dwaling.

Dat lukte, mede omdat Derksen in de eerste maanden van zijn onderzoek al heel veel twijfel had over de veroordeling van Ron P. voor de moord op Christel Ambrosius, die in 1994 werd gevonden in de woning van haar oma. Uiteindelijk besloot hij beide moordzaken te onderzoeken.

Het boek waarin Derksen daarvan verslag doet, heet niet toevallig Dubbel gedwaald. Die titel slaat op de twee veroordelingen van Ron P., die volgens Derksen allebei als gerechtelijke dwaling moeten worden gekwalificeerd. De titel slaat ook op de Puttense moordzaak, een van de meest besproken zaken uit de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht. Na de eerdere veroordeling van twee onschuldige mannen is volgens Derksen nu opnieuw een onschuldige man veroordeeld. Een dubbele dwaling dus.

Lees ook: DNA-bewijs heeft valkuilen

Lucia de Berk

Ton Derksen, emeritus hoogleraar filosofie, maakte in het strafrecht naam met de ontleding van de gerechtelijke uitspraken in de zaak van Lucia de Berk. Haar zaak is mede door de inzet van Derksen herzien en uiteindelijk is ze in 2010 vrijgesproken nadat ze eerst was veroordeeld tot levenslang voor zeven moorden.

In 2016 publiceerde Derksen het boek Onschuldig vast, dat gaat over de vraag hoeveel mensen net als Lucia de Berk onterecht worden veroordeeld. Derksen schat dat mogelijk meer dan duizend mensen datzelfde lot is beschoren. Volgens Derksen is het niet gek dat er in het strafrecht fouten worden gemaakt. Hij is vooral kritisch op de manier waarop er met herzieningsverzoeken wordt omgegaan. „Als je weet dat er fouten worden gemaakt, moet je die ook durven toegeven.” Daar ontbreekt het vaak aan, aldus Derksen. „Vooral bij het Openbaar Ministerie merk ik dat ze moeite hebben om toe te geven dat ze fouten maken.”

Zijn systeemkritiek op de rechtspraak sluit aan bij het wereldwijde Innocence Project, voor onterecht veroordeelden. In Nederland wordt dat project getrokken door het advocatenechtpaar Carry Knoops-Hamburger en Geert-Jan Knoops. Knoops omschrijft Derksen als een onafhankelijke geest die opvalt omdat hij strafzaken niet juridisch benadert. „Juristen worden in Nederland opgevoed met gezag voor het strafdossier. Daarin is vaak weinig ruimte voor alternatieve scenario’s”, aldus Knoops.

Het Openbaar Ministerie, verantwoordelijk voor de inhoud van het dossier, redeneert volgens Knoops onvermijdelijk toe naar de schuld van de verdachte. „Ton Derksen is vooral goed in het toetsen van de logica achter de redenering op grond waarvan verdachten worden veroordeeld. Hij laat zien hoe je op basis van dezelfde feiten tot andere conclusies kunt komen.”

Lees ook: Gerechtelijke dwalingen in Nederland; ze komen vaker voor dan je denkt

Denkfouten

Met Dubbel gedwaald, dat deze dinsdag in de boekhandel ligt, voegt Derksen zelf een hoofdstuk toe aan de Puttense moordzaak. Met alle emotionele gevolgen van dien voor de nabestaanden. De twee verdachten die in eerste instantie werden veroordeeld voor de moord op Christel Ambrosius, zijn na een lange herzieningszaak in 2002 vrijgesproken. Derksen merkt nadrukkelijk op dat hij niet twijfelt aan hun onschuld.

Ron P. is in 2008 aangehouden voor de Puttense moordzaak. Na een eerste veroordeling door de rechtbank tot 15 jaar cel in 2009 is hij door het hof in Arnhem in 2011 tot 18 jaar celstraf veroordeeld voor verkrachting en moord.

Volgens Derksen lijkt het arrest van het hof op het eerste gezicht goed doordacht en gemotiveerd. Dat er dan toch sprake is van een gerechtelijke dwaling heeft, zo meent hij, te maken met een aantal klassieke denkfouten die alle mensen dagelijks maken.

Derksen betrapte zichzelf ook op zo’n fout toen hij hoorde over de tweede veroordeling van Ron P. „Ik dacht: dat kan geen toeval zijn. Op zo’n moment val je terug op cognitieve instincten die ons in het dagelijks leven helpen bij het nemen van beslissingen”, aldus Derksen. „Daarbij is niet van belang of iets waar is, maar of het past in onze beleving van gebeurtenissen. In het dagelijks leven werkt dat prima, maar die redeneertrant is problematisch bij complexe strafzaken waarbij heel kleine details vaak grote gevolgen kunnen hebben.”

Lichaamsvocht

Om die fouten te voorkomen, zouden magistraten volgens Derksen op zoek moeten gaan naar wat hij ‘discriminerend’ bewijsmateriaal noemt. „Dat is bewijs dat past bij een scenario van de gebeurtenissen, maar niet bij een ander scenario. Bewijs waarmee je iets kunt uitsluiten dus. Of bewijs waarmee, in heel ingewikkelde zaken, een scenario aannemelijker wordt ten koste van een ander scenario.”

Om de denktrant van Derksen te illustreren, is het nodig om dieper in te gaan op een aantal details over de Puttense moordzaak. Het lichaam van slachtoffer Christel Ambrosius is op zondag 9 januari 1994 gevonden in de woning van haar oma in Putten. Op haar lichaam is cruciaal bewijsmateriaal gevonden. Het gaat om een vlek half ingedroogd lichaamsvocht op haar dijbeen met de omvang van een munt van twee euro.

DNA-analyse heeft uitgewezen dat daarin zaadcellen zitten van Ron P., vaginaal vocht van Christel en DNA-materiaal van een onbekende derde dat vrijwel zeker niet afkomstig is uit sperma. Ook elders op haar lichaam is DNA gevonden dat vrijwel zeker van deze persoon afkomstig is. Het gaat om twee haren die op de hals en de trui van het slachtoffer zijn gevonden.

De vondst van zaadcellen van Ron P. is in het dossier aangemerkt als belastend bewijsmateriaal. En dat is volgens Derksen op zich niet onlogisch: „Het is bewijs dat Ron seks heeft gehad met Christel en dat past bij het vermoeden dat zij is verkracht en vermoord.”

Er is echter een probleem met deze redenering, stelt Derksen. Na een spermalozing scheiden zaadcellen en zaadvocht zich van elkaar. Vrijwel direct na de spermalozing loopt bijna al dit zaadvocht het lichaam uit. Als Ron op zondag Christel heeft verkracht en vermoord, zou er op het lichaam van Christel of op de plaats van het delict ook zaadvocht van Ron moeten zijn gevonden, stelt Derksen. „En dat is niet het geval. Het hof heeft dit bij de veroordeling weggeredeneerd met de stelling dat er ten tijde van de moord wel geen goed onderzoek zal zijn gedaan naar het zaadvocht.”

Maar dat is een stelling waarvoor volgens Derksen geen ondersteuning kan worden gevonden in het dossier. „Integendeel. In het dossier zitten tal van aanwijzingen dat er goed gezocht is naar zaadvocht, maar dat het niet gevonden is. En los daarvan: het feit dat er geen zaadvocht is gevonden, kan nooit leiden tot de conclusie dat het er wel moet zijn geweest.”

Dat is een redenering die Derksen immuniseren noemt. „Met deze redenering heeft het hof altijd gelijk, of er nou wel of geen zaadvocht is gevonden. Het is als een weerbericht dat altijd uitkomt: het kan morgen droog blijven, maar het kan ook regenen.”

Lees ook dit commentaar: Toetsing aantal onschuldig veroordeelden is hard nodig

Dubbele moord

Na bestudering van de feiten in het dossier concludeert Derksen dat het aangetroffen DNA-materiaal op het dijbeen van het slachtoffer beter past bij het verhaal dat Ron P. heeft verteld over de gebeurtenissen. Volgens Ron heeft hij gedurende een aantal maanden een seksuele relatie gehad met Christel waarvan niemand op de hoogte was. Dat is opvallend, erkent ook Derksen, maar het past wel in het beeld in het dossier over het seksuele leven van het slachtoffer. Hij wijst op het feit dat getuigen hierover pas 14 jaar na het delict zijn gehoord.

Het verhaal van Ron P. dat hij de avond voor haar dood seks met Christel heeft gehad, past gezien de vondst van zaadcellen en de afwezigheid van zaadvocht precies bij het gevonden bewijsmateriaal en bij een aantal andere cruciale details”, stelt Derksen.

En toch wordt Ron P. niet geloofd. Derksen vermoedt dat dat mede te maken heeft met het feit dat hij op het moment van de eerste veroordeling voor de moord op Christel Ambrosius ook verdacht werd in een andere zaak, de moord op Anneke van der Stap, in juli 2005. Al snel na zijn aanhouding voor de Puttense moordzaak in 2008, wordt Ron P. ook gekoppeld aan de moord op Anneke.

Hoewel ook dit dossier volgens Derksen een aantal belastende elementen voor Ron P. bevat, is ook hier sprake van een dwaling. „Je ziet dat die twee zaken elkaar versterken”, aldus Derksen. „Op het moment dat Ron wordt aangehouden in de Puttense moordzaak, komt al snel de verdenking in de zaak Van der Stap naar boven. Er is op dat moment geen sluitend bewijs en toch gaan die verdenkingen elkaar versterken. Ik denk dat de rechters in de Puttense zaak zich mede hebben laten leiden door de verdenking in de andere zaak en vice versa. Het is namelijk heel menselijk om te denken dat het geen toeval kan zijn dat iemand van twee afzonderlijke moordzaken wordt verdacht. Heel menselijk, maar ook misleidend. Daar is Ron P. het slachtoffer van geworden.”

Ton Derksen: Dubbel gedwaald: Putten II en de Rijswijkse moordzaak. De Vrije Uitgevers, 160 blz. €29,95.
    • Jan Meeus