Opinie

    • Arjen Fortuin

Deze Nederlandse oorlogsmisdaad mocht niet op televisie

Zap Een reportage over een gezonken schip met Duitse burgers werd 53 jaar onder de pet gehouden. De documentaire ‘De ondergang van de Van Imhoff’ zet dat recht.

De ondergang van de Van Imhoff (BNNVARA)

Een filmblik met opschrift ‘Imhoff’ lag jarenlang op een kast in het VARA-gebouw aan de Heuvellaan in Hilversum. Erin zat een item dat in 1964 was gemaakt door journalist Dick Verkijk voor de actualiteitenrubriek Achter het nieuws, maar de leiding van de VARA verbood uitzending. Het verhaal was te beschamend voor Nederland.

Dit zat er in de doofpot: in januari 1942, toen de Japanse aanval op Nederlands-Indië in volle gang was, werd het stoomschip de Van Imhoff bij Sumatra door bommen geraakt. Kapitein Hoeksema en zijn bemanningsleden verlieten het zinkende schip. Maar zij waren niet de enigen aan boord: gevangen in het ruim zaten honderden aan het begin van de oorlog geïnterneerde Duitsers. Zij werden aan hun lot overgelaten. Meer dan vierhonderd van hen verdronken, 65 overleefden het. Een oorlogsmisdaad.

De gedachte aan eigen oorlogsmisdaden was twintig jaar na dato in Nederland dus zo bedreigend dat er niet over de Van Imhoff mocht worden bericht: verslaggever Verkijk werd op een zijspoor gemanoeuvreerd. Hij is een van de hoofdpersonen in de driedelige documentaire De ondergang van de Van Imhoff (BNNVARA), waarvan het eerste deel zondag werd uitgezonden. De andere twee zijn de jonge Oostenrijker Thomas Heindl, achterkleinzoon van een Duitse arts die het niet overleefde, en Anouk Hoeksema, kleindochter van de kapitein.

Heidl en Hoeksema gaan elk vanuit hun eigen achtergrond op zoek naar de waarheid. Heidl bevraagt zijn grootmoeder en bezoekt archieven waar getuigenissen bewaard blijken. Hij ontdekt verschrikkelijke verhalen over de paniek bij de gevangenen, over zelfmoord, over haaien, over hoe er geschoten werd op Duitsers die de sloepen van de Nederlanders probeerden te bereiken. Pijnlijk detail: op de Van Imhoff zaten Duitsers die uitsluitend wegens hun nationaliteit geïnterneerd waren. Degenen die van nazi-sympathieën werden verdacht, waren al eerder naar Brits-Indië gebracht.

Het verhaal van de kapiteinskleindochter

Het verhaal van kapiteinskleindochter Anouk Hoeksema staat symbool voor hoe Nederland met de ramp omging. Ze wist namelijk van niets. Ja, ze had haar opa niet echt een fijne man gevonden. Streng en afstandelijk. Haar was verteld dat hij ooit kapitein was geweest, iets met een ‘love boat’ – maar verder had ze geen idee. Ze gaat naar het Groningse dorp waar Herman Hoeksema opgroeide. („Als je achter op de dijk gaat staan en je gaat dromen, dan denk je vanzelf aan het ruime sop”, zegt een oude man.) Ze spreekt achterneven en -nichten die het familieverhaal wel blijken te kennen. De schellen vallen haar van de ogen, maar ze zoekt dapper door.

Regisseurs Kees Schaap en Foeke de Koe vertellen zo niet alleen het verhaal van een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis, maar ze laten ook zien hoeveel er na de oorlog werd gezwegen en verzwegen. En hoeveel onrecht dat teweeg heeft gebracht.

Helemaal onbekend was de geschiedenis trouwens niet: Loe de Jong wijdde er in 1984 acht pagina’s aan in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Deel 11a, 2e band, p. 752-760), waarbij ook het nooit-uitgezonden werk van Verkijk ter sprake komt. De naam Hoeksema liet De Jong discreet ongenoemd, hij had het consequent over ‘de gezagvoerder’.

Voor de slachtoffers komt de erkenning die deze documentaire na 75 jaar betekent, veel te laat – en voor bijna al hun kinderen ook. Het onthutsende, eerlijke beeld dat De ondergang van de Van Imhoff geeft van dit akelige stukje oorlog en de uitgesproken gênante nasleep, maakt de film tot een must see.

    • Arjen Fortuin