Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Dedemsvaart

We waren in Dedemsvaart waar de vriendin en ik werden geïnterviewd in de plaatselijke boekwinkel, The Readshop van Gea & Ap, waar ze behalve boeken ook cd’s, rugtassen en shag verkochten. Bijna alle aanwezigen – nou ja, Ap niet want die had buikloop – gingen na afloop mee naar de plaatselijke kroeg, waar ze naast bier ook frikandellen serveerden. Het kan aan het verwachtingspatroon of de drank gelegen hebben maar Dedemsvaart viel ons ontzettend mee. Er lag sneeuw, de kerstverlichting brandde, zelfs in het kanaal dreef een kerstboom, en de mensen waren er buitengewoon vriendelijk en geïnteresseerd. En nederig, dat viel ook op.

Bijna ieder gesprek begon met excuses van hun kant. Zo van: ‘U zult wel denken wat doe ik hier’, ‘Hier gebeurt naar uw maatstaven natuurlijk helemaal niets’ en ‘Wij zijn in dit gat niets gewend’, maar dat dachten wij helemaal niet. Goed, Dedemsvaart was geen Amsterdam, ook geen Alkmaar of Arnhem, maar het kon veel erger, wist ik inmiddels uit eigen ervaring. Ik in geuren en kleuren vertellen over het dorp waar we zelf sinds kort woonden. Nee, dan Dedemsvaart, waar het barstte van de illegale wietplantages, waar bijna alle inwoners een B&B hebben en waar ze een attractie hebben die het giga-konijnenhol heet. „Ik ben d’r wel zestig keer geweest”, zei een vrouw, „nou dan heb je het wel gezien. Ze hebben ook een mascotte, die heet bultje.”

Een inwoonster die vanwege een schouderblessure niet mocht drinken bracht ons midden in de nacht tot voor de deur van de B&B in een weiland.

De volgende dag was de wereld wit. Een praatje met de eigenaren. Over sneeuw, over hun deelname aan het programma Memories van Anita Witzier en of we winterbanden hadden want er waren er met minder sneeuw het kanaal in gereden en nooit meer teruggevonden.

Stapvoets reden we terug naar Dedemsvaart, dat bij daglicht toch een minder verpletterende indruk maakte dan bij nacht. De winkelstraat was wel heel rechttoe rechtaan, een normaal mens was er eigenlijk wel snel uitgekeken. Er was zelfs op zaterdagmiddag dan ook geen winkelend publiek, de bezoekers van Coffeeshop Far Out daargelaten. De serveerster van het Dorpshuis gaf ons vanwege de sneeuw twee in plaats van één koekje bij de koffie en zei dat haar broer vorig jaar een half varken had gewonnen met biljarten.

Zij: „Als je zelf een stal vol varkens hebt is dat natuurlijk niet zo bijzonder.”

Hoewel we langzaam ingesneeuwd begonnen te raken, besloten we niet nog een nacht te blijven.

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen