Corsica geen Catalonië? Nee, maar het wil ook meer autonomie

Regioverkiezingen

‘Parijs’ heeft een probleem na de monsterzege van de partij ‘Voor Corsica’. Die eist nu meer zelfbestuur, op weg naar onafhankelijkheid?

Gilles Simeoni (midden) en Jean Guy Talamoni (links) vieren demonsterzege van de partij ‘Voor Corsica’. Foto Pascal Pochard-Casabi Anca/AFP

„Corsica is Catalonië niet”, verzekerde Gilles Simeoni, de naar autonomie strevende Corsicaanse regiovoorzitter vorige maand in Le Monde. „Niet demografisch, niet economisch en niet politiek.” Dat is een feitelijke constatering, die evenwel ruimte voor manoeuvre biedt. Want na de verpletterende verkiezingsoverwinning van de door hem geleide nationalistische coalitie Pè a Corsica heeft Parijs wel een probleem.

In de tweede ronde van regioverkiezingen haalde Pè a Corsica (‘Voor Corsica’) zondag met 56,5 procent van de stemmen voor het eerst een absolute meerderheid op het Franse eiland bij Italië. De samenwerking tussen politieke groepen die deels streven naar autonomie en deels naar onafhankelijkheid krijgt in het regioparlement 40 à 42 van de 63 zetels en kan zo een nieuw bestuur vormen. Tweede man Jean-Guy Talamoni, een indépendantiste (onafhankelijkheidsstrijder), eiste dat „Parijs snel onderhandelingen opent”. Komt president Emmanuel Macron niet over de brug, dan komen er demonstraties in Corsica en elders in Europa, zei hij.

De Corsicanen weten dat volledige zelfstandigheid op dit moment onhaalbaar is. Corsica is Frankrijks armste regio en vrijwel geheel afhankelijk van de geldkraan van Parijs. Maar met meer zelfbestuur hopen de nationalisten over tien jaar economisch succesvoller te zijn en op de lange termijn alsnog onafhankelijkheid te kunnen afdwingen.

Op dit moment hebben ze drie eisen: hun taal moet een officiële status krijgen, er moet een speciale status voor autochtone Corsicanen komen en ze willen dat „politieke gevangenen” worden vrijgelaten.

Eerst de taal: Frans is de enige toegestane taal in Frankrijk, en dus ook op het eiland. Simeoni en Talamoni willen dat het Corsicaans gebruikt mag worden in het openbaar bestuur, in publieke media en in het onderwijs. Veel kinderen spreken thuis Corsicaans en lopen achterstanden op omdat ze in het Frans onderwezen worden. In Parijs lijkt tegen gebruik van het Corsicaans op school steeds minder weerstand.

Lees ook over de tussentijdse verkiezingen: Corsicanen kiezen voor meer autonomie

Gecompliceerder is de vraag om een speciale verblijfstatus voor Corsicanen. Om vastgoedspeculatie tegen te gaan willen de nationalisten dat alleen mensen die al vijf jaar op het eiland huizen mogen kopen. Vooral rijke Parijzenaars hebben voor hun vakantiehuizen alle mooie plekjes aan de kust op het Île de Beauté opgekocht, waardoor het voor Corsicanen lastig is nog onroerend goed te kopen. De speculatie is deel van een intense strijd in de onderwereld. Maar in de Franse Republiek moeten overal dezelfde eigendomsregels gelden, vindt Parijs, en een dergelijke uitzondering zou elders de weg vrijmaken voor de al jaren door het Front National van Le Pen geëiste voorrang voor Fransen tegenover immigranten.

Gevoeligst ligt de kwestie rond amnestie voor wat de nationalisten „politieke gevangenen” noemen. Daartoe worden onder anderen de leden gerekend van het commando dat in 1998 in Ajaccio prefect Claude Érignac vermoordde. Dat zijn „misdadigers”, vindt Parijs. „In Frankrijk bestaan geen politieke gevangenen”, zei oud-premier Manuel Valls eerder.

President Emmanuel Macron pleitte tot nu voor „pragmatisme”. Over de verkiezingsuitslag van zondag heeft hij nog niets gezegd. Maar op Corsica is niemand ontgaan hoe fel hij Catalaanse onafhankelijkheid verwierp.