Opinie

Meer respect voor grondwetswijziging 1917 zou niet misstaan

Algemeen kiesrecht

Vrijwel geruisloos wordt deze dinsdag stilgestaan bij het toch niet onbelangrijke feit dat honderd jaar geleden in Nederland vanuit alle gemeentehuizen het algemeen kiesrecht werd afgekondigd. Opmerkelijk, deze stilte, in een tijd dat talloze politici meer aandacht voor de eigen vaderlandse historie bepleiten.

Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) torpedeerde eerder dit jaar een officiële herdenking met als reden dat een eeuw geleden alleen de mannen kiesrecht kregen. De vrouwen volgden pas in 1919. Dat was volgens haar dan ook eigenlijk het echte moment van de invoering van het algemeen kiesrecht. En daarom was 2019 een beter jaar voor een officiële viering.

Altijd hachelijk als mensen met terugwerkende kracht de geschiedenis willen herschrijven. Dat geldt al helemaal voor politici. Ontegenzeggelijk is in 1917 een verre van volmaakte grondwetswijziging tot stand gebracht. Dat vrouwen op dat moment het actief kiesrecht werd onthouden – ze mochten vanaf dat jaar overigens wel worden verkozen – is ook zonder de wetenschap van honderd jaar later een slecht besluit geweest. De voorstanders van het kiesrecht voor vrouwen, en dat waren er velen, beschikten toen al over de juiste argumenten om het wel te geven.

Maar tegelijk werd met de grondwetswijziging van precies honderd jaar geleden wel de basis gelegd voor het algemeen vrouwenkiesrecht zoals dat twee jaar later werd ingevoerd. Daardoor kon bij de eerstvolgende verkiezingen van 1922 ook het vrouwelijke deel van de kiesgerechtigde bevolking gaan stemmen.

Liberale en sociaal-democratische politici die zich aan het begin van de vorige eeuw met hun opvattingen over het algemeen kiesrecht lijnrecht bevonden tegenover een conservatief-christelijk blok hebben in 1917 een pragmatische keuze gemaakt met hun tweeslag: het was voor hen een halve overwinning of niets. Er was geen andere mogelijkheid dan „geleidelijke uitbreiding”, stelde de liberale premier en minister van Binnenlandse Zaken Pieter Cort van der Linden bij de verdediging van zijn wetsvoorstel.

Toen de horde met de bij een grondwetswijziging behorende drempel van een tweederde meerderheid was genomen, kon vervolgens door middel van een normale wetswijzing met een gewone meerderheid het kiesrecht voor vrouwen worden geregeld. Dat gebeurde in 1919, waarmee Nederland zich in gunstige zin onderscheidde van landen als België en Frankrijk.

Los van dit alles staat de grondwetswijziging van 1917 model voor een typisch andere Nederlandse eigenschap: de pacificatiepolitiek. Uitbreiding van het kiesrecht kon alleen tot stand komen door een uitruil. De prijs die de confessionelen bedongen voor hun steun was dat liberalen en sociaal-democraten hun verzet opgaven tegen gelijke bekostiging van het openbaar en bijzonder onderwijs. Hiermee kwam een eind aan de meer dan honderd jaar durende schoolstrijd.

Kortom, er is in 1917 wel degelijk iets fundamenteels tot stand gebracht. De parlementaire democratie met haar stelsel van evenredige vertegenwoordiging , waardoor elke uitgebrachte stem even zwaar telt voor het samenstellen van de Tweede Kamer, is eveneens een product van de grondwetswijziging van toen.

Nederland kan trots zijn op wat een eeuw geleden tot stand is gebracht. Maar helaas: de historische betekenis van wat in 1917 gebeurde wordt ontkend. Dat is meer dan zorgelijk. Zeker in een tijd als nu, waarin het autocratisch leiderschap in de wereld oprukt, zou meer respect voor de wortels van de eigen parlementaire democratie niet misstaan.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.