700 miljoen? Dat vinden de docenten niet genoeg

Lerarenstaking Dinsdag gaan de leraren opnieuw staken. Naar verwachting gaat 90 procent van alle basisscholen dicht.

Basisschoolleraren tijdens de protestmanifestatie in het Zuiderpark in Den Haag, in mei dit jaar. Foto Bas Czerwinski / ANP

Voor de tweede keer in een paar maanden tijd leggen basisschoolleraren dinsdag het werk neer. Veel scholen zijn de hele dag dicht. Een landelijke bijeenkomst is er dit keer niet, leraren kiezen zelf hoe ze de dag invullen. Initiatiefnemer PO in Actie verwacht dat zo’n 90 procent van de basisscholen meedoet. Dat zou betekenen dat ruim een miljoen kinderen niet naar school kunnen. Het is de derde protestactie in een jaar.

1 Waarom staken leraren nu weer?

Het PO-front, de samenwerking tussen leraren, schoolbesturen en vakbonden, vindt het extra geld dat het nieuwe kabinet aan het basisonderwijs besteedt niet genoeg. Ze willen nog steeds 900 miljoen euro voor salarisverhoging en 500 miljoen euro voor werkdrukvermindering, zoals al bij de eerste staking in juni de inzet was. Het kabinet maakt echter 270 miljoen euro vrij voor salarisverhoging en 430 miljoen voor werkdrukvermindering (op een budget van 10,5 miljard). En dat laatste bedrag komt pas in 2021 geheel beschikbaar. Terwijl de werkdruk nu al te hoog is, zegt het PO-front. En het lerarentekort loopt op: in 2021 is het verwachte tekort in het basisonderwijs 5.000 fte (op 83.900 fte), als er niets gebeurt.

Lees ook: Aan de nieuwe minister van Onderwijs

2 Verdient een basisschoolleraar echt zo weinig?

Bijna driekwart van de basisschoolleraren zit in de laagste salarisschaal – een schaal die in het voortgezet onderwijs niet bestaat. Het startsalaris is zo’n 2.400 euro bruto per maand, zonder vakantiegeld en toeslagen. Het maximum is 3.500 euro. De verschillen tussen salaris in het primair en voortgezet onderwijs lopen volgens het PO-front op tot ruim 20 procent.

Het bruto uurloon van een basisschoolleraar lag in 2015 gemiddeld 14 procent lager dan bij vergelijkbare functies in de marktsector, berekende SEO economisch onderzoek. Die verschillen gelden vooral voor mannen, oudere leraren, universitair geschoolde leraren en voltijd-werkers.

Lees ook: De juf mag best wat meer verdienen

3 Hoe zit het met het verhaal dat basisschoolbesturen geld oppotten?

Schoolbesturen potten geen geld op, schreef minister Arie Slob (ChristenUnie) onlangs aan de Tweede Kamer bij het verschijnen van De financiële staat van het onderwijs 2016 van de onderwijsinspectie. Wel zijn er verschillen tussen besturen. Kleine, kwetsbare besturen sparen meer dan grote besturen, om tegenvallers op te kunnen vangen.

Sommigen vinden overigens wel dat schoolbesturen veel te voorzichtig begroten.

Over de financiële positie van de regionale samenwerkingsverbanden die passend onderwijs regelen, is meer onduidelijkheid, schreef Slob. Hun jaarrekeningen zijn niet goed te vergelijken. Daardoor, schreef de Rekenkamer eerder, is niet goed te zien of de 2,4 miljard van het Rijk wel bij zorgleerlingen terechtkomt.

Lees ook: Geld genoeg, maar scholen moeten er te veel tegelijk mee

4 Komt extra geld van het Rijk wel bij basisschoolleraren terecht?

Het Rijk verdeelt geld over de schoolbesturen en zij beslissen verder hoe het geld precies besteed wordt. Zo kon het gebeuren dat van ander extra geld niet altijd duidelijk was waar dat precies was beland. Maar de PO-Raad (de vereniging van schoolbesturen) en vakbond AOb hebben gezegd ervoor te zorgen dat elke euro van de extra 270 miljoen bij leraren terechtkomt.

Afspraken over salaris worden vastgelegd in de cao, waarover werkgevers en vakbonden onderhandelen. Dat proces begint deze maand. Om er zeker van te zijn dat ze daarbij aanwezig zijn, is actiegroep PO in Actie een vakbond geworden.

Lees ook: Politiek heeft nauwelijks invloed op lonen op school

5 Is er nog draagvlak voor een staking?

De staking wordt gesteund door het hele onderwijsveld, van bonden tot PO-Raad. Maar dit keer betalen niet meer alle schoolbesturen het salaris door. Onder ouders lijkt de steun tanende. Er is een tegenbeweging gestart: Ouders in Actie. Uit een peiling van Ouders & Onderwijs, dat door het ministerie wordt gefinancierd, blijkt dat 48 procent van de ouders de staking steunt. Bij de staking in oktober was dat 83 procent.

Lees ook: Ouders hebben deze keer minder zin in de lerarenstaking

6 Wat gebeurt er als basisschoolleraren hun zin niet krijgen?

„Als er niks bij komt, gaan er vanaf januari elke maand in twee provincies scholen een dag dicht”, zegt Thijs Roovers van PO in Actie. „Dit houden we vol tot Prinsjesdag.”

    • Mirjam Remie