Recensie

Tank and The Bangas scheren soepel langs genres

Het op festivals enthousiast ontvangen zevenkoppige gezelschap uit New Orleans speelt vele stijlen. Bij hun eerste Nederlandse cluboptreden klonken ze fragmentarisch.

Recente concerten op Crossing Border en Lowlands van het zevenkoppige Tank and The Bangas kregen zoveel bijval dat hun eerste Nederlandse cluboptreden verplaatst werd van het kleine Bitterzoet naar het grotere People’s Place, dat alsnog te klein was. Op het podium, zaterdagavond, was het een verrassing wat de groep uit New Orleans zou spelen, er is onlangs geen album verschenen.

De band bestaat uit zangeres Tarriona ‘Tank’ Ball, co-zangeres Anjelika ‘Jelly’ Joseph en vijf muzikanten. Hun wollig klinkende keyboard, gierende synthesizer, effectieve drumpartijen en kwinkelerende dwarsfluit kronkelden langs jazz, jazzrock, funk, hiphop en ‘spoken word’; Ball begon haar carrière ooit als dichteres. De vocalen van Ball en Joseph zijn plagerig van stijl: met grote beheersing zwenken ze van kinderlijk pruilend naar snelle rap, naar lyrische uithalen.

Die beheersing speelde ook in de rest van de muziek een rol: de manier waarop de muzikanten met zijn allen langs genres scheerden was soepel en eigenzinnig. En ongrijpbaar - Tank and The Bangas laten zich niet op één genre vastpinnen. Terwijl dwarsfluitist/saxofonist Albert Allenback in zijn korte broek een sprookjesachtig intermezzo fluit, maakt de rest van de band zich al weer op voor een zwaar funkritme, waarbij Tarriona Ball enkele militante frasen uitstoot. De pronte Ball, door haar vader ‘tank’ genoemd, is beweeglijk en theatraal. Samen met Joseph vormt ze een aantrekkelijk duo, al viel op dat de vocale krachtsexplosies achterwege bleven. Zo was het hele optreden ingehouden en vormden de stilistische brokstukken geen geheel. Soms haakten de klanken ritmisch en subtiel in elkaar, visueel vertaald in synchrone danspassen van alle muzikanten samen. Maar deze episoden werden te snel weer afgebroken.

    • Hester Carvalho