opinie

Manipuleren van drugsonderzoek WODC past in erfenis Opstelten

Het politiek manipuleren van rapporten van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid stemt depressief, cynisch en grimmig. Kennelijk zijn er sleutelrapporten over het drugsbeleid door de toenmalige minister Ivo Opstelten van ‘sturing’ voorzien, waardoor resultaten zijn verzwegen of verdraaid. Daarmee is de Kamer destijds verkeerd voorgelicht, de publieke opinie voorgelogen, het politieke debat gemanipuleerd en het vertrouwen in de wetenschap en het kabinet beschadigd. Geen geringe schadelijst, die vrij naar de ruim vijftig jaar oude liedtekst van Wim Sonneveld de gedachte oproept: we zijn belazerd, we zijn bedonderd, en dat ons dat na al die jaren nog verwondert.

Veel Kamerleden drukten hun onthutsing uit met het al even onvermijdelijke ‘Hoe is het mogelijk?’ Inderdaad, dat uitgerekend Justitie, hoedster van de rechtsstaat, dus ambtelijk neutraal, integer en onpartijdig, kwetsbaar bleek voor politiek opportunisme en zulk plat en goedkoop vals spel. De kwestie-WODC past naadloos in de erfenis die de VVD-bewindslieden Opstelten en Fred Teeven op het departement achterlieten – en waarvan het nu de vraag is of die door opvolger Ard van der Steur en nieuw aangetreden secretaris-generaal Siebe Riedstra voldoende is opgeruimd.

In 2015 werd de aanhoudende stroom affaires op, toen nog, het ministerie van Veiligheid en Justitie in NRC verklaard vanuit de ‘zeven plagen’ waarmee het departement kampte. Die hingen deels samen met de stijl van deze bewindslieden. In trefwoorden: overal vijanden zien, imago voor alles, focus op de waan van de dag, obsessie met daadkracht. Dat leidde onder meer tot een pr-stijl die zowel licht overspannen als overdreven dienstbaar was. Louter positieve communicatie dus, met als adagium ‘alles wat goed is voor minister en ministerie dient te worden bevorderd, al wat slecht is bestreden’.

Daar vielen kennelijk ook onafhankelijke wetenschappelijke rapporten onder met ongewenste tegenspraak. Deze behoefte aan regie komt in de kern neer op een gebrek aan nieuwsgierigheid, een tekort aan democratisch instinct en een overschatting van de eigen rol. Wat dus ook resulteerde in slecht bestuur. Van iedere bewindsman mag geëist worden dat zij of hij, ongeacht overtuiging, zich rekenschap geeft van nieuwe feiten en in staat is om daarmee om te gaan. Wie als verantwoordelijk politiek bestuurder echter vraagstellingen manipuleert en resultaten censureert, helpt het vertrouwen in de democratie naar de knoppen, samen met het betreffende onderzoek. Kamer en de kiezer staan nu met lege handen en vragen zich af wat WODC-rapporten überhaupt waard zijn.

De nieuwe bewindsman, Ferdinand Grapperhaus (CDA), was duidelijk in zijn oordeel: „Dit had zo niet mogen gebeuren.” Maar hij wil de onderzoeken die het vertrouwen moeten herstellen, beperken tot dit ene incident. Dat is niet genoeg. Nu de ban zo verdienstelijk door Nieuwsuur is gebroken, komen andere onderzoekers naar voren, die beïnvloeding door Justitie van beleidsonderzoek „gebruikelijk” noemen. Dat vraagt om diepgaand en breder onderzoek, juist omdat het WODC zich op zulke gevoelige maatschappelijke thema’s toelegt. Hoe kon het instituut hierin ooit meegaan? Waar is de moed gebleven om als wetenschapper de macht de waarheid te zeggen? Hoe wil men dit voorkomen in de toekomst? Dit is een grote zaak, waarin alles afgerekend moet worden.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.