Recensie

Energie en solistische klasse in Rotterdam

Klassiek

Gustavo Gimeno dirigeerde een mooi programma bij het Rotterdams Philharmonisch. Violiste Patricia Kopatchinskaja schitterde in het Vioolconcert van Stravinsky.

Dirigent Gustavo Gimenez Foto Marco Borggreve

Patricia Kopatchinskaja is een musicus van wie je vrolijk wordt. Niet alleen vanwege haar fabelachtige spel, maar ook om de spelvreugde die ze uitstraalt. Op blote voeten staat ze te dansen op het podium, zoekt voortdurend contact met het orkest. Haar kamermuzikale diepgang is wezenlijk: na haar optreden in Rotterdam gaf Kopatchinskaja liefst twee toegiften, maar niet in haar eentje – een deeltje Milhaud met klarinettist Julien Hervé, een stukje Ravel met solocellist Alberto Casadei.

De aanleiding voor die dubbele toegift was een spetterende uitvoering van Stravinsky’s Vioolconcert. Dat is een eigenaardig, maar magistraal werk, waarvoor Kopatchinskaja de uitgelezen solist is: supervirtuoos, frivool, bereid risico te nemen. Met haar meeslepende frasering en tegendraadse timing bracht ze de muziek onder hoogspanning – gelukkig dirigeerde Gustavo Gimeno met zeevaste hand, want Kopatchinskaja zocht voortdurend de wrijving. De tikkeltje tipsy lyriek van Aria II smeulde, de vol overgave gespeelde ‘primitieve’ ritmes van Capriccio klonken bloedstollend.

Na de beschaafde volumes van voor de pauze maakte Gimeno in Prokofjevs Romeo & Julia-muziek direct een statement met een oorverdovend openingscrescendo. Het Montagues & Capulets-thema pompte nogal vlot maar dreigend en gedreven, de fluit- en klarinetsoli in Julia als jong meisje deden idyllisch aan. Uit Prokofjevs drie orkestsuites was een tiendelig werk samengesteld, dat alle krakers bevatte maar ook alle sluitstukken en daardoor wel wat lang aanvoelde.

De romantische sfeer van Romeo en Julia (de balkonscène) sloeg in één klap om in Tybalts dood, waarin Romeo in gevecht raakt met Julia’s woedende neef. Het orkest joeg als door de duivel op de hielen gezeten. De orkestklappen waren furieus, maar Gimeno hield het beukende ostinato-ritme genadeloos strak. De Rotterdammers etaleerden hun grote kracht: hoogenergetisch samenspel gekoppeld aan solistische klasse. Dat deden ze eerder op de avond ook in Ligeti’s vroege, op volksmuziek gebaseerde Concert românesc, met een glansrol voor de hoorns.