Zo’n fijne dokter die de tijd voor je nam

Carla de Graaf (1963-2017), de eerste vrouwelijke huisarts in het streng christelijke Rijssen, was ook moeder van zeven kinderen.

Carla de Graaf, huisarts in de Biblebelt. Ze respecteerde de orthodox-gelovigen en zij respecteerden haar.

Ze werd in 1995 de eerste vrouwelijke huisarts in gelovig Rijssen, aan de rand van de Biblebelt. Hier is zondag de dag des Heeren – dan wordt er gekerkt. Hier dragen orthodox-gelovige vrouwen rokken en is in sommige gezinnen televisiekijken taboe.

Carla de Graaf was zo’n fijne dokter die alle tijd voor je nam, blijkt uit de boodschappenkrat vol post met medeleven, steun en waardering aan haar nabestaanden. Harde werker. Gedreven ook, en betrokken. Zonder kapsones – zichzelf.

Naast huisarts was ze ook SCEN-arts: ze beoordeelde euthanasieverzoeken. En ze was arts van terminaal zieken in hospice De Reggestroom. Ook ’s avonds en ’s nachts stond ze voor hen klaar. Dan sprong ze op de fiets in een haastig aangetrokken joggingbroek en was ze er in vijf minuten. Als ze tijd had, ging ze aan tafel zitten voor een praatje met de vrijwilligers.

De Graaf respecteerde de orthodox-gelovigen en zij respecteerden haar. Toen haar in de beginjaren de toegang tot verzorgingshuis Maranatha werd geweigerd omdat ze een broek droeg, ging ze naar huis om een rok aan te trekken. Later was een broek ook oké. „Ze mocht dan SCEN-arts zijn, ze begeleidde mensen evengoed tot de laatste snik”, zegt haar echtgenoot Willem Slinkman. Meisjes of vrouwen die vroegen om een abortus of de pil hielp ze ook. Die wachtten soms tot de eigen huisarts op vakantie was, zodat het niet zou opvallen. (Aborteren deed ze niet zelf, daarvoor verwees ze naar anderen.)

De Graaf en haar man kregen zeven kinderen; de oudste is 20, de jongste 10. Dat aantal heeft niets te maken met geloof of achtergrond. Het liep zo, volgens Slinkman. „We vonden het leuk; altijd reuring en gezelligheid.” Tijdens zwangerschappen werkte ze door tot het laatste moment. Dan zegde ze in de ochtend het middagspreekuur af en beviel ze om half twee. Ze ging ook vaak snel weer aan het werk. „Het is mij overkomen dat ik na een dag of drie op kraamvisite ging en dat ze weg was naar een terminale patiënt”, zei collega en vriend Dik van der Leun bij de uitvaartdienst.

Zeven kinderen was wel genoeg, vond Slinkman. „De bus was vol. Voor het vervoer van nog meer kinderen zou ik een groot rijbewijs nodig hebben gehad. Bovendien wil je ze kunnen geven wat ze nodig hebben.” Zijn vrouw werkte fulltime – dat wilde ze graag. Hij is ‘huisman’ en beeldend kunstenaar.

De kinderen herinneren zich hoe ze op de achterbank wachtten als hun moeder nog even bij een patiënt langs ging. Tijdens een avond- of nachtdienst stond er wel eens een kindje in een Maxi-Cosi bij de huisartsenpost, weet Van der Leun. Als thuis een hongerige baby huilde, ging ze snel heen en weer voor een borstvoeding.

De Graaf ging niet voor twaalf uur slapen. Soms stond ze om één uur nog de was te vouwen. Twee tot drie keer per week ging ze hardlopen of fietsen. Ze deed mee aan wedstrijden. Hoe ze dat volhield? Van der Leun: „Nou, als ze niet hoefde te werken, viel ze ook wel eens gewoon in slaap.”

Carla de Graaf groeide op in Naarden, Noord-Holland in een katholiek boerengezin met dertien kinderen. De sfeer: hard werken en niet zeuren, zegt haar man. Tweelingzus Elly, ook arts, nuanceert: „Je deed wat gedaan moest worden.” Tijdens haar opleiding tot huisarts woonde De Graaf in Deventer. Daar leerde ze bij wielervereniging De Zwaluwen haar man kennen – vlak voordat ze naar Rijssen ging.

Vorig jaar werd ze ziek. In september 2016 kon de keel-, neus- en oorarts geen oorzaak vinden voor haar slikklachten. In december, toen ze steeds moest overgeven, belandde ze uitgedroogd in het ziekenhuis. De diagnose: slokdarmkanker met uitzaaiingen. Vanaf dat moment kreeg ze sondevoeding, zat er een slangetje in haar neus.

In februari onderging ze een chemokuur. Dan fietste ze, sportief als ze was, naar het ziekenhuis in Almelo met een rugzak met sondevoeding in het kinderzitje voorop. De therapie maakte haar zo ziek dat ze na drie keer stopte. Moedig, vond de oncoloog. Liever kwaliteit van leven dan ziek in bed, was haar redenering.

Op de dag van haar overlijden deed ze in de ochtend nog boodschappen met haar man. Ze wist dat het ineens afgelopen kon zijn, dat de tumor een cruciale ader kapot zou kunnen drukken.

Ze had haar echtgenoot gezegd hoe dat zou gaan. En zo ging het ook, ’s avonds thuis.

    • Annette Toonen