‘Troetelaristocraat’ werd alleen in Frankrijk gelezen

Foto AFP

Eind 2014 kreeg schrijver Jean d’Ormesson in het Élysée de versierselen van het ‘Grand-Croix de la Légion d’honneur’ opgespeld, de hoogste staatsonderscheiding die Frankrijk te bieden heeft. „U bent er uw hele leven in geslaagd geliefd te zijn”, sprak president François Hollande bij die gelegenheid. „Ik heb mezelf vaak de vraag gesteld: hoe heeft u dat gedaan?”

Het was een geslaagd grapje van de minst populaire president in decennia. D’Ormesson, die dinsdag op 92-jarige leeftijd overleed, kon er hartelijk om lachen. Humor was zijn handelsmerk, luchtigheid en levenslust kenmerkten zijn oeuvre. Hij werd „l’écrivain du bonheur” genoemd, een „literair antidepressivum”, zei een journalist eens. „Ja, ik zou door het ziekenfonds vergoed moeten worden”, reageerde D’Ormesson blijmoedig.

Toch blijft Hollandes vraag ook na een week nationaal herdenken moeilijk te beantwoorden. Het succes van D’Ormesson is een van de raadselen van de Franse cultuur. Hij brak door met La Gloire de l’Empire (1971) en Au plaisir de Dieu (1974). Ieder nieuw boek verkocht daarna met gemak 200.000 exemplaren. Hij werd in 2015 zelfs een van de weinige schrijvers die al bij leven in de prestigieuze La Pléiade-reeks gepubliceerd werden.

Maar buiten Frankrijk bleek hoegenaamd niemand geïnteresseerd. Slechts twee van zijn romans werden in het Engels vertaald – en waren geen succes. Het werk van ‘Jean d’O’ is intrinsiek Frans: erudiet, bloemrijk en soms wat wijdlopig. Hij schreef „presque rien sur presque tout”, zoals een van zijn boektitels met de van hem bekende zelfspot luidde: bijna niets over bijna alles.

Zijn persoonlijkheid was deel van het succes. D’Ormesson was een literaire dandy en liet zich overal interviewen. Hij mocht zich ‘graaf’ noemen, was opgegroeid als ambassadeurszoon in een kasteel, en sprak en schreef met smaak over een vergaan verleden dat in Frankrijk nog zo alomtegenwoordig is. Via hem hadden de Fransen een lijntje met de cultuur en de geschiedenis. Dat D’Ormesson in 1973 het jongste lid van de Académie française werd, versterkte die symbolische statuur.

D’Ormesson, die in de jaren zeventig kort Le Figaro leidde, was een boegbeeld van conservatief en katholiek Frankrijk. Maar ook door links werd hij in latere jaren als troetelaristocraat op handen gedragen. Hij was „deel van het erfgoed”, schreef ex-president Sarkozy deze week.