Brieven

Referendum

Intrekkingswet met interne tegenspraak

„Mag dat eigenlijk wel: zomaar snel het referendum intrekken zonder nog een mogelijk referendum af te wachten?”, vraagt hoogleraar Voermans zich af (Referendum schaf je per referendum af: zo hoort dat, 6/12). Het antwoord is eenvoudig.

Net als u en ik moet ook de wetgever zich aan de wet houden, in het geval van de wetgever aan wetten over wetgeving.

De referendumwet is zo’n wet. Wetten die zijn uitgezonderd van het houden van een raadgevend referendum zijn bijvoorbeeld wetten over het Koninklijk Huis, de Grondwet en intrekking van wetten waarover al een referendum is gehouden, waarmee het Droste-effect wordt uitgesloten.

Niet uitgezonderd is een wet over intrekking van de referendumwet, zoals ook Voermans vaststelt. Vervolgens bepaalt de referendumwet dat het weliswaar zo kan zijn dat de inwerkingtreding van een wet geen uitstel kan lijden, maar dat kan alleen „onder verwijzing in die wet naar dit artikel, onverminderd de mogelijkheid over de wet een referendum te houden.”

Het leidt tot een intrekkingswet met een innerlijke tegenspraak. De intrekkingswet die meteen de referendumwet en daarmee het referendum afschaft, schaft door de verwijzing naar de ‘onverminderd’-clausule het referendum ook niet meteen af.

Zo’n intrekkingswet maakt zichzelf onmogelijk. De situatie is met wat goede wil vergelijkbaar met de wet die bepaalt dat zowel de Tweede als Eerste Kamer een wet moet goedkeuren.

Want stel, je wilt van die wet af en je bedenkt een intrekkingswet. Dan lijkt het weliswaar niet logisch dat de Eerste Kamer die intrekkingswet moet goedkeuren, maar toch moet dat volgens de wet wel gebeuren.


Juridisch onderzoeker

    • Rob Kooijman