Recensie

Prima geslaagde Spaanse avond, maar weinig voor vegetariërs

Foto Remco Koers

Ooit was Centra een bruisend middelpunt in een bruisend deel van de stad: tussen de Wallen. In de Lange Niezel, een naam die sinds Baantjer nooit meer hetzelfde klinkt, schoven Jan en alleman aan voor een bord Spaans eten. Obers in zwart-wit zoefden hier zeventig jaar lang door de zaak, de inrichting was eenvoudig, maar het eten was knetter-authentiek. De oorsprong, een zaak voor zeelui en later Spaanse gastarbeiders, werd nooit vergeten. Centra ging failliet en wat jonge horeca-ondernemers uit de buurt namen de zaak over, behielden de naam, maar het Centra van nu (voluit: Xampanyeria Centra) lijkt in niets meer op het oude. Nou ja, behalve dan dat ook hier Spaans bloed door de aderen stroomt, zoals bij Victor, half-Spaans en half-Amsterdams. Hij is deze avond onze man en voorziet ons met flair en routine van hapjes en drankjes.

Te beginnen met een coupe door Centra zelf geïmporteerde mooie, droge cava uit Barcelona à 2,50 euro. Kijk, zo komen we de avond wel door! En eigenlijk lukt dat qua eten ook prima, de tapas zijn zeker gebaseerd op klassieke receptuur, maar de kok heeft er een eigen draai aangegeven – de ene keer met meer succes dan de andere keer. Zo zijn we stiekem een beetje teleurgesteld over de pan con tomate (5,-), dat simpele broodgerecht waar we halve vakanties op doorbrachten. Centra’s variant is brood met een soort tomatengelei die in een dikke laag is aangebracht, we missen de zompige, maar verleidelijke liaison tussen brood, knoflook en tomaat.

Wel geslaagd is de paella bitterbal (1,70 p.st.), gevuld met inderdaad paella en geserveerd met een stevige mojo verde, een groene peterseliesaus. Leuke uitvinding!

Iets lastiger wordt het als er nog een bal uit de olie komt: gefrituurd artisjokhart met citroendip en zeezout (8,-), het is op z’n zachtst gezegd een vreemde smaak, de knapperige paneerkorst met de zachtzure artisjok. Ons advies: don’t try this at home. Vanaf dat moment gaat het crescendo. De makreel escabeche (in zuur, 10,-) is uitdagend, wat vooral komt door de combinatie van sherryazijn en rozijntjes, die het zuur van de azijn nog eens versterken. De pulpo met rijst, zeewier, mosselen en doperwten, Victor zei het al, is de topper van de avond, precies goed gegrilld en met die verslavende smaak van houtskool.

We bestellen nog een ronde. De tapas zijn royaler dan die je in Spaanse bars krijgt geserveerd, maar daar gelden ze enkel als hapje. Hier moet je er zeker drie à vier p.p. bestellen om tot een avondvullend programma te komen. We zijn onder de indruk van de kwartelpootjes (10,-) die in eigen jus met cider en boterbonen komen: mooie cuisson, zalige saus. Ook de ribs (11,-) van het Duroc-varken, dat bekend staat om z’n lekkere vet, zijn sappig en het vlees valt zo van het bot, zoals het hoort.

De chorizo hotdog (5,-) komt misschien wat goedkoop over, maar dat vergeet je meteen als je ’m proeft – zeer goed in de combinatie met zuurkool en appelketchup. Eigenlijk wilden we nog graag iets proeven uit de visconservenbar die pontificaal in de zaak staat, maar we zijn verzadigd. Goed, nog even een zoet toetje: Catalaanse broodpudding (7,-), geslaagd!

De drankkaart van de zaak is atypisch, met een lange lijst van ciders, cava’s en bitters. De wijnkaart is beperkt, maar we zijn blij met onze royale glazen Albariño (5,50) en Muja Reserva (7,50). Helaas laat het kraanwater op zich wachten; punt van aandacht.

Komen vegetariërs hier aan hun trekken? Nauwelijks. We zien ajo blanco, piperade, sjalot, artisjokhartjes, manchego en tomatensalade op de kaart, maar dat is nog geen maaltijd. Terwijl de Spaanse keuken genoeg gerechten heeft die op groenten, peulvruchten en paddenstoelen zijn gebaseerd.

Soms hebben we heimwee naar het Centra van weleer. Maar tijden veranderen en de restaurant- en bargast ook. De jongens van het nieuwe Centra hebben culinaire ambitie en goede smaak en als ze even wat vlekjes wegwerken gaat ook hun zaak nog heel lang mee.

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel