Ouders hebben deze keer minder zin in de lerarenstaking

Basisonderwijs Niet iedereen die de lerarenstaking steunt, is even enthousiast. Ouders zijn boos over nog een vrije dag en bonden zijn verdeeld.

Lege gangen op basisschool De Wieken in Nijmegen tijdens de stakingsdag in oktober. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Jeroen Weustink, een ondernemer in Lelystad en vader van drie kinderen, is een actie begonnen tegen de lerarenstaking van komende dinsdag: Ouders in Actie. Tegen stakingen in het onderwijs, tegen ongecontroleerd overheidsgeld uitgeven aan onderwijsinstellingen en tegen regelgeving vanuit de overheid. „Ik snap niet zo goed dat kinderen en ouders de dupe moeten worden van deze staking”, zegt Weustink. „En 1,4 miljard euro is een hoop geld voor belastingbetalers.” Dat is het bedrag dat de actievoerders in het onderwijs voor de leraren eisen.

Weustink denkt dat verminderen van de werkdruk niet zoveel geld hoeft te kosten. „De bureaucratie kan worden weggenomen”, zegt hij en daarmee doelt hij op de vele invulactiviteiten van leerkrachten.

Ouders zijn niet zo enthousiast meer over de staking van basisschoolleraren voor minder werkdruk en hoger loon. Na een werkonderbreking van één uur op 27 juni en een stakingsdag op 5 oktober treedt vermoeidheid in. Voor elke stakingsdag moeten ouders een oplossing vinden.

Volgens een peiling van de door het ministerie van onderwijs gesubsidieerde ouderorganisatie Ouders & Onderwijs onder 600 mensen steunt nog slechts 48 procent van de ouders de staking volledig. Twee maanden geleden was dat nog 83 procent.

Lees ook zes vragen en antwoorden over de lerarenstaking, zoals: Verdient een basisschoolleraar echt zo weinig?

Taai volhouden

Het is ook opmerkelijk dat juist de sector staakt die volgens het regeerakkoord het meeste geld erbij krijgt; er gaat ruim 700 miljoen euro naar het onderwijs, voor extra ondersteuning en loonsverhoging. Daar staat tegenover dat de uitgaven aan het basisonderwijs als aandeel van het bruto binnenlands product nog steeds laag zijn, vergeleken met de EU en de organisatie van rijke landen OESO.

Na twee dagen had de nieuwe site van Weustink iets meer dan honderd handtekeningen – dus zo hard als bij PoFront, de actiekoepel van leraren en bonden, gaat het nog lang niet.

„Onder leraren is de steun nog steeds heel groot”, zegt Robert Sikkes van de Algemene Onderwijsbond (AOb), met 85.000 leden de grootste vakbond. „Ouders vinden de acties lastig en vervelend. Maar dat hoort bij acties, die zorgen voor overlast. Dat gebeurt ook als de trein stilstaat. Maar als we het niet doen, wordt de overlast voor ouders veel groter.” Want dan zijn er binnenkort te weinig leerkrachten, vreest hij.

Het komt nu aan op taai volhouden. Dat geldt ook voor Po in Actie, het groepje leraren dat aan de wieg stond van de acties. Deze week zijn ze een vakbond geworden. Voor een contributie van 12 euro per jaar komen er nu snel nieuwe leden. Daar zijn ook leden van andere bonden bij. Po in Actie zag als eerste wat er leefde onder de leraren en had het initiatief genomen tot de eerste werkonderbreking.

Het deelnemen aan cao-onderhandelingen, een van de taken van een vakbond, vergt zitvlees. En de nieuwe bond heeft geen stakingskas om het loonverlies te compenseren van leraren die het werk neerleggen. De organisatiegraad in de sector is hoog. Ongeveer 60 procent van de 120.000 basisschoolleerkrachten is lid van een van de vakbonden: FNV-bond AOb, CNV Onderwijs, de bij de Federatie van Onderwijsvakorganisaties aangesloten clubs of de nieuwe vakbond.

Bijzonder is dat de werkgevers, verenigd in de Po-raad, meedoen met de actie. Terwijl die juist voor de overheid de cao-onderhandelingen moeten voeren met de onderwijzers. Dat brengt ook weer onderlinge wrijving.

De bond AOb bekritiseerde afgelopen week het oppotten van geld door schoolbesturen, omdat dat niet ten goede komt aan leraren en leerlingen.

Een deel van het opgepotte geld was bedoeld om het zogeheten passend onderwijs mogelijk te maken. Hierbij werden kinderen met een beperking in gewone klassen gebracht. Deze extra aandacht vragende leerlingen verzwaren de taak van leraren enorm. De Rekenkamer heeft vastgesteld dat nauwelijks valt te achterhalen wat de scholen hebben gedaan met de 2,4 miljard euro die het Rijk aan passend onderwijs had uitgegeven. En dat stoort FNV-bond AOb.

Inhouden op het loon

Niet alle werkgevers betalen door tijdens de staking. In de grote steden gebeurt het wel, daarbuiten minder. De meeste schoolbesturen in West-Brabant hebben afgesproken niet door te betalen en ook in het oosten houden scholen in op het loon. Een ruime meerderheid zal leraren uiteindelijk wel doorbetalen.

De Po-raad wordt op de stakingsdag niet gekort door het Rijk. Dat betekent dus dat de niet doorbetalende schoolbesturen geld overhouden. „Het is een traject van lange adem”, zegt Robert Sikkes van vakbond AOb.

    • Maarten Huygen