Column

Lichtpuntjes

Mijn eerste wintersportvakantie was eigenlijk helemaal geen vakantie, laat staan dat ik in de Franse Alpen op enig noemenswaardige manier sport bedreef. Onder valse beloftes was ik meegelokt door de Brusselse familie waar ik als au pair werkte: als ik nu ’s ochtends op de jongste zou passen, zou ik ’s middags zelf de berg op kunnen. Van dat laatste kwam niets terecht – de kinderen van mijn au-pair-gezin waren schatjes, maar hun ouders onsympathieke lui. En zo bracht ik zes dagen niet-skiënd door in een wintersportdorp, iets wat ik mijn ergste vijanden nog niet toewens.

De enige lichtpuntjes waren de maaltijden. Ondanks hun zelfvoldane toon van converseren, zat ik niet ongraag bij mijn werkgevers aan tafel. Er werd namelijk op zijn Belgisch bourgondisch gegeten en hier op wintersport op zijn Belgisch-Frans bourgondisch. Goed dus. Ik herinner me dat ik in die zes dagen drie kilo ben aangekomen; de onvermijdelijke uitkomst van 1) eetlust opwekkende berglucht, 2) skiënde en dus veel etende tafelgenoten, 3) zelf niet skiën, 4) verveling/eenzaamheid, 5) tartiflette.

Tartiflette is een van de specialiteiten van de Haute Savoie en min of meer dodelijk wanneer je er niet bij skiet: een ovenschotel van aardappelen, spek, uien, room en een volvette lokale bergkaas genaamd reblochon. Re-blocher betekent zoiets als opnieuw melken en de naam van de kaas stamt uit de tijd dat pachtboeren in de streek belasting moesten betalen per liter melk. Wat deden die goochemerds? Ze melkten hun koeien gewoon twee keer. Eén keer voor de controleurs. En nog een keertje off the record.

Reblochon werd en wordt gemaakt van die tweede melkopbrengst en heeft een zachte, crèmekleurige zuivel en een strogele korst. Een beetje aardig gesorteerde kaasboer verkoopt hem. Albert Heijn verkoopt een versie van 230 gram. Die is prima voor onderstaand recept, maar dan heeft u er twee nodig.

Een advies: eet er in godsnaam een groene salade bij, voor het nodige evenwicht. Bijvoorbeeld iets gehusseld van lichtbittere frisee of krulandijve, een flink zure dressing met mosterd en eventueel een handje geroosterde walnoten voor extra bitter en crunch.