Feest in Londen

Het was lang geleden dat Magnus Carlsen en Garry Kasparov tegen elkaar schaakten. In 2004 speelden ze in Reykjavik een vluggertje en twee rapidpartijen. Carlsen was toen dertien jaar. Dit jaar op woensdag 29 november speelden ze weer tegen elkaar, nu in Londen. Het was maar een luchthartig partijtje. Op de dag voor de jaarlijkse London Chess Classic is er altijd een evenement dat Pro-Biz heet. Een prof krijgt als partner een zakenman die voor dit voorrecht het schaken op Britse scholen financieel heeft gesteund. De twee doen om de beurt een zet.

Het koppel Kasparov/Chapman (Terry Chapman is een sterke amateur) won van Carlsen/Flowers doordat Chris Flowers toen het zijn beurt was een stuk wegblunderde. In een verslag las ik dat Kasparovs traditionele gepijnigde grimassen soms werden afgewisseld door een vriendelijke glimlach.

Misschien kwam het daardoor dat ik droomde dat ik een partij van Kasparov won. Zijn enige kans op tegenspel met Db6+ had ik bekwaam ontmanteld. Na de partij analyseerden we en aan het eind zei Kasparov met een berustende glimlach: „Het was geitenkaas.” Pas nadat ik wakker werd besefte ik dat hij met die opmerking had gerefereerd aan een uitspraak van Johan Cruijff: ‘Hun verdediging was geitenkaas.’

Het was feest in Londen. Een dag eerder was aangekondigd dat de tweekamp om het wereldkampioenschap in november 2018 in Londen wordt gespeeld en een dag later begon de London Chess Classic met Carlsen en het puikje van de schaakwereld, omlijst door allerlei andere mooie schaakevenementen. Helaas, de feestvreugde werd snel gedempt doordat in de eerste vijf ronden van de London Chess Classic slechts twee van de 25 partijen beslist werden.

Daarom hieronder geen partij uit Londen, maar uit het kampioenschap van Rusland. Kramnik en Grisjtsjoek rusten op hun lauweren en Nepomniatsjtsji en Karjakin zijn in Londen, maar de jonge Russische garde kan er ook wat van.

Daniil Doebov - Sergey Volkov, Superliga Russisch kampioenschap, St. Petersburg 2017.

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 a6 5. Dc2 b5 6. e4 dxc4 7. b3 Da5 8. Pd2 Een nieuwe zet. Vorig jaar had Volkov in een rapidpartij 8. Ld2 tegen zich gehad. 8...e5 9. dxe5 Pg4 10. Le2 Pxe5 11. 0-0 Le7 12. bxc4 Le6 Wit staat iets beter. 13. Pd5

Zie diagram

Doebov pakt het hard aan met een stukoffer. 13...cxd5 14. cxd5 Ld7 Wit heeft maar een pion voor zijn stuk, maar toch heeft zwart het heel moeilijk. 15. Lb2 f6 16. f4 Pc4 17. Pxc4 bxc4 18. Kh1 Da4 19. Dd2 Lb4 20. Lc3 a5 21. e5 0-0 22. e6 Tc8 Misschien had zwart hier koelbloedig 22...Lc8 moeten spelen om met 23...Ld6 de d-pion te blokkeren. 23. a3 Lxc3 24. Dxc3 Db3 25. Dd4 Het voordeel na 25. exd7 Dxd7 was Doebov niet genoeg. 25...c3 26. Tfb1 a4 Zwart wil ook briljant spelen, met een dameoffer. Het is niet goed genoeg, maar na 26...Da4 27. exd7 (eindelijk zijn stuk terug) heeft wit ook groot voordeel. 27. Txb3 axb3 28. exd7 Pxd7 29. Lg4 b2 30. Tg1 Tcb8 31. Lf5 Txa3 32. Lb1 Tc8 33. Db4 Ta1 34. Db7 Tca8 35. d6 Wit moet nog oppassen. Na 35. Dxd7 Txb1 zou zwart in het voordeel zijn, omdat hij na 36. Txb1 c2 zelfs op slag zou winnen. 35...g6 36. Db3+ Zwart gaf op.

    • Hans Ree