Dokkum brandt, en de pepernoot als heilige graal

Soms raak je, met het verfrommelde pakpapier nog op de vloer, de weg kwijt tussen feit en fictie, beeld en werkelijkheid, heden en verleden. Mississippi burning, was dat niet een film? Maar staat Dokkum nu ook al in brand? Heviger dan vorige jaren braken opnieuw Pietse Twisten uit met aan de ene kant activisten die soms geen wezenlijk verschil lijken te zien, of te willen zien, tussen het Mississippi van lynchings, het Zuid-Afrika van rassenwetten, en het Nederland van Zwarte Piet. Aan de andere kant blank-witte hardliners voor wie elke pepernoot een Heilige Graal is, een kinderfeestje de Kruisiging, en roetvegen een teken van het stervende Avondland.

Beetje veel om in je schoen te vinden.

Die oorlog rimpelde ook door mijn lezerspost.

Een jonge vrouw van kleur klaagde dat in NRC „mensen van kleur geen podium wordt gegeven”. Zij had goed opgelet of in de serie die NRC aan de vooravond van Sinterklaas bracht over racisme nu eens een „divers persoon” het woord zou krijgen, maar nee hoor. Zoveelste „gemiste kans”.

Wonderlijk, want die serie bevatte een twee pagina’s groot opiniestuk van de onder activisten bewonderde Gloria Wekker, die al eerder uitgebreid geïnterviewd werd in de krant. En een twee pagina’s groot verhaal met anti-Piet-activist Jerry Afriyie, die zijn motieven en doelen uiteenzette.

Een andere lezer (moet ik erbij zeggen: ‘naar ik aanneem witte lezer’?) heeft dus precies de tegenovergestelde kritiek op de reeks: „Wat mij zo enorm heeft verbaasd is dat deze krant ook dit jaar weer ruim baan heeft verleend aan de anti-zwartepieters.” NRC „leeft liever mee met het kleine groepje activisten en maakt die daarmee tot representant van de zwarte gemeenschap in dit land”.

Zit de krant daarmee in het veilige midden, als het vuur van twee kanten komt?

Nee, nog afgezien van het feit dat het midden allang geen veilige plek meer is om te zitten. De krant verdient lof voor het uitdiepen van dit thema in een serie, die lezenswaardige stukken bevatte. Maar er zijn genoeg punten van serieuze kritiek.

De lezeres die geen mensen van kleur vond, had bijvoorbeeld ook een andere, terechte kanttekening. De reeks werd afgesloten met een sterk relativerend (en veel gedeeld) stuk van Herman Vuijsje over antiracistische dogma’s. Door dat als slot te nemen, geeft de krant volgens haar het signaal dat het allemaal overdreven is – en tot volgend jaar!

Dat laatste vind ik niet, maar het polemische stuk van Vuijsje was inderdaad beter geweest als startschot dan als afsluiting van een debat. Chef Opinie Monique Snoeijen verwijst naar afstemmings- en planningsverwikkelingen die ik de lezer graag wil besparen. Alles bij elkaar, zeker met de koele (of kille) bries van Vuijsje, een relevante reeks.

Nog iets. Juist in zo’n serie over een begrip doen heldere definities ertoe. Wetenschapsredacteur Dirk Vlasblom gaf een compacte en precieze definitie, ontleend aan de antropologie. Maar een Buitenland-productie over racisme wereldwijd werd ingeleid met de vage opmerking dat racisme inhoudt „vanuit een machtspositie neerkijken op iemand met een ander uiterlijk”. Dat is te beperkt (alleen ‘neerkijken’?) en tegelijk veel te ruim (allerlei stereotypen, ook die tussen rijk en arm of stad en land, vallen eronder). Zo wordt het wel heel druk op het kruispunt van onderdrukking.

Vlasblom noemde het ook een „misvatting” dat racisme alleen zou leven in het Westen; Buitenland daarentegen liet de lezer weten dat racisme in de Verlichting „is ontwikkeld” en een „wit exportproduct” is. Ja, voor het semi-wetenschappelijke racisme van de negentiende eeuw zal dat opgaan, maar voor de vage definitie die het stuk zelf gebruikte juist niet: zulk etnocentrisme is universeel.

Kortom, meer consistentie was mooi geweest.

Feiten en definities zijn in dit debat extra belangrijk omdat stukken (ook oude of ooit: vergeelde) als ideologisch wapen worden gebruikt als dat zo uitkomt. Zo twitterde Thierry Baudet onlangs nog maar eens een fact check uit NRC van vorig jaar, waarin de bewering dat er „meer Europese slaven in Noord-Afrika [waren] dan zwarte slaven in de VS” door de redactie als waar werd beoordeeld.

Met die bewering probeerde de conservatieve econoom Thomas Sowell de fixatie van activisten op de trans-Atlantische slavenhandel te doorbreken: die was onderdeel van een groter geheel. Zijn uitspraak werd ook gretig omarmd door islamcritici, die wijzen op de Arabische slavernij.

En, klopt het? De krant meende van wel: er werden 389.000 slaven vervoerd naar Noord-Amerika, en in Noord-Afrika ongeveer een miljoen Europeanen tot slaaf gemaakt tussen 1530 en 1780. Maar twee jonge historici tikten de redactie in een brief op de vingers: de rekensom geeft een „vals beeld”, want gaat voorbij aan het aantal later in de zuidelijke VS geboren slaven – en dan kom je al snel op zo’n vier miljoen. Kortom: de uitspraak is onwaar.

Daar lijkt me geen speld tussen te krijgen. De formulering van Sowell is misschien dubbelzinnig, maar zijn bewering is alleen waar als je die opvat als ‘meer dan er zwarte slaven werden vervoerd naar de VS’. Maar zo staat het er niet. De krant plaatste de brief maar corrigeerde de fact check niet.

Opmerkelijk genoeg gebeurde dat deze week wel, na nieuw aandringen van de historici op hun site Overdemuur. En terecht, ook al omdat Baudet met zijn tweet de suggestie wekte die de auteur van de check in zijn tekst nu juist omzichtig wilde vermijden, namelijk dat het ‘dus’ wel meeviel met die slavenhandel. Wat natuurlijk niet wegneemt dat historische vergelijkingen op zichzelf zinnig kunnen zijn, hoezeer activisten de context van de slavenhandel ook proberen te beperken tot die van exclusief wit racisme en kolonialisme.

Niet alleen definities en cijfers, ook woorden doen ertoe, al moet je ook hier niet op alle slakken zout leggen. Een bericht in nrc.next over de Sintviering meldde dat Piet op de overgrote meerderheid van de scholen „gewoon zwart” was. Hoezo ‘gewoon’? Als iets inzet is van debat, is het nu juist de vraag hoe gewoon dat zwart is. Online werd het vervangen door „nog zwart”.

Een andere lezer kapittelde de krant omdat het woord slaven, bij een stuk over de Libische verkoop van Afrikaanse vluchtelingen, tussen aanhalingstekens was gezet. Waarom? Het antwoord van de eindredacteur is onthullend: hij vroeg zich af of dit wel letterlijk slavernij was, want dat woord roept bij hem het beeld op van trans-Atlantische slavenhandel. In andere stukken werd overigens wel – terecht – gesproken van de ‘Libische slavenmarkt’.

Soms duikt ook ‘tot slaaf gemaakte’ op, in plaats van ‘slaaf’. Dit is een aan het Amerikaanse enslaved ontleende formulering waar activisten op hameren, om duidelijk te maken dat slavernij iets is dat anderen met geweld wordt aangedaan. Ook in sommige musea is deze omschrijving inmiddels courant.

Eindredacteuren van de krant zijn er sceptisch over, en dat is ook begrijpelijk. Je kunt de omschrijving gebruiken om extra nadruk te leggen op de dwang van slavernij (‘natuurlijke’ slaven bestaan niet, al vond Aristoteles kennelijk van wel). Maar ook in ‘slaaf’ ligt al besloten dat dit een onvrijwillige status is. Bovendien, zulke sociaal beschrijvende woorden geven niet de onveranderlijke essentie van een individu weer, als dat de vrees is.

Wat de toekomst van Piet betreft, heeft de krant zich al jaren geleden wél bekeerd, in het Commentaar: dat zwart kan er echt wel af. Gewoon.

Reacties: ombudsman@nrc.nl
    • Sjoerd de Jong