Recensie

Bedwelmend genotmiddel

De enige zwakke plek van de Lexus is de bediening van het multimediasysteem, vindt .

De Lexus LC500h bij Lexus Rotterdam. Foto Peter de Krom

Lexus heeft een nieuwe sportwagen, de LC500. Wel een keurige. Dat wil zeggen: Lexus heeft geen Porsche-killer gebouwd. Akio Toyoda – baas van Toyota en dus ook van Lexus – wilde een comfortabele coupé, geen ploertendoder. Dat wordt de 911 trouwens ook steeds meer om angsthazen niet af te schrikken. No offense. Soft is de tijdgeest. Moed is een schuldbekentenis op Twitter, kracht aanvaarding van je zwakte.

Op het oog zou je hem zijn zachtaardigheid niet nageven. Hij werd ontmaagd op wrede testcircuits, de stoelen zijn hard en uitdagend kuipvormig. Het ontwerp met de bizarre zandlopervormige grille lijkt door gloeiende messen uit het woekerende staal gesneden. De staande ‘poten’ van de voor- en achterlichten, die als T-vormige klauwen op de hoeken de vorm in toom lijken te houden, lopen als druipers in hun voegen – een stijlfiguur die hij haast té ironisch leent van de bezadigde Toyota Prius.

Schitterend is het interieur in een melange van leer en alcantara. Het strakke dashboard heeft twee horizontale, trapsgewijs geplaatste niveaus met tussen de treden in een staande lijst voor de ventilatieroosters, het infotainmentscherm en een klassiek analoog klokje. De huif met de digitale meters stijgt er achter het driespaaks stuur als een tafelberg bovenuit. Enige gimmick: na een druk op de knop schuift het ronde display voor snelheidsmeter en toerenteller opzij om de boordcomputer te onthullen. Zal ik, geweten? Toe maar jongen. Komt-ie: vet!

De afwerking is subliem, het vormenspectrum enig in zijn soort. Al naar gelang de zichthoek is hij grof en elegant. Het is verbazingwekkend hoe harmonieus de van opzij bekeken harde lijnen in drie dimensies opgaan in een rond, romig totaal. Meer dan de conformistischer Europese concurrenten heeft Lexus een volstrekt authentieke stijl ontwikkeld.

Aanleunwoning

Hij is inderdaad heel omgangsvriendelijk. Er zijn vier ook achterin bewoonbare zitplaatsen die je het benauwend lage coupédak niet zou toedichten. Binnen heerst bij beschaafde omgang de rust van een aanleunwoning. Zoals alle Lexussen is de LC er als milieuvriendelijke hybride, de 500h. Die rijd ik nadat ik eerst het topmodel met de V8 heb geprobeerd. Een waanzinnig fuifnummer met automatische tienversnellingsbak, dat door zijn hogere CO2-uitstoot wel vijftigduizend meer moet opbrengen dan de bedeesdere hybride. Lexus zal er in Nederland, vrees ik, niet een verkopen. Temeer omdat de LC 500h met V6 plus 180 pk sterke elektromotor verrassend gunstig uit de vergelijking komt.

De nieuwe Lexus wordt gepresenteerd op de Noord-Amerikaanse Internationale Autoshow in het Cobo Center in Detroit. Foto Tannen Maury / EPA

Voor een sportwagen is een hybride aandrijflijn niets ongewoons meer. De LaFerrari, de McLaren P1, de Porsche 918 en de BMW i8 hebben er in competitieve zin geen veer voor hoeven laten. De LC 500h moet ten opzichte van de V8 niettemin wat vlekjes wegwerken. Hij heeft 118 pk minder – 359 tegenover 477 – en weegt vijftig kilo meer dan de al twee ton zware grote broer. Daarbij komt de traploze automaat die alle hybride Toyota’s hebben. Hij mist de versnellingen die de gepassioneerde sportwagencoureur bespeelt als toetsenbord van zijn lawaaiklavier; twee tandjes terug en hoor dat brullen! Zo is de man. Lexus komt hem tegemoet met de Multi Stage-transmissie; met flippers aan het stuur zijn het toerental en daarmee het volume in tien stappen kunstmatig bespeelbaar.

Het is nodeloze Spielerei. Ten eerste trekt hij zonder flipperacties net zo snel, in 4,7 seconden, naar 100 als de achtcilinder. Ten tweede koerst hij scherper dan alle min of meer sportief bedoelde Lexussen vóór hem. Van alle topmerken die ik ken heeft alleen Porsche zo’n gevoelige, natuurlijk aanvoelende stuurinrichting, die dankzij de meesturende achterwielen – optie! – geen kind heeft aan de massa. Ik heb er beschamend hard mee gereden bij een dankzij de energiebesparende techniek gemiddeld brandstofverbruik van 1 op 13. De LC is een esthetisch en akoestisch bedwelmend genotmiddel.

Zijn enige zwakke plek is de bediening van het multimediasysteem. Dat is een aanklacht tegen de wiskundige doordachtheid van haast alles aan de auto. Je bespeelt de schermmenu’s door via een touchpad een lichtzone naar de functiesymbolen te bewegen. Dat gaat onder het rijden schokkerig en onnauwkeurig, of je op spekzolen op ijs wandelt. Misschien is het motorisch ongerief gesneden koek voor mensen die met stokjes eten, maar wij van het avondland zijn grove klanten. Voor Wiedergutmachtung acht men ons blijkbaar te min, want elke nieuwe Lexus heeft dat treiterinstrument. De onvermurwbaarheid is de nachtzijde van een principiële eigenzinnigheid die de LC uniek maakt. Behandel het als een charmant, modern gebrek; je kracht is je zwakte.