‘Ambachtswerk hoort bij binnenstad’

Meubelmaker

Middenin de Jordaan maken twee mannen meubels zonder lijm en schroeven. Er verdwijnen te veel ambachtslieden uit het centrum vinden ze; zij kozen bewust voor de binnenstad.

Achter het winkeltje van KILO in de Westerstraat, hartje Jordaan, bevindt zich een complete meubelwerkplaats. Foto KILO

De meubels van KILO zijn een soort 3D-puzzels. Zonder lijm of schroeven schuif je ze zo in elkaar, mits je het stappenplan nauwkeurig volgt. Maar oprichters Peter Smit (39) en Jan Paul Koning (39) maken geen speelgoed. Ze hebben de vuistregel dat ze met z’n tweeën op elk KILO-meubel moeten kunnen staan. Het materiaal waaruit de meubels bestaan, multiplex berkenhout, moet daarom een dikte van precies 18,4 millimeter hebben, zodat de afzonderlijke delen niet wiebelen. In de winkel aan de Westerstraat, middenin de Jordaan, ruikt het naar zaagsel. Eind september openden ze hier hun zaak.

Door de afwezigheid van lijm en schroeven kunnen klanten over de hele wereld hun ‘bouwpakket’ uit een doos pakken en de meubels zelf in elkaar zetten. Alleen bij de lades zijn schroeven onvermijdelijk. De mannen proberen zo een tegengeluid te bieden aan de ‘wegwerpcultuur’ die er binnen de meubelindustrie heerst, volgens hen.

Ze kunnen het weten; beiden verhuisden vaak. Zo verkaste Smit voor zijn vorige werkgever, het modemerk Gsus, „elke anderhalf jaar”. Meubels verhuisde hij nooit mee, maar kocht hij ook niet steeds nieuw; hij maakte ze van zelf gesprokkelde houten platen.

Maar wacht even. Zo’n bouwpakket klinkt wel erg IKEA. Is dat niet júíst ‘wegwerpcultuur’? „Heb je al eens een IKEA-kast meer dan twee keer uit elkaar gehaald? Die kan bij het grofvuil”, zegt Koning. „Onze meubels moeten erfstukken worden, net als de eikenhouten kast van je oma. Die krijg je ook niet zomaar kapot.” KILO geeft levenslange garantie. Hun „slow furniture” kost tussen de 99 en 1.299 euro.

Hun ontwerpen vereisen een machinale precisie, zeggen de schoolvrienden uit Doetinchem. In hun werkplaats achterin de winkel staat een freesmachine van 680 kilo, die hun voorgeprogrammeerde ontwerp met één muisklik uitsnijdt. Het vormpje is daarna zo uit de plank te drukken. Een klant kan in de winkel zijn of haar net bestelde krukje uitgezaagd, geschuurd en in elkaar geschoven zien worden in slechts een half uur.

Het is alleen nog de vraag of dit mag. Het pand is eigenlijk bestemd voor ‘retail’, winkels dus. Nou hebben ze inderdaad hun meubels uitgestald in een etalage, maar er is óók een werkplaats. Hun machine heeft nog een te hoog vermogen voor zo’n historische plek. Ze moeten nog aan de gemeente bewijzen dat ze niet te veel lawaai maken.

Zijzelf hebben er alle vertrouwen in. Hun werkplaats bevindt zich in een soort geluiddichte box van hooguit 10 vierkante meter. De box ‘zweeft’ eigenlijk, zeggen de heren: de vloer rust op kokosmatten, tussen de muren zit decimeters isolatie. De box mag nergens aan het pand bevestigd zijn. „Met elk schroefje glipt 5 tot 10 procent van het geluid weg.” Met de dubbele deuren van de werkplaats gesloten maakt het espressoapparaat in de winkel zelfs meer lawaai.

Moet de werkplaats per se in de winkel? „Ja.” Onderdeel van het concept. „De klant kan het product geboren zien worden.” En dat is bittere noodzaak: als retailer moet je tegenwoordig wat extra’s bieden, zeggen ze.

De mannen willen de meubelmaker terugbrengen naar de Amsterdamse binnenstad. Door „het maakproces met de eindgebruiker te delen”, hopen ze dat een „emotionele band” ontstaat tussen mens en product. Veel ambachtslieden verdwijnen juist uit het centrum, zeggen ze. Pas geleden nog een houthandel aan de overkant. Meubelmaker 2D&W vertrok vorig jaar van de Egelantiersgracht om de hoek naar een industrieterrein bij station Sloterdijk. Koning: „Ze krijgen allemaal problemen met de toelevering en het geluid.”

Ook KILO heeft die beperkingen. Zo is er in het smalle huis geen ruimte voor een houtzaag. „We doen alles met één freesmachine. Zeer ongebruikelijk in deze tijd.” Desondanks is het doel: opschalen. Gezien de kleine winkel moet die groei vooral online plaatsvinden. Op het NDSM-terrein hebben ze nog een andere werkplaats, waar ze die productie kunnen draaien, zeggen ze. Op termijn willen ze uitbreiden naar andere Europese steden.

Maar het pand in de Jordaan behouden ze ook – dat sowieso.

    • Menno Sedee