Opinie

    • Folkert Jensma

Advocaten, stap eens uit je verdienmodel

Onlangs woonde ik een paar interessante zittingen bij van de experimentele ‘spreekuurrechter’ in de rechtbank Noord Nederland. Een pilot die veel aandacht trekt en ook succesvol lijkt. Het lijkt me de meest inspirerende vernieuwing in de rechtspraak sinds het kort geding. Dat overigens wel wat op het rechterlijk spreekuur lijkt: snel, niet al te duur en meteen doorslaggevend. Het rechterlijk spreekuur lijkt vooral nuttig als preventieve rechtspraak – door mondeling conflicten op één zitting binnen maximaal 2 à 3 weken te beslechten kan het stapels dossiers en de bijbehorende ellende uit de juridische loopgraven voorkomen. Voor 20 miljoen euro structureel per jaar zijn dergelijke rechters in 41 grotere gemeenten aan te stellen, zo rekende de Raad voor de Rechtspraak de informateur deze zomer voor.

In de trein terug dacht ik aan de recente jaarlijkse Gerbrandy-lezing van de landelijke Orde van Advocaten waar een advocaat in een paneldiscussie was uitgevaren tegen voorzitter Bakker van de Raad. Die vertelt al enige tijd dat ‘experimenteren’ nodig is om maatschappelijk relevante rechtspraak te kunnen blijven leveren. Goed, dat was dus wel het láátste wat de rechtspraak moest gaan doen, ex-pe-ri-men-te-ren, zei deze advocaat laatdunkend. Dat „kunnen ze helemaal niet” die rechters, daar had je „experts” voor nodig. Bovendien, „je gaat toch niet met rechtspraak experimenteren!” Nee, wat de rechtspraak eindelijk eens moest gaan doen, is het verkorten van de ‘doorlooptijden’. Uit het jongste jaarverslag van de Rechtspraak was hem gebleken dat de laatste drie jaar daarin geen beweging zat. En als zijn cliënten nu érgens behoefte aan hadden, dan was het wel aan tijdige uitspraken.

Zo, die zat. Gewoon je werk doen en graag wat sneller. We waren weer terug bij af. Advocaten mopperen over rechters en rechters over advocaten and never the twain shall meet. Iedereen is voor tijdige rechtspraak, tenzij de cliënt natuurlijk gebaat is bij uitstel en dan is doorlooptijd juist declaratiegoud. Volgend dossier graag. Doodvermoeiend dat juridische wereldje, bevolkt door onafhankelijke types die het functioneel per definitie beter weten dan die andere toga en dat ook prachtig kunnen uitleggen.

Dit type spanningen zit ook in het project spreekuurrechter. Waarbij ik erken dat je ook niet zomaar wat in de rondte kunt gaan klooien met toegang tot het recht, het gezag van de rechter of rechtsbescherming van de burger. Rechtspraak is maatschappelijk kapitaal waar we zuinig op moeten zijn. Dus de ‘handen af’-reflex kan ik ook wel plaatsen. Tegelijk wordt bij de spreekuurrechter ook duidelijk wat de samenleving nodig heeft en de rechtspraak (of de advocatuur) niet bieden. Dat is minder rechtspraak en recht, en juist niet meer. Als buitenstaander krijg je soms het idee dat voor juristen het recht doel op zichzelf is – de vraag wie er gelijk heeft domineert, niet of dat ook iets oplost. Veel conflicten etteren ook door, ongeacht het vonnis.

Kennis van het recht is bovendien een verdienmodel. En dan is snelle, korte, mondelinge, dossierloze, informele rechtspraak natuurlijk niet in het korte-termijnbelang van de advocatuur. Die werkt in het noorden van het land dan ook zo min mogelijk mee. Terwijl de charme van de spreekuurrechter juist is, dat je opeens weer terug bent bij de kern van de overheidsrechtspraak. Gewoon één gezaghebbende persoon die partijen de weg wijst.

Tot nu toe komen er vooral die conflicten terecht waarin partijen vastliepen, ondanks hulp, advies of druk van mediators en verzekeringsjuristen. En waar burgers vooral snel vanaf willen, omdat men van de spanning niet meer slaapt of zelfs medische klachten krijgt. Dan is snel, goedkoop en eenvoudig een zegen, als procesvariant.

Dat de rechter het dan zo onjuridisch mogelijk houdt, vindt niemand een bezwaar, maar juist een verdienste. Behalve dan de enige partijen die, zo blijkt uit een inventarisatie in het Nederlands Juristenblad, de gang naar het spreekuur nog weigeren. Dat zijn dus die advocaten en nota bene overheden. Beiden lijken liever ‘gewoon’ te procederen. Ik zou zeggen, doe eens gek en kom uit je hok. Experimenteren, het doet geen zeer, heus.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht
    • Folkert Jensma