Opinie

    • Lamyae Aharouay

Zeg, Sybrand, hoe zit het met die Gewone Nederlander?

Definitie

Ruim honderdzestig lezers reageerden op een oproep van columnist Lamyae Aharouay: wil de Gewone Nederlander zich melden? Met acht van hen trok zij een dag op. Nu sluit zij haar serie af met CDA-leider Sybrand van Haersma Buma, met wiens H.J. Schoo-lezing het allemaal begon.

Om de laatste Gewone Nederlander te spreken, moet ik mij bij de ingang van het pand waar hij verblijft identificeren. Mijn jas, schoenen en tas gaan in een oranje bakje door een scanner. Ik zelf ga door een detectiepoortje.

De voorlichter die het gesprek had geregeld, zou eerst op maandag terugbellen. Toen op dinsdag. Uiteindelijk werd het woensdag. „Het gaat niet lukken”, vertelde hij, waarna ik ‘toch bedankt’ antwoordde en ophing.

Maar het wás niet oké en dus stuurde ik een sms waarin ik uitlegde waarom de afspraak wél door moest gaan, om vervolgens een paar uur te denken dat ik mezelf voor schut had gezet. Aan het eind van de middag verscheen de naam van de voorlichter op mijn telefoonscherm. Ik mocht langskomen.

Na wat poortjes en een sluis loop ik de trap op naar de vleugel waar de Gewone Nederlander werkt. Die is gehuisvest in een statig deel van het gebouw, met authentieke muurschilderingen. De secretaresse van de Gewone Nederlander klopt op de deur. Er klinkt een ‘ja!’. Daarna schud ik CDA-leider Sybrand van Haersma Buma de hand. En die van zijn voorlichter, want die zit erbij.

De afgelopen weken bezocht ik acht Gewone Nederlanders die reageerden op mijn oproep: wilt u zich melden. Ik had nog weken door kunnen gaan, want meer dan 160 mensen schreven me. Maar voordat je het weet, wordt zo’n serie gewoontjes, en dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Vragen en zorgen

Buma vertelt dat hij de serie heeft gevolgd. Ik vraag of het de Gewone Nederlanders zijn die hij voor ogen had tijdens het schrijven van de H.J. Schoo-lezing, waarmee het allemaal begon. Hij zegt daarin dat de boze burger ten onrechte boos wordt genoemd, en dat het gaat om gewone mensen. Wie dat precies zijn, blijft onduidelijk. In zijn lezing schetst Buma een gewone Nederlander die overvallen werd door de multiculturele samenleving. „Hij bleef verweesd achter nadat de elite er met zijn vrijheid en gelijkheid vandoor ging en dat aan nieuwkomers gaf.”

De Gewone Nederlander was niet de kern van zijn verhaal, zegt Buma nu. Het ging hem om de vragen en zorgen die de loop van de politiek bepalen. Ik zeg dat hij de Gewone Nederlander toch niet voor niets dertien keer in één lezing noemde. „Goed dat je dat geteld hebt, ik heb dat niet gedaan”, antwoordt hij.

Ik heb Buma de afgelopen tijd vaak zien en horen uitleggen wie volgens hem ‘gewoon’ is. Maar echt helder werd het nooit. En, om teleurstelling te voorkomen, dat wordt het in dit stukje ook niet. Ik vraag Buma wie de óngewone Nederlander is, wellicht schept dat duidelijkheid. Maar hij antwoordt: „Mijn claim is dat je niet een afgebakende groep ‘gewoon’ kan maken. Dan moet je ook niet een afgebakende groep on-gewoon maken.”

In een wereld die verandert, komt een groep niet mee, en juist die groep bepaalt nu de loop van de politiek.

Het gaat hem om iets anders, zegt Buma. In een wereld die verandert, komt een groep niet mee, en juist die groep bepaalt nu de loop van de politiek. „Wat – en dan komt toch dat woord – hele gewone mensen zijn.” Denk aan de verkiezing van Trump. Aan Brexit. „Allemaal mensen die het beste voor hun toekomst willen, voor hun gezin, hun omgeving, hun land, maar het gevoel hebben dat een groep kosmopolieten die de wereld wel aankan, de loop bepaalt. En zij niet.” Die groep moet niet weggezet worden als boos, vindt Buma. „Het zijn gewone Nederlanders. Net zoals een immigrant ook een gewone Nederlander is. En jij en ik ook Gewone Nederlanders zijn.”

Hoe anders is de opstelling van premier Mark Rutte. Op YouTube beantwoordt hij de vraag van een burger („Goeie vraag, Rita!”) over wie die gewone Nederlanders zijn. „Nou Rita, dat zijn jij en ik!” Volgens Rutte is iedereen die iets van zijn leven wil maken gewoon. Hij heeft het over mensen die vooruit willen komen, die hard werken, dat hebben gedaan, of dat willen doen. Een paar steekwoorden: ‘positief bijdragen aan het land’, ‘vroeg opstaan’, ‘hard werken’, ‘middenklasse’.

Een heel ander geluid dan dat van Buma, kortom. Voor hem is de Gewone Nederlander een slachtoffer, iemand die machteloos moet toezien hoe de wereld verandert zonder dat hij er zelf een bijdrage aan kan leveren. Voor de VVD is het juist iets positiefs: mouwen opgestroopt en gaan met die banaan.

„Economisch burgerschap”, zo noemt Ilias el Hadioui het, socioloog en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Let daar op. Dat raakt zo veel mensen. Er zit een grote groep in die bijvoorbeeld verongelijkt is dat zijn kind maar een paar tientjes studiefinanciering krijgt, terwijl dat van zijn werkloze buurman honderden euro’s krijgt. Al die sentimenten zijn effectief om op in te spelen.”

Superdivers

Wat de discussie over gewone en ongewone Nederlanders zo ingewikkeld maakt, is dat die gevoerd wordt binnen de context van joods-christelijke waarden, identiteit, vluchtelingen, aanslagen en de multiculturele samenleving. In zijn lezing zegt Buma over de Gewone Nederlanders: „Het denken in termen van vrijheid en gelijkheid had een versnipperde multiculturele samenleving geschapen die de hunne niet was.”

Voor zijn proefschrift doet El Hadioui onderzoek naar „de relatie tussen gepercipieerde sociale uitsluiting en identificatie met Rotterdam en Nederland onder Rotterdamse schoolgaande jongeren van verschillende afkomst”. De stedelijke omgeving is superdivers, zegt hij. Een kenmerk daarvan is dat er geen meerderheidsgroep meer is. Dat betekent dat definities veranderen, in dit geval van ‘Rotterdammerschap’. Wat betekent het om Rotterdammer te zijn? „In het onderzoek was iedereen comfortabel over het Rotterdammer zijn, van welke achtergrond dan ook.” Vraag je naar Nederlanderschap, dan wordt het ingewikkeld.

Mijn eerste reflex na de Buma-lezing is om mezelf buitenspel te zetten. De nieuwkomer wordt geschetst als afpakker, als boeman. Kan een nieuwkomer niet gewoon zijn, of wórden? De Gewone Nederlander als slachtoffer van de multiculturele samenleving – wat zegt dat over de mensen die haar multicultureel maken?

„Dat we allemaal in dit land onze plek hebben, want allemaal hebben we het recht om hier te wonen, wie je ook bent”, zegt Buma in zijn werkkamer. „Mensen zien hun buurt verkleuren, hebben buren die de taal niet spreken. Het zijn vaak autochtonen, maar dat hoeft niet, die zich maar thuis moeten voelen terwijl ze dat niet meer doen. En het gaat niet alleen daarover, het gaat ook om globalisering, robotisering…”

Sinds de jaren zestig is de wereld individualistischer geworden, gaat Buma verder. Iedereen zijn eigen rechten. „Dat leek een soort bevrijding. Iedereen mag doen wat hij wil.” Anno nu is een gevoel van gezamenlijkheid volgens hem verdwenen. „Dus moeten we in die nieuwe samenleving dat gezamenlijke weer terugvinden. In een andere context die veel multicultureler is, die qua opleiding en qua inkomen anders is dan veertig jaar geleden. Maar die één ding verloren heeft: het gevoel dat we als Nederland een land zijn dat ook verder kan komen. En dat is wat ik bedoel. Nou jij weer.”

Die nieuwkomers, wat is hun plek in dit verhaal?

Nog niet overtuigd, pak ik zijn lezing er weer bij. Wat bedoelt hij met ‘Alsof de elite er met hun [van de gewone Nederlanders] vrijheid en gelijkheid vandoor ging en ze aan de nieuwkomers gaf’? Ja, zegt Buma, dat gevoel hebben ze. En die nieuwkomers, wat is hun plek in dit verhaal? „Je doet aan een vorm van exegese, waarmee je het risico loopt het overkoepelende weg te halen, en dat zou jammer zijn.”

Hij vertelt weer over Trump, Brexit en de mensen die over het hoofd zijn gezien terwijl de wereld veranderde. „Dan zie ik een heleboel mensen die eigenlijk vroeger het gevoel hadden dat ze het land droegen, en nu het gevoel hebben dat ze aan de zijlijn staan. Zie de politieke gevolgen als je daar niet serieus naar kijkt.” De oplossing is volgens hem om die mensen herkenning terug te geven. „Het hervinden van het gevoel van een identiteit en een gemeenschap.”

Maar het is juist die identiteit, stel ik, die veranderd is. Het is niet meer wat het was, de samenstelling van de groep die zich in die identiteit moet herkennen, is veranderd. Buma: „Ik denk dat de identiteit van dit stukje grond wel degelijk ontleend kan worden aan wat hier in het verleden is gebeurd.”

De gastarbeiders die hier in de jaren zestig heen kwamen, kinderen kregen, ook zij maken deel uit van die geschiedenis. Is dit dan het moment om de identiteit in Nederland te herijken? „Ja, dat is de grote vraag. Als we in dit land vinden dat we iets delen, dan zou het heel goed zijn om te rade te gaan bij wat de afgelopen eeuwen dit land heeft gemaakt tot wat het is.” Dat is dus ook de veranderende samenstelling van het land, zeg ik. Maar de tijd is op, de volgende afspraak staat al op de gang te wachten.

Materialistische zaken

De Gewone Nederlanders die ik de afgelopen acht weken mocht ontmoeten, zullen niet door iedereen even gewoon worden genoemd. De een vindt ze te hoog opgeleid, de ander te rijk. Maar het is eigenlijk best gek dat we anderen kwalificeren als ‘ongewoon’ op basis daarvan. Zijn het materialistische zaken die ons gewoon maken, of zijn het onze eigenschappen en het leven dat ons overkomt? De meeste Gewone Nederlanders die reageerden op mijn oproep, schreven over dat eerste als reden van hun gewoonheid, maar in mijn ontmoeting kwam juist het tweede ter sprake, en dan bleek iedereen juist weer ongewoon te zijn.

U begrijpt, wie die Gewone Nederlander is, daar ben ik nog niet uit. En dat doet er ook niet toe. Want wat ik wél leerde, is dat ik overeenkomsten vond met iedereen die ik sprak. En juist die overeenkomsten, soms groots, soms onbenullig, geven een gevoel van saamhorigheid. Daar moeten we naar op zoek.

    • Lamyae Aharouay