Wiebes scherp op prijs energietransitie

Klimaatakkoord

De klimaatminister vreest dat door hoge kosten het draagvlak voor een schoner milieu verdwijnt. Hij wil zelf borg staan voor efficiëntie.

Het grootste zonnepark van Nederland in Farmsum bij Delfzijl. Foto Kees van de Veen

Het Klimaatakkoord moet al komende zomer in hoofdlijnen gereed zijn. Anders dan bij het lopende Energieakkoord is er geen hoofdrol weggelegd voor de Sociaal Economische Raad. „We moeten het publieke belang nu beter dan toen in de gaten houden’’, zei klimaatminister Eric Wiebes (VVD) vrijdag in een toelichting op een brief aan de Kamer.

Hij wil met name de kosten van de energietransitie zelf in de gaten houden. Wiebes vreest dat een te hoog prijskaartje draagvlak voor de energietransitie reduceert. Regeringsadviseur SER krijgt nu slechts „een faciliterende rol”.

Het volgend jaar te sluiten Klimaatakkoord moet ervoor zorgen dat de uitstoot van CO2 in Nederland in 2030 49 procent lager ligt dan in 1990. En dat streven moet de weg vrij maken naar een bijna CO2-vrij 2050. „Daarbij wordt kostenbeheersing van het grootste belang. De kosten zijn naar verwachting al hoog, maar nog te dragen. Als ze te hoog worden, dan haakt iedereen af”, aldus Wiebes.

Energieakkoord

Bij het Energieakkoord in 2013 vonden meer dan veertig partijen elkaar onder leiding van SER-voorzitter Wiebe Draijer in afspraken over duurzame energie en besparing. Nu wil de klimaatminister meer invloed „om het publieke belang” te garanderen. Onderzoeksbureau CE Delft gaat uit van jaarlijks gemiddeld 20 miljard euro aan extra kosten tot 2050.

Net als in 2013 zullen komend jaar veel bedrijven, overheden en milieuclubs aanschuiven. Wiebes onderscheidt vijf ‘tafels’ die elk tot een akkoord moeten komen. Daarbij gaat het wat de grote bedrijven betreft om de energiesector en de industrie. Ook gaat er onderhandeld worden over de zogeheten bebouwde omgeving – bijvoorbeeld het isoleren en aardgasvrij maken van huizen en kassen. Verder krijgt de energietransitie binnen de landbouw en de transportsector (mobiliteit) komend jaar gestalte. Boven de ‘tafels’ moet een „technisch coördinator” komen die het geheel overziet en het klimaatakkoord smeedt. Voor namen is het volgens Wiebes nog te vroeg. De minister wil in februari doel en spelregels (zoals budgettaire grenzen) van de hele operatie hebben geformuleerd.

Afgelopen maandag had Wiebes in een besloten bijeenkomst met 200 mensen uit de energiewereld, van overheden en uit de milieuwereld al laten weten dat de doelen van het regeerakkoord in beton zijn gegoten, maar de precieze invulling niet. Dus de reductie van 49 procent CO2 is niet onderhandelbaar; over de mate waarin daarvoor CO2 moet worden opgevangen en opgeslagen valt te praten. Op de belangrijke rol van die opslag, CCS genaamd, kwam veel kritiek. „Als iemand een briljant plan kan vervangen door een briljanter plan, dan is dat welkom”.

Het nieuwe kabinet wil de uitstoot van CO2 in 2030 gehalveerd hebben. Lees: Op naar een schoon 2030, maar hoe?

De SER mag dan geen voortrekkersrol meer krijgen, de manier waarop nu de doelen uit het Energieakkoord worden gehaald, verdient wat Wiebes betreft navolging. Oud-minister Ed Nijpels komt als voorzitter van de zogeheten Borgingscommissie van de SER met extra maatregelen als de doelen niet worden gehaald. „We maken in 2018 afspraken, maar het belangrijkste is natuurlijk dat dit tot 2030 wordt uitgevoerd. Iedereen moet dus op zijn afspraken worden afgerekend”, aldus Wiebes.

    • Erik van der Walle