Illustratie Matt Kenyon

Wie eenmaal aan de macht is, wordt minder empathisch

Dacher Keltner psycholoog

De Amerikaanse psycholoog Dacher Keltner heeft twee, zo op het oog tegengestelde, interessegebieden: geluk en macht. Toch ziet hij verbanden tussen de twee.

‘Thank you for your enthusiasm’ staat er op een handgeschreven briefje naast de werkkamer van Dacher Keltner, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Berkeley, net buiten San Francisco. De deur staat altijd open: elke student of collega mag binnenlopen voor een vraag, een opmerking of zomaar een gesprek. Aan de muur hangen tientallen foto’s van Keltners vrouw en hun twee puberdochters en door het raam schijnt de Californische najaarszon naar binnen. Tel daarbij op het pretgezicht van Keltner en je waant je in een feel-good movie – zeker als je zijn specialisatie kent.

Keltner maakte naam als ‘geluksprofessor’ en schreef Born to be Good, een populair-wetenschappelijk boek over hoe een betekenisvol leven te leiden. Ook richtte hij het Greater Good Science Center op: een aan de universiteit verbonden instituut dat psychologisch, sociologisch en neurologisch onderzoek doet naar onderwerpen als compassie en altruïsme.

Des te opvallender te midden van al dat geluk is zijn andere interessegebied: macht. In 2016, net voordat Donald Trump de Amerikaanse verkiezingen won, verscheen Keltners boek The Power Paradox, over het verkrijgen, behouden en verliezen van macht.

Enerzijds liefdevolle zelfopoffering, anderzijds onze egocentrische schaduwzijde: staan geluk en macht lijnrecht tegenover elkaar?

„Dat hangt af van je definitie van ‘macht’. Wij associëren dat woord vaak met dwang, met dominantie, met alleenheersers. Maar als je macht ziet als je capaciteit om een verschil in de wereld te maken, om levens van anderen te beïnvloeden - dus ook in positieve zin - in feite is er sprake van macht in elke intermenselijke relatie. Tussen partners onderling, tussen ouders en kinderen, broers en zussen... Macht kan ook voor grotere verbondenheid zorgen, en juist dat leidt weer tot een groter geluksgevoel.”

Die verbondenheid lijkt bij machtigen vaak te ontbreken. It's lonely at the top...

„En dat is precies het paradoxale van macht: zodra je het hebt, verlies je vaak de eigenschappen waardoor je het verwierf. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat persoonlijkheidstrekken als kalmte, openheid, enthousiasme, vriendelijkheid en focus eigenschappen zijn waarop we onze leiders uitkiezen. Kiezen ja, want in werkelijkheid is macht iets dat anderen aan iemand geven. Niet iets dat je in je eentje grijpt. Zelfs een dictator heeft mensen nodig die hem macht gunnen. Macht verkrijgen we vaak door daden van compassie, maar eenmaal aan de top beginnen we ons arrogant en onethisch te gedragen.”

Hoe is die omslag te verklaren?

„Onder andere doordat we, eenmaal aan de macht, minder empathisch worden. Dat hebben we onderzocht met een heel simpel experiment: we lieten mensen naar een plaatje van een ladder met twaalf sporten kijken, en daarna een minuut denken aan ofwel de machtigste mensen van de Verenigde Staten, ofwel de meest arme mensen. Daarna moesten ze een X tekenen op de sport waar ze voor hun gevoel zelf stonden. Wie had gedacht aan kansarme mensen, plaatste zichzelf op een hogere sport. Daarna moesten ze een bekende empathietest doen: kijken naar foto's van ogen, en met behulp van meerkeuzevragen de emotie kiezen die het beste bij de desbetreffende oogopslag paste... De mensen die zichzelf hoger op de ladder hadden geplaatst, scoorden lager op de empathietest.”

Macht zorgt ervoor dat onze focus minder op de ander ligt?

„Precies. Let maar eens op: mensen met macht hebben de neiging weg te kijken als je tegen ze praat. Hun aandacht dwaalt af. Terwijl het juist bij empathie – begrijpen wat anderen denken en voelen – belangrijk is dat je luistert en kijkt met aandacht, dat je let op mimiek, non-verbale communicatie... Vrouwen zijn daar van nature beter in, dus ik ben er wel nieuwsgierig naar hoe machtsverhoudingen zullen veranderen nu er steeds meer vrouwen in hoge posities terechtkomen.

Mensen met macht hebben overigens ook minder de neiging om anderen te spiegelen, terwijl ook dat voor verbondenheid zorgt. Denk maar aan mensen die met elkaar flirten – die kopiëren vaak elkaars lichaamshouding.”

Dus om een goede leider te blijven moet je die focus op anderen behouden.

„Abraham Lincoln was daar een ster in. Hij werd in 1860 vrij onverwachts gekozen als president van de Verenigde Staten, en wordt vaak beschouwd als een van de succesvolsten in dat ambt - mede dankzij de afschaffing van de slavernij en de modernisering van de economie. Zijn geheim? Hij ging in gesprek met mensen, hij luisterde echt naar ze. Zijn kiezers voelden zich begrepen. Dat geldt ook voor de kiezers van Trump: boze, witte mannen die hem als een van hen beschouwden. Alleen: zijn focus ligt niet op anderen, maar op het behouden van de macht. Hij neemt impulsieve beslissingen, maakt onrespectvolle opmerkingen en vertelt zelfverheerlijkende verhalen - tekenen van machtsmisbruik, die bij anderen stress en angst oproepen. Stress is bij uitstek een kenmerk van machteloosheid.”

Is macht niet ook stressvol? Denk aan managers met 80-urige werkweken, en haantjesgedrag aan de top...

„Uit onderzoek blijkt juist dat mensen met een toppositie een laag niveau van het stresshormoon cortisol hebben. Ze werken wel veel, maar hebben geen last van chronische stressfactoren als buitensluiting of ongelijkheid. Dat hebben mensen met een lage sociaal-economische status wel. En die chronische stress is niet alleen schadelijk voor de gezondheid, maar zorgt er ook voor dat mensen minder goed zijn in plannen maken en het najagen van doelen. Op die manier is het minder waarschijnlijk dat ze een machtige positie in zullen nemen, en blijft de ongelijkheid in stand.”

Hoe kun je dat patroon doorbreken?

„Door stigmatisering en racisme aan te pakken, bijvoorbeeld. Maar ook op kleinere schaal kun je gevoelens van machteloosheid verminderen, bijvoorbeeld door aandacht te schenken aan dingen die gelukkig maken en stressverlagend werken. Zo raad ik mensen vaak aan om een ‘dankbaarheidsdagboek’ bij te houden, en daarin te focussen op de positieve dingen die ze meemaken.

„Voor mijn werk heb ik veel contact met gevangenen in de San Quentin State Prison, hier in de buurt. Sommigen van hen zitten levenslang vast – hun leven speelt zich af op een paar vierkante meter. Ik vraag ze weleens: waar zijn jullie nog dankbaar voor? Zonlicht op hun gezicht tijdens het luchten, zeggen ze dan. Het lezen van een mooi boek. En vooral: een goede band met andere gevangenen.

„Geluk, zo blijkt keer op keer uit onderzoek, vind je toch vooral tussen mensen. Ook als je een einzelgänger bent. Alleen geven introverte mensen de voorkeur aan een of twee personen als gezelschap, en kunnen extraverte mensen juist extra blij worden van een grotere groep.”

Wat als je er bewust voor kiest geen leidersrol te vervullen?

„Niet iedereen verlangt inderdaad naar absolute macht. Toch kan niemand zich helemaal onttrekken aan machtsrelaties. Ook zonder hoofdredacteurspositie heb jij als journalist macht – jouw stukken kunnen impact hebben op het leven van andere mensen. En ook over mij heb je macht. En ik weer over jou. Kijk, als ik nu zo met jou ga praten” – Keltner leunt achterover, legt zijn voeten op het tafeltje voor hem en zijn handen in zijn nek, ellebogen uitgestoken – „dan hebben we meteen een heel ander gesprek dan wanneer ik ineengedoken en verlegen tegenover je zit. De kunst is om die macht niet te misbruiken.”