Foto Bram Petraeus

Vroeger ging ik op de vuist als iemand ‘aap’ zei

Interview Jürgen Locadia

De racistische bejegening van supporters bij VVV onlangs raakten hem niet, maar choqueerden hem wel. PSV-aanvaller Jürgen Locadia over racisme, mind free-en en zijn eigen onzekerheid.

Hij noemt het de shitload. Jürgen Locadia was eind vorig seizoen matchwinner tegen Ajax (1-0), dat in Eindhoven zijn laatste titelkansen verspeelde. Tegen het eind van de wedstrijd kreeg de PSV-aanvaller het aan de stok met Justin Kluivert, die hem bij zijn nek greep. Direct na het eindsignaal, in gesprek met Fox Sports, noemde Locadia de 17-jarige Ajacied een „snotaap” die „net komt kijken” en „dit niet moet doen”.

Dat heeft Locadia geweten. „Ik kreeg zo veel berichten op Instagram. Extreme berichten. Honderden. Niet normaal. Kankerneger, Zwarte Piet. Aap. Zóveel.” Inmiddels beheert hij zijn eigen sociale media niet meer. „Onder andere daardoor. Dat was niet leuk om te lezen, man. Zoveel haatberichten. Ik bedoel: ik voetbal gewoon, maak een doelpunt. En dan dit.”

Locadia (24) is ingegaan op een uitnodiging om over racisme te praten. In het algemeen in de maatschappij, maar ook over zijn eigen ervaringen. Wat krijgt hij te verduren? En hoe ‘outspoken’ wil hij hierover zijn? De afspraak is: eerst maar eens een kop koffie, om af te tasten. Dan wellicht nog een tweede gesprek.

Aanleiding is het incident eerder dit seizoen in stadion De Koel in Venlo, in oktober. PSV won met 5-2 van VVV. Toen de spelers de veertig treden omhoog liepen naar de kleedkamers, klonken apengeluiden. Iemand riep ‘kankerlijer’ en ‘kankerneger’. Locadia was één van de donkere PSV-spelers die mikpunt waren. „Ik ben er niet door geraakt”, zegt hij. „Wel gechoqueerd dat het nog steeds gebeurt.”

Twee jaar geleden. Ik moest warmlopen. Echt extreem wat ik hoorde.

Stel dat die mannen in De Koel nu met je zouden willen praten. Zou je dat doen?

„Misschien wel, man.” Hij denkt even na. „Ik ben wel beledigd. Maar het is niet zo dat ik met ze wil vechten of zo. Het zou ergens wel interessant zijn om te weten hoe zij denken. Waarom ze dat roepen.”

Hoor je altijd wat er geroepen wordt?

„Ja. Je denkt dat we niks kunnen horen, maar we horen alles. Echt alles. Ik ben gefocust op de bal, op de tegenstander en medespelers. En toch hoor je het. Ook al wil je het niet.”

Is dat vaak racistisch?

„Heel af en toe hoor je zoiets. Bij VVV kwam het eruit. Maar meer mensen denken het, stiekem.”

Waar baseer je dat op?

„Ik voel die haat ofzo. Je zegt dit niet zomaar. Er zijn zoveel scheldwoorden die je kan gebruiken, zo’n woord komt niet zomaar in je op. Je doet het bewust. Ik denk dat veel meer mensen dat hebben, maar niet uitspreken. Achter je laptop, op je telefoon is het makkelijk wat te sturen. Zij hadden, zeg maar, de ballen om het te schreeuwen.”

Had je vroeger met racisme te maken?

„Ja. Andere kinderen uit de buurt, op de middelbare school, merk je wel stiekem. Hoe er gesproken werd. Op het veld werd ik weleens uitgescholden. Aap. Neger. Dat soort dingen.”

Hoe ging je daar mee om?

„Vechten. Meteen. Het deed wel pijn om zulke dingen te horen. Toen ging ik meteen op de vuist. Wat ik nu niet zou doen. Niet meer zo snel.”

Aan de bar op trainingscomplex De Herdgang zit een ontspannen jongeman in wijde trainingsoutfit. Het is eind oktober, die week heeft Locadia zijn vriendin met succes ten huwelijk gevraagd. Tattoo’s lopen over zijn handen en in zijn nek. Yaricio staat er, de naam van zijn oudste zoon. Afgelopen mei werd Yesiah geboren.

Hij is een wat introverte jongen, zonder dat hij een pantser optrekt. Voor iemand die zichzelf „sowieso niet echt een prater” noemt, gaan ruim anderhalf uur interview hem goed af. Locadia groeide op in Emmen en kwam via de jeugd van Willem II op 16-jarige leeftijd bij PSV terecht. Hij debuteerde vijf jaar geleden in het eerste met een hattrick. Nu staat hij tweede op de topscorerslijst in de eredivisie met negen goals, ploeggenoot Hirving Lozano maakte er tien.

Hij verbindt zich vanaf volgend jaar als ambassadeur aan Stop Pesten Nu. PSV en de stichting zijn bij Locadia uitgekomen omdat hij vaak – onbedoeld – negatieve beeldvorming oproept. En dus ook veel over zich heen krijgt. „Mensen moeten niet oordelen op eerste indrukken. Ik kom wat agressief over, denk ik. En ik zeg ook altijd hoe ik erover denk.”

Neem de uitschakeling van PSV in de Europese voorronde, afgelopen zomer. Na de tweede nederlaag tegen het Kroatische Osijek zei hij dat hij niet het ‘wedstrijd-van-het-jaar- gevoel’ had kunnen oproepen. „Het is geen Bayern München”, zei hij. Weer kwam de shitload.

Foto Bram Petraeus

Zou je het nu anders zeggen?

„Dat? Zou ik zo weer zeggen. Het is mijn gevoel. Ik kan wel gaan liegen, maar wat schiet je daar mee op. Ik ben ook een mens, met mijn mening.”

Wíllen mensen jouw waarheid wel weten?

„Misschien niet. Wij zijn een soort stereotype. We verdienen geld. Doen niks. Trappen tegen de bal. Hou verder je mond maar, dat idee.”

Want vind je daarvan?

„Het beeld klopt wel een beetje. Dit is wat wij laten zien. De auto’s. De VIP-ruimtes als we uitgaan. De flessen. Ze zien je schoenen, je riem. Ze zien hoe je bent op het veld. Hoe je je daar presenteert. Maar niet hoe we thuis zijn, met de kinderen.”

Vier weken later spreken we af in Locadia’s huurhuis, aan de Belgische grens. „Hier kom ik tot rust”, zegt hij nadat hij zijn matzwarte Mercedes na de dinsdagmiddagtraining in stevig tempo door de avondspits heeft geloodst. „Ik hou er van om alleen te zijn. Misschien meer dan anderen, ik heb het nodig om tot rust te komen. Geen stemmen te horen. Niemand om me heen te hebben.”

Met zijn gezin woont Locadia in een Eindhovens appartement. „Ik ben merendeels daar. Maar de dag voor de wedstrijd slaap ik hier, vaak in het weekend dus. Ze begrijpt het wel, dat ik die tijd voor mezelf nodig heb. Om te focussen, muziek te maken. Met kinderen om je heen is dat moeilijk. Dan moet de koptelefoon op.”

Aan de muur, boven een kolossale lederen bank, hangt een afbeelding van een ontbloot vrouwenlijf. De tv staat afgestemd op Fox Sports. Er is een zwembad in het huis, een pokertafel. In een hoek staat een kist met speelgoed, voor als zoon Yaricio langskomt. Centraal in de riante vide staat het speelgoed van papa: een Pioneer-mengpaneel met speakerinstallatie.

Afgelopen seizoen, voor een groot deel verpest door een slepende liesblessure, volgde hij twee cursussen ‘music production’ in Hilversum en in Eindhoven. Hij maakt dancemuziek. „Je moet je mind kunnen free-en”, zegt hij. „Ik ben al een persoon die alleen maar over voetbal denkt, dan is het ook wel goed om het soms wat los te laten. Muziek helpt.” Binnenkort komt zijn derde single uit. Lekkere plaat? „Hij is zó.”Hij zoent zijn vingers als een tevreden chefkok.

Ben je vaak onrustig?

„Niet meer. Maar ik heb genoeg meegemaakt. Ruzie thuis, ruzie binnen mijn familie. Bij PSV niet spelen. Weinig spelen, niet spelen.” Twee jaar geleden liet hij bewust een training schieten. „Zo, toen kreeg ik een shitload over me heen zeg. Wist niet het zo erg zou opgevat worden. Maar ik speelde niet én ik mocht niet weg van de club. Het is niet het goede voorbeeld, maar het werkte wel voor mezelf. Om die confrontatie aan te gaan.”

Merk je dat je minder goed speelt als je onrustig bent? Maakt het uit?

„Het kan in je voordeel werken. Dat je opgefokt raakt. Maar meestal niet. Dan denk je tijdens de wedstrijd: ‘Wat gebeurt er als ik straks thuis kom’. Met mij is het zo: mijn twijfel voedt mij. Of - hoe leg ik dat uit - de angst voedt mij. Ik had het er laatst over…”

Wacht even: angst voedt jou?

„Ja, heel raar. Ik had het er laatst over met Sander Roege [mentaal begeleider PSV]. Ik was opgeroepen voor Oranje. Ik twijfelde: ben ik wel goed genoeg, om hier te zijn? Daar had ik het met hem over. Dat gevoel brengt je wel waar je bent, zei hij. Die twijfel. Doordát je twijfelt ben je meer gefocust. Dat ik wel zekerder word, geconcentreerder, om acties te maken. Maar dat gevoel heb ik wel vaker: ben ik wel goed genoeg? Dat maakt me uiteindelijk toch sterker.”

Jürgen Locadia in juli op de fandag van PSV. „Er is een stukje onzekerheid. Maar ik heb het onder controle.”. Foto Remko de Waal/ANP

Vreet het aan je als mensen zeggen dat je niet goed genoeg bent? Omdat je het zelf ook weleens denkt?

„Ik ben best onzeker over mezelf. Dus als je zoiets leest of hoort ga je er wel over nadenken. Maar ik snap sowieso niet waarom oud-spelers negatief over jonge spelers praten op tv. Analisten. Waarom zou je dat doen? Help elkaar dan. Help jonge gasten, want dat zijn het vaak. Vertel wat ie beter moet doen. Aan een tafel iemand afzeiken is simpel.”

Doel je op het programma Voetbal Inside?

„Ook andere tafels hoor. Fox Sports…”

Vrij onschuldige voetbalanalyses toch?

„Nou.” Hij trekt een moeilijk gezicht. „Ik heb wel het gevoel dat ze me vaak moeten hebben. Prima, maar ik denk: probeer dan te helpen. In plaats van altijd maar weer ‘technisch beperkt, te traag’.”

Als ze niet kunnen zeggen wat ze willen, hebben analisten geen waarde meer.

„Tuurlijk. Maar er kijken duizenden mensen naar zo’n programma. Dan krijgt iemand ook dat beeld: hij is traag. Terwijl: ja, er zijn spelers sneller dan ik. Maar ben je dan meteen traag?”

Je zegt dat je best onzeker bent. Red je het dan wel in de top?

„Blijkbaar maakt het me sterker.”

Iemand als Memphis Depay, oud-ploeggenoot van je, zit die anders in elkaar?

„Ik denk dat hij heel zelfverzekerd is. Zo komt hij over. Iemand die in zijn eigen kunnen gelooft. Ik ook wel. Maar er is ook een stukje onzekerheid. Ik heb het onder controle, gelukkig.”

Het is inmiddels eind november. Sinterklaas is aangekomen in Dokkum, de Zwarte Piet-discussie barst in alle heftigheid los. „Ik kan me voorstellen dat je het als racistisch kan opvatten”, zegt Locadia. „Maar het beïnvloedt mij echt niet. Als kind vond ik het super. En ik wil het mijn kinderen ook gewoon laten vieren. Ik vind niet dat Zwarte Piet anders hoeft.”

Met mij is het zo: mijn twijfel voedt mij. Of - hoe leg ik dat uit - de angst voedt mij.

Wat hem meer bezighoudt zijn de protesten in het American Football tegen politiegeweld. Quarterback Colin Kaepernick ging op één knie ging tijdens het volkslied en kreeg navolging van anderen. President Trump noemde ze in een toespraak ‘sons of bitches’ die door hun clubs ontslagen moeten worden. „Wat daar aan het gebeuren is.” Locadia schudt het hoofd. „Die white supremacists die door de straten marcheren. Geweld van witte agenten tegen donkere mensen. Ik denk niet dat ik daar op dit moment zou willen wonen.” Hij bedoelt Texas, en het diepe zuiden. „Miami wel hoor, voor vakantie.”

Als je ziet hoe Amerikaanse sporters zich over maatschappelijke kwesties uitspreken, dan hebben voetballers hier nog wel een wereld te winnen.

„Misschien. Maar daar gebeuren ook wel ergere dingen natuurlijk. Als dat hier zou gebeuren, zouden spelers ook opstaan.”

Je bedoelt: hier word je niet in elkaar geslagen door de politie?

„Ja. Ik denk dat het daar echt extreem is. Maar wat die sporters hebben… Kijk, als je zo’n bereik hebt dan is het wel mooi dat ze een stem hebben. Als er wat gebeurt.”

Na dat VVV-incident, heb je dan geen behoefte om iets te zeggen?

„Had ik best gewild, maar het drong later pas echt door. Dankzij de beelden [van Omroep Brabant]. We hebben aangifte gedaan, de politie kwam langs. We hebben onze verklaring gegeven.” Het OM in Limburg meldt dat het onderzoek nog ‘volop gaande’ is. Volgens de perschef van VVV waren het geen seizoenskaarthouders.

Je zei dat racisme in stadions heel af en toe voorkomt. Was dit het ergste?

„Nou. Twee jaar geleden. Ik moest warmlopen. Echt extreem wat ik hoorde.”

Wat gebeurde er?

„Joshua [Brenet, ploeggenoot] heeft het ook meegemaakt. Ik was ook wel wat jonger, dat deed wel pijn toen.” Hij wil de club waar het gebeurde niet in de krant hebben. „Daar wordt het alleen maar erger van de volgende keer.” Aangifte heeft hij niet gedaan.

Wat deed je toen?

„Wat kan je doen? Warmlopen. Loop je weer verder, maar ja, je komt er steeds weer langs. Krijg je het weer naar je. Kankerneger, aap.”

Kijk je ze dan aan?

„Nu zou ik wel kijken. Nu ik ouder ben. Ik bedoel: zij komen om een wedstrijd te kijken, ik speel. Ik ben bijna miljonair.” Hij lacht wat verlegen. „Grapje. Maar ja, net als met die VVV-supporters: ik voetbal, ik sta op het veld. Hij kijkt naar mij. Waarom zou ik me druk maken over die gasten?”

    • Bart Hinke