Volksopstand blijft uit in Jeruzalem

Nadat Trump Jeruzalem erkende als hoofdstad en Hamas dagen van woede uitriep, bleef het relatief rustig. Bij demonstraties is een Palestijn doodgeschoten door het Israëlische leger.

Foto Gali Tibbon

Iedereen is voorbereid op geweld als de tienduizenden Palestijnen die vrijdagmiddag op de Tempelberg gebeden hebben de oude stad van Jeruzalem verlaten via de Damascuspoort. Tientallen cameraploegen, Palestijnse ambulancebroeders en –zusters en kleine maar zwaar bewapende groepen Israëlische politieagenten wachten de gelovigen op.

Er is voldoende grond voor de verwachting: nadat de Amerikaanse president Donald Trump woensdag Jeruzalem erkende als de hoofdstad van Israël riep het Palestijnse leiderschap van Fatah op de Westelijke Jordaanoever op tot drie dagen van woede. En de Hamas die de Gazastrook beheerst verklaarde het begin van een nieuwe Intifada, een Palestijnse volksopstand.

Een dode

Bij demonstraties in de Gazastrook is vrijdag één 30-jarige Palestijnse man doodgeschoten door het Israëlische leger, ook raakten hier, netals in Ramallah tientallen Palestijnen gewond. En in Jeruzalem eindigt het vrijdagmiddaggebed met schermutselingen, een handvol arrestaties en een dozijn gewonden. Onrustig wellicht, maar het lijkt een schim van de dagen van woede waartoe de Palestijnse leiders opriepen.

„Jeruzalem is van Fatah noch van de Hamas”, zegt Iyad Muna, die boeken verkoopt in Oost-Jeruzalem. Vooral Fatah, de factie waar de president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas deel van uitmaakt, heeft volgens Muna nauwelijks nog gezag. Niet op de Westelijke Jordaanoever, en al helemaal niet in Jeruzalem.

Neem de staking waartoe Fatah opriep in het kader van de ‘drie dagen van woede’.

Lees ook dit achtergrondverhaal: Na 1967 werd Jeruzalem steeds heiliger voor de Joden

Donderdag opende de boekenwinkel waar Muna werkt ’s ochtends als gewoonlijk. ’s Middags trokken groepen jongeren door de straat om er zorg voor te dragen dat winkeliers hun nering sloten. Om problemen te vermijden sloot Muna de zaak, maar op vrijdag ging de handel in de straat weer gewoon zijn gang.

Meer teleurgesteld dan boos

De geringe animo van de Palestijnse bevolking tot protest is volgens Muna echter niet per se een teken van apathie. Er is wel degelijk woede en teleurstelling over het Amerikaanse besluit, zegt de boekverkoper en er is geen Palestijnse moslim die vrijdag naar de Tempelberg trekt die dat niet beaamt.

Er is uiteraard teleurstelling over het besluit van Trump, maar nog meer over de opstelling van Arabische landen als Egypte en Saoedi-Arabië die in de ogen van Palestijnen de Amerikanen hun gang laten gaan.

Alleen, zo zegt Muna, er is geen concreet doel van de Palestijnen om zich tegen te verzetten: „Uiteindelijk maakt het niet uit wat Trump gezegd heeft. Aan de situatie is Jeruzalem is deze week niets veranderd.”

Dat is ook het verschil met de protesten in Jeruzalem van de zomer, toen de Palestijnse bevolking van de stad wel massaal de straat op ging. Het protest toen was omdat de Israëlische veiligheidsdiensten na een Palestijnse aanslag magneetpoorten installeerden bij de ingang van de Tempelberg.

Die poorten waren een rechtstreekse verandering waarvan de mensen volgens Muna niet gediend waren. Ze gingen volgens hem de straat op omdat ze voelden dat ze iets konden veranderen. „En trouwens, toen was er geen leider die had opgeroepen tot protest. De mensen hier doen wat ze zelf juist vinden.”

    • Itai Mol