Sutera opent lege huizen voor asielzoekers

Migratiebeleid

Een leeggelopen dorp op Sicilië dacht: ruimte genoeg voor migranten. De school kan nu open blijven, en de opvang levert banen op.

Een blik op het Siciliaanse dorp Sutera, hoog tegen een rots. De asielzoekers hier wilden niet worden gefotografeerd. Foto Berthold Werner/Getty

Nadat de boot vol migranten voor de kust was gezonken, meer dan 350 mensen mee de diepte in sleurend, belde de prefect. Of er nog een plekje was op het kerkhof. „Ik moest ‘nee’ zeggen, want we hebben echt geen plaats hier”, zegt Totò Grizzanti, de burgemeester van Sutera. „Maar toen dachten we: waarom proberen we niet de levenden op te vangen in plaats van de doden?”

Nu wonen er 29 asielzoekers in Sutera, een dorpje hoog op een berg diep in het stenige binnenland van het eiland Sicilië. Vijf van de zes kinderen die er vorig jaar zijn geboren, hebben niet-Italiaanse ouders. Het plaatselijke schooltje kon open blijven. En de eigenaresse van de prijzige minimarket, ‘mamma Carmelina’, vertelt alle bezoekers van buiten hoe fijn het is dat ze wat meer klandizie heeft.

Grizzanti heeft van de nood een deugd gemaakt. In de jaren zestig woonden er zo’n vijfduizend mensen in Sutera, voornamelijk boeren en landarbeiders. Zoals zo veel dorpjes in Zuid-Italië zijn de mensen weggetrokken, op zoek naar werk en betere vooruitzichten. Op 1 januari stonden er 1.389 mensen ingeschreven. Veel van de huizen in de smalle straten die tegen de berg op slingeren, staan leeg. Daar was wel ruimte.

En zo ontwikkelde Grizzanti, een arts, samen met een hulporganisatie een plan om in te dienen in Rome. „We waren wel bang wat voor impact dat hier zou hebben’’, zegt hij op zijn kamer in de Municipio, het gemeentehuis. „Daarom hebben we het beperkt tot gezinnen.” Die zijn verspreid over het stadje ondergebracht. De overheid betaalt huur en gas en licht. Ze krijgen 35 euro per persoon per week om te eten, en per dag per persoon twee euro zakgeld voor persoonlijke uitgaven.

Eén bus per dag

De eerste groep asielzoekers die hierheen werden gebracht, over een slingerende weg vol gaten, wilde niet uitstappen, herinnert burgemeester Grizzanti van Sutera zich. „Ze hadden gehoopt dat ze naar een grote stad gebracht zouden worden.” Wie in Sutera geen auto heeft, is afhankelijk van burenhulp. De enige bus vertrekt rond half zes ’s ochtends en levert om acht uur middelbare scholieren af in Caltanissetta – en gaat dan om 14 uur weer terug.

Grizzanti onderstreept een paar keer dat alles begonnen is met een gevoel van solidariteit met de bootvluchtelingen. Economisch is het geen verkeerde zet geweest. De burgemeester schat dat jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro wordt overgemaakt naar de gemeente voor dit project. Van dat geld kan de hulporganisatie Girasole, die de asielzoekers op allerlei gebieden begeleidt, zes mensen in dienst hebben in Sutera en nog eens vier in het nabijgelegen Milena.

Want de burgemeester van Milena raakte geïnteresseerd. Het is in bijna alle opzichten een win-winsituatie: een paar banen, geld, huurinkomsten, iets minder leegloop. Hij was alleen bang dat hij een aparte aanvraag voor zijn dorp, iets groter dan Sutera, niet door de gemeenteraad zou krijgen.

Geen vreemde gedachte, want kritiek is er ook. Neem Angelo Ferlisi, gemeenteambtenaar in Sutera en fotograaf. Hij zegt niets tegen de migranten te hebben, maar vindt dat de problemen van de lokale bevolking prioriteit zouden moeten krijgen.

„Hun geven ze huizen, ons niet”, zegt hij boos. „We hebben het hier heel erg moeilijk, maar dat interesseert onze politici geen zak. De mensen hier zitten zonder werk, lijden honger, maar voor ons doen ze niets.”

Om zulke debatten in de gemeenteraad te vermijden besloot de burgemeester van Milena zich aan te sluiten bij het project van Sutera: bureaucratisch gezien makkelijker. Onder hetzelfde project wonen nu ook twintig asielzoekers in Milena.

Geen alcohol

Onder hen Ibrahim en Aisha, met hun kinderen Mauvida, van 3, en de pasgeboren Maria. Ze komen uit Ghana. Ibrahim, die twee voortanden mist, zegt dat hij moest vluchten omdat hij na een heftige familievete werd bedreigd. Ze zijn door de Sahara naar Libië gereisd, waar hij heeft gewerkt als stukadoor. Maar toen hun huisbaas daar werd doodgeschoten, heeft diens broer hen geholpen naar Italië te komen. Urenlang in een rubberboot, daarna een schip van een Franse hulporganisatie – meer details herinnert Ibrahim zich niet of wil hij niet vertellen.

Ze wonen in een sober appartement. In de zitkamer staan een bank, een tafel met drie stoelen, een tv op een kastje. In de hoek het wiegje van Maria. Niets aan de kale muren. „Het is hier erg goed”, zegt Ibrahim, in een mengeling van Engels en Italiaans. „Maar ik heb nog veel hulp nodig. Ik wil graag werken.” Hij maakt duidelijk dat hij naar het noorden van het land zou willen gaan, omdat de kans op werk daar groter is.

„Ons doel is deze mensen weer uit Sutera en Milena te laten vertrekken”, zegt Nunzio Vitellaro, die namens hulporganisatie Girasole het opvangproject leidt. „Wij zoeken geen werk voor ze, maar willen hen in staat stellen zelf werk te zoeken.” Daarom zijn bijvoorbeeld Italiaanse lessen, naast de afspraak geen alcohol te drinken, voorwaarde voor asielzoekers om deel te nemen aan het project. En er worden lokale leerstages georganiseerd.

In Sutera en Milena zitten nu mensen uit Nigeria, Ghana, Gambia, Sri Lanka, Pakistan, Syrië en Ethiopië. Voor de meeste van die landen geldt dat het moeilijk is als vluchtelingen erkend te worden, en de mogelijkheden in beroep te gaan zijn sinds augustus beperkt. Naast asiel, goed voor vijf jaar, kent Italië ook andere opties. Humanitaire bescherming, die voor twee jaar geldt. Subsidiaire bescherming, die het recht geeft om drie jaar te blijven.

„Wij proberen mensen weer autonoom te maken”, zegt hulpverlener Vitellaro. „Het komt niet vaak voor dat mensen die hier zitten, worden afgewezen.”