Opinie

    • Frits Abrahams

‘Sexploitatie’ bij Jan Wolkers

Moeten vrienden je altijd de waarheid kunnen zeggen, of juist niet? De vraag kwam bij me op toen ik de boeiende biografie van Jan Wolkers, Het litteken van de dood, las. Een van de interessantste bijfiguren in dit boek van Onno Blom is Wim de Kler, de beste jeugdvriend van Wolkers.

Wim was de zoon van een Leidse ambtenaar, ze leerden elkaar kennen op een lagere school met de Bijbel in Leiden. In 1945 wilde Wolkers samen met De Kler als vrijwilliger dienst nemen om in Indonesië tegen Japan te vechten, maar Wolkers werd afgekeurd wegens ‘sensibiliteit’. Wolkers voelde zich „een zak die in Holland was achtergebleven”.

Ze schreven elkaar veel brieven, waarvan die van Wolkers in 2005 werden gebundeld in het aardige boekje Ach, Wim, wat is een vrouw? Wolkers leefde toen nog, De Kler was al in 1996 overleden.

Nadat De Kler in 1949 uit Indonesië was teruggekeerd, doofde de vriendschap uit. De Kler werd leraar Frans in Oegstgeest. Hij duikt weer in het leven van Wolkers op als die aan zijn roman De kus werkt. Daarin beschrijft Wolkers de kus die hij van zijn boezemvriend krijgt bij diens vertrek naar Indonesië. Die kus krijgt in de context van deze roman een zekere homo-erotische lading. Daarvan is De Kler niet gediend, blijkt uit een brief die hij Wolkers in 1975 schrijft.

De Kler bevestigt dat het afscheid hem hevig had aangegrepen. Hij voorzag dat de intimiteit van vroeger niet meer zou terugkeren, en daar had hij ook wel „vrede mee”: „Je betekende zoveel voor me dat ik het gevoel had door je overheerst te worden, dat ik mijn eigen identiteit (…) begon te verliezen.” En over die kus schrijft hij: „Je ziet, geen enkele reden om beschaamd te zijn, mijn gevoelens waren rein en nobel zoals je van een jongeling verwachten mag…”

Vervolgens valt hij de schrijver Wolkers rechtstreeks aan. „(…) maar wat ik persoonlijk zo jammer vind, is dat je de waarheid zo „sexploiteert”. „En nu is op zichzelf daar ook niets op tegen, maar het moet m.i. geen overdosis worden. (…) Het schokeffect waarmee je de schijnheilige samenleving bewust of onbewust hebt willen bestoken, lijkt me uitgewerkt. Je zult steeds sterkere doses moeten gebruiken wil je nog effect bereiken. Waar is het eind?”

Ik herken, als lezer van Wolkers, veel in deze passage en bewonder de eerlijkheid waarmee De Kler zich tot zijn vriend richtte. Ook ik vind dat Wolkers in de tweede helft van zijn oeuvre steeds vetter en sentimenteler begon te schrijven. Ook recensenten ergerden zich daaraan. Van hen kon Wolkers dat niet verdragen, maar de kritiek van De Kler noemde hij in zijn dagboek moedig. „Onthullend! Hij interpreteert alleen de ‘schaamte’ om die kus van hem verkeerd. Het was de schaamte om mijn eigen frustratie, niet om zijn daad.” De frustratie over de militaire afkeuring, zal Wolkers bedoeld hebben.

De Kler ligt bij de Willibrorduskerk in Oegstgeest begraven, niet ver van het graf van Wolkers’ broer Gerrit. „Soms”, schreef Wolkers in zijn brievenboekje, „als ik erlangs kom stop ik, loop de begraafplaats op en leg een witte roos op zijn graf en op het graf van mijn broer.”

    • Frits Abrahams