Risico op borstkanker neemt iets toe door de pil

Volksgezondheid

Hormonale anticonceptie vergroot de kans op borstkanker marginaal, van 0,64 naar 0,75 procent.

Foto ANP

Hormonen in anticonceptiemiddelen verhogen de kans op borstkanker bij de gebruiksters een klein beetje, met 20 procent. Dat was al bekend van de anticonceptiepillen uit de jaren zeventig en tachtig. Nu hebben Deense onderzoekers gevonden dat het verhoogde risico is blijven bestaan sinds vrouwen in de jaren negentig lichtere anticonceptie, met minder hormonen, gingen gebruiken. En die hormonen slikten ze niet alleen in ‘de pil’, maar steeds vaker kregen vrouwen deze uit een hormoonafgevend spiraaltje, vaginale ring, implantaat of een hormoonpleister (The NEJM, 7 december).

De Deense onderzoekers hielden van 1,8 miljoen 15- tot 49-jarige Deense vrouwen bij welke hormonale anticonceptie ze gebruikten en of ze borstkanker kregen. Na gemiddeld tien jaar was die ziekte bij 11.500 van die 1,8 miljoen vrouwen aan het licht gekomen. Dat is een kans op borstkanker van 0,64 procent. De stijging van 20 procent door anticonceptiehormonen betekent dat die kans ongeveer 0,75 procent wordt.

Voor een jonge vrouw is dat een verwaarloosbare kans die een verwaarloosbare kans blijft. Maar omdat er zo veel vrouwen hormonale anticonceptie gebruiken, speelt zo’n kans wel een rol in het volksgezondheidbeleid. De Deense onderzoekers schrijven dat wereldwijd 140 miljoen vrouwen hormonale anticonceptie gebruiken: dan gaat het jaarlijks toch om 15.000 extra borstkankerpatiëntes door hormonale anticonceptie.

Risico's afwegen

Instanties die bepalen of medicijnen (en anticonceptiemiddelen) op de markt mogen komen wegen risico’s af. Tegenover de toegenomen kans op borstkanker en trombose staat al heel lang de iets lagere kans op andere kankers (eierstok- en baarmoederkanker). Het is een subtiele verschuiving. Hormonale anticonceptie is een betrouwbare vorm van anticonceptie en beschermt dus ook tegen de kleine schadekans door (ongewenste) zwangerschappen.

De Deense onderzoekers schrijven dat in Denemarken het percentage 15- tot 49-jarigen dat hormonale anticonceptie gebruikt steeg van 24 procent in 1995 tot 39 procent in 2012. Een derde van die gebruiksters slikt niet de pil maar heeft een hormoonafgevend spiraaltje of vaginale ring, of gebruikt de prikpil, een implantaat of een hormoonpleister. Daaruit verspreiden de hormonen zich net zo goed door het lichaam.

Bij vrouwen die maar één jaar hormonale anticonceptie gebruikten was de kans op borstkanker bijna 10 procent hoger. Na tien jaar of meer jahormoongebruik was de kans 38 procent verhoogd. Stoppen binnen vijf jaar bracht de borstkankerkans snel terug. Na langer dan vijf jaar bleef de kans een tijdje verhoogd.

Uit onderzoek naar anticonceptie van kenniscentrum seksualiteit Rutgers, uit 2012, komt dat in Nederland 37 procent van de 15- tot 50-jarige vrouwen hormonale anticonceptie gebruikt. De aandacht voor de bijwerkingen gaat in Nederland de laatste jaren vooral uit naar de kans om een gevaarlijk bloedstolsel (trombose) te krijgen. Die kans kan omlaag door in plaats van derde- of vierdegeneratie-hormonen de oudere tweedegeneratie-hormonen te gebruiken. De afgelopen vijf jaar daalde het gebruik van de gevaarlijker categorie van 24 naar 18 procent, meldde de Stichting Farmaceutische Kengetallen eind 2016. In artsenrichtlijnen staat overigens het advies om alleen tweede-generatiehormonen voor te schrijven.

    • Wim Köhler