Politici en ambtenaren: dáár zit de kloof

Nieuwspoortrapporteur

Zorgactivist Carin Gaemers, ‘invloedrijkste vrouw’ van 2017, analyseerde politici. Ze hebben te weinig oog voor systeemproblemen.

Het is 8 februari van dit jaar, en in het Tweede Kamergebouw woedt een keihard politiek gevecht over de ouderenzorg. Het kabinet van VVD en PvdA (2012-2017) heeft bezuinigd op verpleeghuiszorg. Toch heeft de VVD tijdens de verkiezingscampagne ineens aangekondigd 2 miljard euro voor verpleeghuizen uit te trekken. Dat pikken collega-Kamerleden, die al veel langer meer geld voor ouderen eisen, niet. Fleur Agema (PVV) noemt de VVD de partij van de „ouderenhaat”, Renske Leijten (SP) noemt de draai van de VVD „niet normaal”, Vera Bergkamp (D66) „schaamt” zich voor de politiek.

Vanaf de tribune kijkt Carin Gaemers toe, deze week door tijdschrift Opzij uitgeroepen tot ‘meest invloedrijke vrouw van 2017’. Het manifest Scherp op Ouderenzorg dat zij met journalist en schrijver Hugo Borst heeft opgesteld, is de reden voor het debat. Maandenlang gingen Gaemers en Borst langs Kamerleden om betere ouderenzorg te bepleiten.

De moeders van Gaemers en Borst zaten in hetzelfde Rotterdamse verpleeghuis. Dat huis, waar ooit goede en liefdevolle zorg werd gegeven, viel ten prooi aan reorganisaties en bezuinigingen. ‘Ondoorgrondelijke resultaatdoelstellingen’ en ‘product-marktcombinaties’ brachten een verpleeghuismanagement voort met weinig oog voor de bewoners. Die verzonken zonder liefdevolle zorg steeds vaker in „diepe apathie”.

In Den Haag vinden Gaemers en Borst gehoor. Alle partijen sluiten zich aan bij hun wens tot betere ouderenzorg en meer geld voor verpleeghuizen. Hun succes valt op: op 8 februari krijgen ze de Machiavelliprijs voor ‘een bijzondere prestatie op het gebied van publieke communicatie’. Terwijl Gaemers de prijs ’s avonds in ontvangst neemt, maakt ze zich eigenlijk grote zorgen over het Kamerdebat. Betekent de „verbale veldslag” die ze daar zag dat er toch niets terechtkomt van de plannen?

Buiten de Haagse kaasstolp

Donderdag verscheen opnieuw een publicatie van Carin Gaemers, op verzoek van de commissie Democratie en Debat van Nieuwspoort. Ieder jaar wijst het pers- en debatcentrum zo’n ‘Nieuwspoortrapporteur’ aan – iemand van buiten „de Haagse kaasstolp” die een analyse maakt van de werkelijkheid aan het Binnenhof. Net als haar voorgangers, onder meer Joris Luyendijk en het Nationaal Toneel, koos Gaemers één hoofdonderwerp: in dit geval de kloof tussen het politieke spel en de praktijk.

In het rapport Zorgneurose beschrijft ze indringend haar ervaringen in de politieke wereld. Ze sprak erover met onder anderen oud-staatssecretaris Martin van Rijn (VWS, PvdA) en twee ex-topambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid: Geert van Maanen (1998-2007) en Roel Bekker (2007-2013).

Zij stellen Gaemers gerust over het harde Kamerdebat. Dat was puur een een politieke strijd, die weinig te maken heeft met de besteding van de 2,1 miljard euro die uiteindelijk beschikbaar kwam voor verpleeghuizen. Want daar gaat het ministerie van Volksgezondheid in werkelijkheid over. Gaemers schrijft: „De politiek bereikt overeenstemming over het wat, maar niet over het hoe.”

Dat komt ook, zeggen Van Maanen en Bekker, doordat de ambtenarij meer macht naar zich heeft toegetrokken ten koste van de ministerraad. Voorheen schreef de ambtelijke top drie scenario’s voor nieuw beleid, op basis van het verkiezingsprogramma van de nieuwe bewindspersoon. Die koos daarna de variant met het meeste draagvlak in het kabinet. Inmiddels hebben de ambtenaren dat omgedraaid: beleid wordt vanuit het ministerie opgesteld aan de hand van ontwikkelingen en het draagvlak in de (zorg)sector. Van verschillende varianten is geen sprake meer.

Topambtenaren en geld

De topambtenaren laten daarnaast zien dat het ministerie helemaal niet blij is met de enorme som geld die in één keer is vrijgekomen voor de verpleeghuiszorg. Volgens Bekker speelt „electoraal gewin zeker een rol” bij die beslissing van de Kamer, maar erg werkbaar is het niet.

Bekker, in het rapport: „Stort je 2 miljard euro op de rekening van de gezamenlijke verpleeghuizen, dan gebeurt er nog niets. Bovendien is het niet veel als je het deelt door het aantal instellingen. Dan verdwijnt het op een ongrijpbare manier. Daar kunnen ze misschien een feestje van geven. […] Het is niet zo dat er een grote hoeveelheid vakkundig verplegend personeel thuis zit te smachten naar een baan. Was het maar zo.”

De zorgen van Gaemers over de werkelijke besteding van het geld lijken dus gegrond. En hoewel zij in haar rapport met respect (voor hun kennis) en begrip (voor het gebrek aan tijd om zich te verdiepen) schrijft over Tweede Kamerleden, is haar verhaal zeer kritisch. Buiten de vraag waar het geld voor verpleeghuizen terechtkomt, signaleert zij nog een ander Haags manco. Werkelijke systeemproblemen – zoals managers die het zicht op de praktijk hebben verloren en daarmee de gezondheidszorg onpersoonlijk hebben gemaakt – zien politici volgens de ‘Nieuwspoortrapporteur’ onvoldoende.

Dat geldt volgens Gaemers niet alleen voor de ouderenzorg. Ze somt rapport na rapport op (van de Nationale Ombudsman, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de commissie Behoorlijk Bestuur, de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties) waarin wordt gewaarschuwd voor dit soort problemen. Die stapel rapporten weerspiegelt precies wat Gaemers en Borst in hun manifest hebben proberen te verwoorden. En hoewel ze blij is dat er extra geld naar verpleeghuiszorg gaat, zijn haar zorgen over goede besteding van het geld niet verdwenen. Gaemers schrijft: „Wanneer beleid in de praktijk niet leidt tot het gewenste resultaat, wordt dit nooit toegeschreven aan een fundamentele fout in het systeem, maar opgevat als een signaal dat verder aan het systeem moet worden gesleuteld.”