Ook gemeenten stoppen poging om persoonsregister te bouwen

Eerder stopte het ministerie 100 miljoen euro in het project, zonder resultaat. Daarna hoopten gemeenten de software alsnog te kunnen gebruiken, maar het Rijk wil maar een klein deel openbaren.

Gemeenten staken hun poging om zelf een nieuw bevolkingsregister te bouwen. Dat meldt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op haar site. Het besluit volgt na tegenwerking door het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat het grootste deel van de gebouwde software achterhoudt.

Het ministerie stopte voor de zomer na dertien jaar met zijn eigen pogingen een landelijke persoonsregistratie te bouwen. Daarop eiste de Tweede Kamer dat de gebouwde software publiek beschikbaar zou komen, om te voorkomen dat de rijksuitgave van 100 miljoen voor niets zou zijn. De VNG besloot te onderzoeken of ze met de erfenis van het project zelf een landelijke persoonsregistratie kon bouwen.

De gemeenten huurden daar experts voor in, maar zij moesten eerst wachten tot het ministerie de gebouwde software zou publiceren. Vorige week schreef de verantwoordelijke staatssecretaris Raymond Knops (CDA) aan de Kamer dat hij de „meest recente versie” van de software zou publiceren. Maar de software die hij openbaarde, is volgens berekeningen van bronnen nog geen 10 procent van wat er de afgelopen jaren is gebouwd.

Met wat is gepubliceerd kan de software niet eens worden geïnstalleerd of opgestart, en ontbreekt alles wat de overgang van het oude naar het nieuwe systeem mogelijk maakt. Ook belangrijke handleidingen en testresultaten staan er niet bij. De VNG schrijft dat wat is geopenbaard „onvoldoende houvast biedt om een zinvolle proef uit te voeren”.

Grote delen van de software zijn weggelaten omdat ze te veel technische informatie blootgeven over de systemen waarop de huidige en nieuwe registratie werken, aldus Knops. Daarnaast is veel code weggelaten omdat deze persoonsgegevens zouden bevatten die gebruikt zijn bij het testen. Hoewel deze persoonsgegevens door de bouwers van de software om privacyredenen zijn verzonnen, „kan niet worden uitgesloten dat ze ook in werkelijkheid voor kunnen komen”. Volgens mensen betrokken bij de bouw van de software is dit een onzinnig argument en kan de meeste software worden vrijgegeven zonder privacyrisico’s.

De Kamer eiste openbaarmaking van de software óók om te kunnen controleren wat nu eigenlijk is gebeurd met de 100 miljoen euro die eraan zijn uitgegeven. Ook dat is nu niet mogelijk.

In het basisregister staan allerlei gegevens van Nederlanders, zoals naam, geboortedatum, adres, en eventuele partner en/of kinderen. Die gegevens worden nu nog bij de honderden afzonderlijke gemeenten opgeslagen. Zij zeggen een landelijke database hard nodig te hebben.