Opinie

    • Ben Tiggelaar

Ongelijkheid in een wereld vol dochters

Column Ben Tiggelaar Topbestuurders met dochters blijken zich meer te bekommeren om gelijke rechten voor vrouwen en mannen, las Ben Tiggelaar deze week. Maar klopt het ook?

Ik ontvang een mailtje: ‘Ben, jij hebt vier dochters, dit is een leuk onderwerp voor jou!’ The Wall Street Journal schreef deze week over het ‘daughter effect’. Topbestuurders met dochters blijken zich meer te bekommeren om gelijke rechten voor vrouwen en mannen en om maatschappelijk verantwoord ondernemen.

In een pas verschenen studie brachten onderzoeker Henrik Cronqvist en collega’s de gezinsgegevens in kaart van 416 bestuursvoorzitters van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven. Wanneer de hoogste baas een dochter had scoorde het bedrijf beduidend hoger op maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), vergeleken met ondernemingen waar de eindbaas geen kinderen had of alleen zonen.

Gemiddeld werd er bijna 12 procent hoger gescoord op een veelgebruikte MVO-rating en werd ruim 13 procent meer van de bedrijfsinkomsten uitgegeven aan MVO (beide scores ten opzichte van de mediaan). Cronqvist vond eerder al een samenhang op dit gebied.

Om nu te kijken of er ook sprake is van een oorzaak-gevolgrelatie, werd in de nieuwe studie onder meer gekeken wat er gebeurde na het aantreden van een nieuwe baas met dochter. De MVO-cijfers bleken daarna inderdaad te stijgen.

Ook saillant: de meeste topmannen zijn getrouwd met een vrouw

Volgens sociale wetenschappers bekommeren vrouwen zich in het algemeen meer om het welzijn van andere mensen dan mannen dat doen. Dochters zorgen er blijkbaar voor dat hun vaders zich op dit punt iets meer als vrouwen gaan gedragen.

Opmerkelijk: Cronqvist en zijn collega’s konden in hun onderzoek geen uitspraken doen over vrouwelijke topbestuurders met dochters. Hun aantal binnen de 500 grootste bedrijven was domweg te gering om conclusies te trekken. Wel suggereert eerder onderzoek dat wanneer een bedrijf een vrouwelijke baas heeft, de MVO-score beduidend sterker stijgt dan bij een mannelijke bestuurder met dochter.

Ook saillant: de meeste topmannen zijn getrouwd met een vrouw, maar dat bleek veel minder impact te hebben op hun MVO-beslissingen dan het hebben van een dochter.

Eerder onderzoek suggereert trouwens dat het dochtereffect verder reikt dan MVO alleen. Twee afzonderlijke studies lieten afgelopen jaar zien dat mannelijke leiders met dochters meer vrouwen in dienst nemen op hoge posities. En Deense onderzoekers stelden vast dat in kleinere bedrijven die worden geleid door een man, de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen afnemen nadat de baas een dochter heeft gekregen.

We moeten het dochtereffect trouwens niet overdrijven. Jeanine Prime is onderzoeker bij Catalyst, een organisatie die al meer dan 50 jaar strijdt voor gelijke rechten voor vrouwen en mannen in het bedrijfsleven. Volgens haar onderzoek is een sterk rechtvaardigheidsgevoel bij mannen bijvoorbeeld een belangrijkere factor dan het hebben van een dochter. „Mannen krijgen al dochters zolang als de aarde draait. Toch vind je overal in de wereld een diepgewortelde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.”

Prime heeft een punt. Het krijgen van dochters alleen gaat de wereld niet redden. Bovendien kun je het dochtereffect ook niet simpel vertalen naar beleid. Zo van: we nemen alleen nog maar mannelijke managers aan die een dochter hebben. Kies dan meteen voor vrouwen op die plekken, zou ik zeggen.

Mijn conclusie? Het dochtereffect laat vooral zien dat er echt heel wat moet gebeuren in het leven van een man wil hij serieus gaan nadenken over zaken die voor vrouwen vaak vanzelfsprekend zijn.

    • Ben Tiggelaar