OM eist 5 jaar cel voor zuuraanval in gevangenis

Ook wil het Openbaar Ministerie dat de twee verdachten het slachtoffer 186.000 euro aan smartengeld en schadevergoeding betalen.

De gevangenis in Heerhugowaard. Foto Dijkstra/BV/ANP

Het Openbaar Ministerie in Alkmaar heeft vrijdag vijf jaar cel geëist tegen twee gedetineerden die in de gevangenis in Heerhugowaard vorig jaar november een medegevangene een bijtende vloeistof in het gezicht gooiden. Ook moeten ze als het aan het OM ligt het slachtoffer een ton smartengeld en ruim 86.000 euro aan schadevergoeding betalen. De advocaten van de verdachten, Luciano G. en Youssef el M., vroegen om vrijspraak.

Slachtoffer Miquillio W. kwam naar eigen zeggen op de gang drie medegedetineerden tegen. Met een van hen, Youssef el M., lag hij al enige tijd overhoop. Op het moment van het incident zou Luciano G. hebben geroepen ‘hij is ready, gooi het in zijn gezicht’. Daarop zou Youssef el M. een glas met ovenreinigingsmiddel in het gezicht van W. hebben gegooid.

Lees ook ons verhaal over Miquillio W.: Sinds die zuuraanval in de gevangenis is hij blind

Bewaarders hoorden volgens de officier van justitie “een gil die door merg en been ging” en troffen W. even later kruipend en schreeuwend over de vloer aan. Het slachtoffer raakte door het gebeuren nagenoeg blind; een iris is verdwenen, aan het andere oog heeft hij na vijf operaties - er volgen er nog drie - zeer slecht zicht.

Twijfel over betrouwbaarheid verklaringen

Omdat W. in het ziekenhuis lag, werd pas na een week aangifte gedaan van het incident door de penitentiaire inrichting. Het doen van aangifte van geweldsincidenten bij de politie is niet verplicht, de gevangenis is alleen verplicht die te melden bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. Hierdoor begon het politieonderzoek pas toen alle eventuele sporen en technisch bewijs al verdwenen waren.

Zodoende rust de bewijslast zeer zwaar op de verklaring van het slachtoffer zelf en op de verklaringen van medegedetineerden die niets hadden gezien, maar vooral indirect bewijslast zouden vormen. Gedetineerde Peter B. had W. de dag ervoor gewaarschuwd dat anderen hem ‘wilden pakken’. Die verklaringen en van de verdachten zelf werden pas in januari en in sommige gevallen pas na een half jaar afgenomen.

Zowel verdachten als medegedetineerden veranderden bij een eerdere zitting bij de rechter-commissaris hun bij de politie afgegeven verklaringen. G. en M. beschuldigen inmiddels elkaar van het gooien van het goedje. De advocaten van de verdachten vonden dan ook de betrouwbaarheid van de verklaringen zeer twijfelachtig. Volgens advocaat Brian de Pree is de bewijslast vooral gebaseerd op ‘van horen zeggen’. Advocaat Benedicte Ficq van G. wees erop dat er in de tussentijd van alles kon zijn afgesproken tussen de verdachten:

“Iedereen heeft in gevangenissen vrienden, vijanden en rekeningen te vereffenen.”

Over twee weken volgt de uitspraak.

    • Anouk Eigenraam