Nieuwe tegenvaller pluimveesector

Vogelgriep Na de fipronilcrisis wordt de pluimveesector nu getroffen door een uitbraak van vogelgriep. Er geldt per direct een ophokplicht.

Het ministerie van Landbouw stelde meteen een ophokplicht voor pluimvee in. Die geldt ook voor zo’n 2.000 bedrijven waar kippen gehouden worden. Foto Getty Images/iStockphoto

Zodra de winter in zicht komt, maakt elke pluimveehouder zich er zorgen over: vogelgriep. Die dook de afgelopen jaren meermaals op. En ook dit jaar. Vrijdag werd vogelgriep aangetroffen bij een bedrijf met vleeseenden in Biddinghuizen.

Volgens het ministerie van Landbouw gaat het „vermoedelijk” om de ernstige variant, die voor pluimvee zeer besmettelijk en dodelijk is. Alle 16.000 eenden zijn geruimd.

Het ministerie van Landbouw stelde meteen een ophokplicht voor pluimvee in. Die geldt niet alleen voor eendenbedrijven, daarvan zijn er maar een paar in Nederland, maar ook voor zo’n 2.000 bedrijven waar kippen gehouden worden.

Alle kippen die normaal gesproken naar buiten mogen – biologisch of vrije-uitloopkippen – moeten verplicht in de stal of in een afgedekte ren blijven.

Kippen die scharreleieren leggen worden normaal gesproken al binnen gehouden, net als het grootste deel van de vleeskuikens. Overigens hadden de eenden van het bedrijf dat nu besmet blijkt, ook geen uitloop naar buiten.

Fipronil

De vogelgriepbesmetting is een tegenvaller voor de pluimveesector, die dit jaar ook ook al te lijden had onder de fipronilcrisis. Honderden leghenbedrijven kwamen stil te liggen omdat in hun eieren de verboden stof fipronil werd aangetroffen.

Nog steeds zijn niet alle stallen, kippen en eieren ‘schoon’. „Pluimveehouders hebben al veel stress”, zegt Hennie de Haan van pluimveevakbond NVP, „En nu komt er weer een stressfactor bij.”

De ophokplicht moet voorkomen dat het vogelgriepvirus zich verder verspreidt. Wilde watervogels, zoals futen en kuifeenden, nemen het virus tijdens de vogeltrek mee vanuit het oosten van Europa. Pluimveestallen in waterrijke gebieden, zoals de stal in Biddinghuizen, lopen daarom extra gevaar, bijvoorbeeld als kippen in aanraking komen met mest van zieke vogels.

Maar het virus kan ook door mensen of ongedierte in de stal terecht komen. Op het nabijgelegen Veluwemeer in de buurt van Harderwijk zijn deze week meerdere dode zwanen aangetroffen. Het is nog niet duidelijk of zij besmet waren.

Hennie de Haan is „heel blij” met de ingestelde ophokplicht. „De dieren zijn zo gewoon beter beschermd.”

De NVP had al gevraagd of pluimvee in heel Nederland preventief naar binnen kon, maar dat vond minister Carola Schouten van Landbouw (CU) vorige week nog niet nodig, omdat er toen geen aanwijzingen waren dat vogelgriep bij wilde vogels toenam.

Het is de tweede ophokplicht van dit jaar: tot april zaten biologische en vrije-uitloopkippen ook al wekenlang binnen. Die ophokplicht, die in totaal 22 weken duurde, werd eind 2016 ingesteld door Schoutens voorganger, staatssecretaris Martijn van Dam.

Die maatregel kon toen niet voorkomen dat bij verschillende pluimveehouders toch besmettingen met de zeer besmettelijke en dodelijke H5N8-variant uitbraken. In eerste instantie preventief, omdat er toen wél erg veel dode wilde vogels werden gevonden in Europa. Ook toen werden eendenbedrijven in Flevoland getroffen.

Vrije-uitloopkippen

Vooral pluimveehouders met vrije-uitloopkippen zullen de duur van de ophokplicht goed in de gaten houden: als zij hun kippen te lang binnen moeten houden, mogen ze hun eieren volgens Europese regels niet meer als vrije-uitloopei verkopen, maar worden het (goedkopere) scharreleieren. Dat gebeurde dit jaar.

Gelukkig, zegt De Haan, is die maximumperiode onlangs door de Europese Commissie uitgebreid van twaalf naar zestien weken. Ook dat was de afgelopen periode, waarin 22 weken werd opgehokt, te kort geweest. Maar De Haan hoopt dat de kippen dit jaar minder lang binnen hoeven blijven. Vorig jaar waren erg veel wilde vogels ziek. „Ze vielen bijna uit de lucht.” Dit jaar lijkt dat – tot nu toe – mee te vallen.