Opinie

    • Beatrice de Graaf

Naar een nieuwe anarchie

Het jaar 2017 zal de geschiedenis ingaan als een jaar van toegenomen anarchie. Rotjes blijven toegestaan, niet alleen op straat, ook tussen staten. Deze week kondigde president Trump aan de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te willen verplaatsen. Saeb Erekat, de secretaris-generaal van de PLO, zei meteen dat dit een stap was op weg naar “international anarchy” en een blijk van “disrespect for global institutions and law”.

Rotjes gaan ook af op terreinen waar je ze minder goed hoort en ziet. Overal publiceren de grote denktanken op het gebied van buitenlandse politiek deze maand essays over wat zij het afgelopen jaar hebben zien gebeuren. Brookings heeft het over ‘de-democratization of technology’, het grote ontduiken door techbedrijven als Google en Facebook van wetten en toezicht, waardoor de kleine consument het onderspit delft. De Berlijnse SWP onderzoekt de toegenomen anarchie op open water, de Rode Zee bijvoorbeeld, waardoor terrorisme daar welig kan tieren. Anderen belichten de deregulering van de economische en financiële wereld, die deze week een enorme boost kreeg door het nieuwe Republikeinse belastingplan. (Maar vergeet de Nederlandse afschaffing van de dividendbelasting niet).

Recht van de sterkste

Anarchie, dat is een term voor de internationale betrekkingen die we niet meer zo vaak horen. Toch is de opvatting dat in de internationale arena het recht van de sterkste geldt, dus anarchie heerst, uitgangspunt van de leer van de internationale betrekkingen zoals die na de Tweede Wereldoorlog een hoge vlucht nam en nog steeds overal wordt onderwezen. Op de drempel van 2018 is het goed om dit nadrukkelijk te onderstrepen: we zijn op weg naar een nieuwe anarchie.

Gelukkig zijn er goede gidsen om ons door die anarchie te leiden. Zo’n 70 jaar geleden verscheen het standaardwerk Politics among Nations van Hans Morgenthau. Morgenthau wordt in cursusboeken voor studenten Internationale Betrekkingen meestal neergezet als grondlegger van het klassieke machtsrealisme. Voor hem is de wereld een groen laken waarop staten als biljartballen tegen elkaar kletsen. Die bewegingen kunnen worden berekend en geduid als een optelsom van conflicterende nationale belangen, waarbij winst voor de één (op het vlak van veiligheid) verlies voor de ander zal zijn. Een even simpele als onterechte samenvatting van Morgenthaus werk.

Morgenthau was namelijk een veel te complexe persoon om de wereld tot een spel van macht en eigenbelang te reduceren – en daar de normatieve constatering uit af te leiden dat nationaal belang dan ook het hoogste gebod zou moeten zijn. Morgenthau kwam uit een askhenazische joodse familie in Coburg, studeerde rechten, maar zag de nazi-bui tijdig hangen. Na een confronterende ontmoeting met de omstreden rechtsgeleerde en NSDAP-lid Carl Schmitt (die hij ‘demonisch’ vond), nam Morgenthau in 1937 de wijk naar de VS. Daar scheidde hij van zijn eerste vrouw, was kortstondig verliefd op Hannah Arendt, en werd adviseur van de Amerikaanse regering. Hij steunde Truman en Roosevelt, was consultant voor de Kennedy’s, maar werd door Johnson ontslagen toen hij zich uitsprak tegen de oorlog in Vietnam. Want, ook al vond Morgenthau dat de internationale arena een anarchistisch speelveld is, dat was voor hem niet het hele verhaal.

Tegenmacht

Wat vaak is vergeten, is dat Morgenthau met zijn enorme denkkracht naar manieren bleef zoeken om die anarchie met tegenmacht te beteugelen. Daartoe formuleerde hij 6 principes, waarvan met name principe 5 interessant is: ‘Politiek realisme weigert om de morele aspiraties van één specifiek land gelijk te stellen aan de morele wetten van het universum als zodanig.’ Met andere woorden, laat geen enkel land denken dat het de morele wijsheid in pacht heeft. De omvang van je legermacht is geen substituut voor een geweten, voor rechtvaardigheid in de politiek. Macht kan nooit volledig geïdentificeerd worden met moraal, maar moet zich altijd verhouden tot een verantwoordelijke, ethische en morele afweging van belangen. En dat zal altijd schuren. Zodra het niet meer schuurt, zit je fout.

Daarom kreeg Morgenthau ook ruzie met Kissinger (over atoomwapens), en brak hij zich het hoofd over het probleem van een rechtvaardige oorlog in het atoomtijdperk.

In 1978, vlak voor zijn dood, schreef hij zijn laatste essay: The Roots of Narcissism. Daarin betoogt hij dat de opkomst van massacultuur en de verleiding van massamedia het individu in de ban hebben getrokken van de voortdurende zucht naar persoonlijke behoeftebevrediging. Het grootste gevaar school voor Morgenthau in leiders van machtige landen die geen verantwoordelijkheid meer namen voor het geheel, maar zich alleen nog overgaven aan eigen of partijpolitieke zelfverheerlijking.

Als immigrant en kosmopoliet die brute macht aan den lijve had ondervonden (familieleden stierven in Theresienstadt) had Morgenthau weinig op met egoïstisch knalvuurwerk.

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.
    • Beatrice de Graaf