Ieder land heeft zijn eigen Jan Modaal – en het is altijd een man

Buitenland

Jan Modaal verandert, zeker in het Westen. Hij is meer een doorsneeconsument dan -burger geworden.

Foto Carlos Barria

Ook in de meeste buitenlanden woont een Jan Modaal. Hij heet er Joe Average, Pepe Pérez, Jan Kowalski, Ivan Ivanitsj, Zé Mané, Aam Aadmi, Otto Normalverbraucher, Medelsvensson of Koos van der Merwe.

Deze ‘doorsneemens’ is ook over de grens blijkbaar altijd een man. Zijn voor- en achternaam komen veel in de nationale telefoongids voor. Of is een variatie op modaal: gemiddeld, doorsnee, willekeurig, zoals iedereen. De kleine man. Met de pet. In de straat of uit het dorp.

Nog een overeenkomst: vooral politici roepen hem aan. Behalve in het Midden-Oosten, waar machthebbers niet hoeven te dingen naar de gunst van de kiezer. Daar heeft zijn naam een denigrerende bijklank.

In democratieën wordt hij juist op een hoog voetstuk geplaatst. Zijn naam valt daarom vooral in campagnetijd. Dan wordt hij uitgenodigd voor ‘town hall meetings’ met politici. Mag hij zijn mening geven in de media.

Echte mensen

Jan Modaal verandert, zeker in het Westen. Nu politiek daar minder draait om ideeënstrijd of inkomensverdeling en meer om identiteit, krijgt hij concurrentie. Hij blijft ijkfiguur voor beleid en ambtelijke rekenmodellen. Soms staat hij als standaardnaam op formulieren. Maar hij is meer een doorsneeconsument dan -burger geworden.

Otto Normalverbraucher bijvoorbeeld werd al in 1948 bekend, als personage in een film. Hij is daarin een doodgewone, uit de oorlog teruggekeerde soldaat, die in het verwoeste Berlijn het leven weer moet zien op te pakken en zijn kostje bij elkaar moet scharrelen. Tegenwoordig is het een oubollige term, neerbuigend haast. Dat geldt ook voor Perico de los Palotes, een onnozele straatmuzikant. In Spanje wordt zijn naam al sinds de 17de eeuw gebruikt voor een doorsnee persoon. Tegenwoordig steeds minder.

De gewone man behoort nu tot de middenklasse. En die heeft het sinds Normalverbrauchers filmdebuut wereldwijd veel beter gekregen. Pepe, Joe, Zé en Jan kunnen elkaar zomers tegenkomen in het vakantieresort.

Maar die middenklasse staat ook onder druk – of voelt zich in ieder geval bedreigd. Er staat een nieuwe ‘gemiddelde burger’ op. Die laat zich niet definiëren naar wat hij heeft, maar naar wie hij is. De Britse en Franse politiek spreekt bijvoorbeeld graag van ‘echte mensen’. Deze real people en vrais gens hebben ‘echte problemen’ en willen ‘echte banen’. Dit in tegenstelling tot de nepproblemen en namaakbanen van Smurfen.

De Britse publicist David Goodhart noemt hen in een recent boek de somewheres. Dit als spiegelbeeld van de everywheres: hoogopgeleide kosmopolieten die de wereld rondreizen en profiteren van globalisering, technologische veranderingen en economische verschuivingen. De somewheres zijn de weerloze verliezers van al die ontwikkelingen.

Daarvan is immigratie misschien wel de belangrijkste ontwikkeling. De gewone man houdt daarom een inheemse naam: in Nederland raakte ‘Mo Modaal’ nooit in zwang. De gemiddelde Fin heet Matti Meikäläinen, letterlijk ‘één van ons’. En de gemiddelde burger Hrvoje Horvath (Hrvoje Kroaat) is een soort hyper-Kroaat.

Wie is dan niet-normaal?

Gewone mensen voelen zich vaak miskend. In een arm land als Indonesië heten ze ‘het kleine volk’ – al vormen ze er de meerderheid. Ze wonen niet in de grote stad, maar in de provincie, zoals de Spaanstalige Juan del Pueblo (Jan van het Dorp). Ze zijn bijvoorbeeld loodgieter en drinken graag bier, zoals Joe Sixpack en Joe the Plumber tijdens de Amerikaanse presidentsrace van 2008. Of ze dragen een gewatteerde jas uit Sovjet-tijden, zoals de herkomst uitwijst van het Russische vatnik, een populaire bijnaam voor een provinciaal met reactionaire politieke ideeën.

De normale man is ook zeker geen politicus. Behalve in India. Daar is Aam Admi, letterlijk ‘gewone man’, sinds 2012 de naam van een politieke partij. Een snel groeiende protestpartij tegen corruptie en voor de middenklasse.

Gewone mensen zijn, kortom, ook heel veel niet. ‘Normaal’ is een term die anderen impliciet uitsluit, valt taalwetenschapper Annette Trabold uit het keurige, politiek correcte Duitsland op wanneer haar deze term wordt voorgehouden. „Want wie is dan niet-normaal?”

M.m.v. de correspondenten en buitenlandredactie van NRC.
    • Merijn de Waal