Column

Hoe de ‘Gewone Nederlander’ een extremist werd

Politiek

Dit jaar hees de politiek volgens Arjen van Veelen een nieuw type Gewone Nederlander op het schild: de boze burger. ‘Het is één van de schokkendste omslagen in de Nederlandse politiek en tegelijk de meest geruisloze.’

Foto Frank van Beek/HH

‘Nederland houdt van guh-woon’, aldus een reclamespotje voor G’woon, een nieuw huismerk dat afgelopen zomer in de supermarktschappen verscheen. De merknaam is misschien irritant raar gespeld, maar verder is G’woon een slimme naam: supermarkten mikken op gewone mensen, want daar zijn er nu eenmaal het meest van. En Nederlanders vinden het gek genoeg fijn om gewoon te worden genoemd. Daarom is het al jaren ‘Gewoon bij Albert Heijn’. En heet de HEMA ‘de normaalste zaak van Nederland’, want ‘Hema maakt gewoon bijzonder’.

In dat huiselijke reclamefilmpje van G’woon figureren dus ook allerlei gewone Nederlanders die gewone dingen doen, zoals boterhammen smeren. Deze gewone Nederlanders hebben trouwens allerlei verschillende huidskleuren – en niet vanwege politiek correct gedoe, maar gewoon omdat Marokkanen, bijvoorbeeld, ook melk en pindakaas kopen. Het is gewoon handel.

Ook de politiek mikt al jaren op de gewone Nederlander, om diezelfde reden als supermarkten: marktaandeel. Dat was niet altijd zo, heel lang geleden zochten partijen nog de gunst van rare, specifieke groepen Nederlanders, bijvoorbeeld katholieken of liberalen of socialisten. Dat was toen ze nog ideologie hadden. Maar sinds de meeste partijen vooral polls en focusgroepen volgen, gaan ze voor die grootste gemene deler, ‘de gewone Nederlander’. Want daar zijn er het meest van.

Die ‘gewone Nederlander’ verhult dus een politieke leemte, het is de ideële leegheid van ‘Always Coca Cola’ of ‘Retteketet naar Beter Bed’. En de ironie is dat we door al die breed mikkende volkspartijen, nu met een totaal versplinterde politiek zitten.

Kortom, Jan Modaal bestaat al een poosje – maar met de gewone Nederlander die dit jaar plots op het politieke toneel verscheen, is iets raars aan de hand. Iets ergs, ook. Deze gewone Nederlander, ik zeg het niet graag, is een extremist. Hij is er niet voor iedereen.

Let wel: ik heb het nu niet over de statistische, gemiddelde Nederlander, van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook niet over die journalistieke doorsnee-Nederlander, die meestal ergens in Etten-Leur woont, met een boeddha-beeldje in de vensterbank, een Opel en een deurmat met ‘welcome’, die het touwtje van Terlouw mist, die vrijwilligerswerk doet in het asielzoekerscentrum of bij de korfbalvereniging en die zich soms zorgen maakt over flexwerk en de stijgende huur en toenemende hondenpoep – die gewone Nederlander is namelijk best een schappelijk type.

Nee, het gaat me om een rare ‘gewone Nederlander’, hij dook voor het eerst op in januari, in een commercial van Mark Rutte, een brief in de grote kranten. „Aan alle Nederlanders”, begon hij nog heel breed, maar al gauw foeterde Rutte tegen bepaalde Nederlanders die „onze vrijheid” misbruiken om „hier” de boel te verstieren en afgeven op „onze gewoontes en onze waarden”, terwijl ze juist zelf naar „ons land” zijn gekomen. En dan gaan ze „gewone Nederlanders uitmaken voor racisten”.

Rutte noemde die rare ellendelingen geen Marokkanen of Turken, hij schreef alleen: „U herkent het vast wel.” Knipoog. En voor die rare Nederlanders had hij ook nog een uitsmijter: „Doe normaal of ga weg.”

Zijn advertentie leek een reclamespotje, waarin de gewone Nederlanders hun boterhammen smeerden, terwijl de rare de ruiten ingooiden. Zijn ‘gewone Nederlander’ bleek een polariserend type. En in zijn ‘doe normaal’ klonk de agressie door van ‘opsodeflikkeren’.

Obsessie met het volk

Rutte werd er premier mee, maar nog voor hij zijn kabinet kon aanbieden aan de koning – op een gewone, Nederlandse fiets natuurlijk – had je ook nog CDA-leider Buma. Die gaf in september zijn veelbesproken H.J. Schoo-lezing. Eerder al had Buma zijn eigen naam een rebranding gegeven; dat ‘Sybrand van Haersma Buma’ werd ‘zeg maar gewoon Buma’. Ook in zijn lezing gaf deze Buma blijk van een obsessie met het volk. „De gewone Nederlander wil werken, als er maar een baan is. (…) Maar steeds loopt de gewone Nederlander tegen een muur op. De baan is vergeven aan een immigrant of een Oost-Europeaan…” Daar had je ze weer. Het was verder een best deftig betoog, Alexis de Tocqueville kwam er nog in voor, naast wat intellectuele quatsch over onze ‘eeuwenlange’ judeo-christelijke samenleving. Maar de korte samenvatting was: de gewone Nederlanders voelen zich ontheemd, komt door de buitenlanders, koopt allen toch mijn vertrouwde huismerk christendom.

Steeds als het over de ‘gewone Nederlander’ ging, dook ook zijn denkbeeldige aartsrivaal op, de rare Nederlander: de migrant / Pool / moslim / de u-herkent-ze-wel.

Buma kwam in de lezing ook met een truc, een soort rebranding. Hij stelde letterlijk voor: „Als we de ‘boze burger’ nou de gewone Nederlander noemen.” Die zin vat het afgelopen jaar wonderlijk goed samen: in 2017 werd de boze minderheid genormaliseerd. Boos werd gewoon.

Want steeds als het over de ‘gewone Nederlander’ ging, dook ook zijn denkbeeldige aartsrivaal op, de rare Nederlander: de migrant / Pool / moslim / de u-herkent-ze-wel. Zelfs partijen die toch onmogelijk voor ‘de gewone Nederlander’ staan, zoals de religieuze splinterpartij SGP, deden er aan mee. Neem dit recente citaat in NRC, van Kees van der Staaij: „De gewone man ziet dat hij geen plekje vindt voor zijn dochter met psychische problemen en dat er voor de asielzoeker van alles geregeld wordt…”

Het raarste van deze ‘gewone Nederlander’ is nog wel dat hij nooit iets verkeerds kan doen. Niemand durft hem te vertellen dat zijn verloren thuisgevoel niet door de islam komt, maar door, bijvoorbeeld, het radicale marktgeloof, flexibilisering, bureaucratisering, automatisering. En dat de huurprijzen niet stijgen door de koran, maar door, bijvoorbeeld, Airbnb. Niemand kapittelt hem nog, uit angst voor de polls en uit gebrek aan principes. Zelfs GroenLinks lijkt daarmee gestopt. Die partij liet de kabinetsformatie knappen op het principiële punt van migratie, om laatst aan te kondigen het niet meer over migratie en ander identiteitsgedoe te gaan hebben, maar vooral over de zorgen van, jawel, de gewone Nederlander.

Hans Janmaat had het in de jaren tachtig ook steeds over ‘de gewone Nederlander’ die de klos was vanwege de buitenlanders. Alleen was hij een outcast. Nu hebben we een kabinet met vrijwel dezelfde karikaturale boodschap, hun Jan Modaal klinkt als een soort Hans Janmaat. Het is één van de schokkendste omslagen in de Nederlandse politiek en tegelijk de meest geruisloze, omdat ze werd vermomd door dat geliefde, vertrouwde merknaampje ‘gewoon’.

Wat moet de echte gewone Nederlander daar nou weer mee? Die voelt zich nog steeds even verweesd in dit land van opportunisme en ideële leegte, een land dat na al die decennia nog steeds niet met een betere analyse is gekomen dan dat ‘de buitenlanders’ het hebben gedaan, en nou gaat de btw ook nog omhoog, terwijl de rijken douceurtjes krijgen. Ja, die echte, schappelijke gewone Nederlander is, het zal weer eens niet, gewoon de sjaak en de klos.