Skiën in het spoor van Hannibal

Hannibal ging met olifanten de Alpen over, maar wáár? Twee vermoedelijke routes in prachtig gebied zijn wintersportend te verkennen.

Foto Pierre WITT/Getty Images, Illustratie Olf de Bruin

Hannibal wil wraak. Als zijn zwager Hasdrubal in 221 voor Christus wordt vermoord door een slaaf, krijgt Hannibal de leiding over het leger van Carthago dat oprukt naar Rome. Precies op tijd: Hannibal, zoon van generaal Hamilcar, is 29 jaar, geldt als groot militair talent en is helemaal klaar om het verlies van de eerste grote oorlog tussen de twee rijken te wreken.

In die oorlog was de vloot van Carthago verslagen, dus Hannibal moest over land en de Romeinen waren niet van plan het hem makkelijk te maken. Ze hielden de kust bij Marseille in handen, Hannibal moest een omweg zoeken. Die vond hij in de Alpen, waarvan Rome dacht dat ze ondoordringbaar waren voor zo’n groot leger.

Niet dus. Hannibal stuurde noordelijker dan de vijand verwachtte, en het lukte hem met 46.000 voetsoldaten en 37 Noord-Afrikaanse olifanten de Alpen over te steken. Het wordt nog altijd gezien als een van de grootste militaire kunststukjes ooit. Vooral dankzij twee historische verslagen weten we hoe het hem is gelukt: door verbonden te sluiten met de door Rome slecht behandelde plaatselijke bevolking, door zelf wegen te maken, en door Hannibals militaire vernuft.

Maar wáár hij de Alpen precies doorkwam, dat is minder duidelijk. Over de passen die hij mogelijk heeft genomen, „werd al gediscussieerd in de tijd van Polybios”, schrijft historicus Jona Lendering in zijn boek Oorlogsmist (2006). Net als zijn Romeinse collega Livius beschreef de Griek Polybios de tocht van de beroemde Carthager tot in detail, maar beiden noemen andere details.

Sindsdien breken oudheidkundigen hun hoofd, en bijkans dat van elkaar, op de precieze route. De Brit John Hoyte probeerde er in de jaren vijftig achter te komen door Jumbo, een Aziatische vrouwtjesolifant die hij uit de dierentuin van Turijn had geleend, door de Alpen te jagen. Dat lukte, maar één olifant maakt nog geen veldslag.

Alles bij elkaar zijn er zes meer of minder aannemelijke routes, met twee hoofdverdachten: Queyras in de Hautes-Alpes en het iets noorderlijker gelegen dorp Montgenèvre. Die bekijken we, zonder olifant maar mét skipas, want 2000 jaar na de Tweede Punische Oorlog zijn Hannibals routes wintersportgebieden.

De Brit John Hoyte joeg in de jaren vijftig een vrouwtjesolifant door de Alpen

Queyras is een dal en regionaal natuurpark in het zuiden van de Franse Alpen, gelegen tegen de Italiaanse grens. Van Frankrijk naar Italië loopt de Col de la Traversette, een bergpas op bijna 3.000 meter hoogte, die het leger van Hannibal genomen zou kunnen hebben. Die pas is nu nauwelijks begaanbaar, zeker niet in de winter, maar vorig jaar dook bewijs op voor deze route: er werden aanwijzingen voor vertrappelde grond gevonden, mogelijk door lastdieren. Bovendien vonden onderzoekers er microben die voorkomen in de uitwerpselen van zoogdieren, zoals de vele lastdieren die Hannibal bij zich had. En dan toonde koolstofdatering ook nog dat die microben daar rond 218 voor Christus terecht moeten zijn gekomen. Dat klopt precies.

Legendarisch leger

Het zou knap zijn van Hannibal, want Queyras is met de auto al moeilijk bereikbaar. Er zijn drie toegangswegen, waarvan de Fransen er in de winter twee omtoveren tot skipistes. Het is genieten in Queyras: een parel van een natuurgebied met prachtige, eeuwenoude dorpen, maar zonder massatoerisme. Tussen die dorpen liggen kleine, maar charmante skigebieden, waar het mooi skiën en snowboarden is. Vooral in Ceillac liggen de pistes tussen de watervallen, rotspartijen en wilde bossen. Omdat Queyras vrij zuidelijk ligt, is de natuur er al een klein beetje mediterraan: in de lente komen er Provençaalse bloemen tevoorschijn.

Een van deze twee routes legde Hannibal waarschijnlijk af, volgens de meeste experts.

„Het moet wel hier zijn geweest”, zegt gids en Hannibal-enthousiasteling Jean-Paul Blanc. „Oké, het is een heel moeilijke col die hij dan heeft genomen. Maar de natuur kan veel veranderen in al die eeuwen. De gevonden sporen van lastdieren bewijzen het. Bovendien zag Hannibal volgens de overlevering de Italiaanse rivier de Po, toen hij over de Alpen was. Dat kan alleen vanuit de Col de la Traversette zijn geweest.”

Wat opvalt is het gebrek aan Hannibalisme in Queyras – je zou verwachten dat de doorkomstplek van zo’n legendarisch leger toch ergens herinnerd zou worden. De souvenirwinkel bij het toerismecentrum in het dorpje Château Ville Vieille staat vol kaasjes, handwerkjes, tafeltjes en andere lokale folklore. Nergens een houten olifantje, of shirts met Hannibal op ski’s. Maar bij het verkennen van het gebied niet ver van de Col de la Traversette staat langs de D205T richting Italië wél een flinke rots met de naam ‘Rocher d’Annibal’, de Rots van Hannibal. Er hangen verschillende plaquettes aan die allerhande wereldoorlogen herdenken, maar niets over Hannibal. Waarom die rots dan zo heet, weet niemand.

Blanc vraagt wat de volgende stop is. „Montgenèvre? Oh die zullen wel zeggen dat Hannibal daar is langsgekomen. Maar dat is fout.” Hij lacht. „Wrong!

Tetterende olifanten

Het dorp Montgenèvre ligt zo dicht op de grens met Italië dat een Italiaans restaurant hier gewoon een restaurant heet. Het is ook nogal lelijk. De grijsbruine papsneeuw helpt niet, maar het dorp heeft het ook een beetje aan zichzelf te danken: het wordt gedomineerd door de doorgaande weg naar Italië, en staat vol betonnen appartementencomplexen. Maar er ligt wel vierhonderd kilometer aan pistes, en eerlijk is eerlijk: op de loeistrak geprepareerde pistes lijkt het, als je met je ski’s of snowboard schuin op de helling naar beneden raast, of je tetterende olifanten in de verte hoort. Deze col ligt op ongeveer 1.800 meter hoogte, de laagste en makkelijkst begaanbare kandidaat voor Hannibals route. Het is al eeuwenlang de belangrijkste doorgaande route tussen Italië en Frankrijk – Caesar gebruikte die al om zijn Gallië te bereiken – en is dat nog steeds in de regio. Niet voor niets zijn de pijlen van veel Hannibal-historici al eeuwen op deze plek gericht. Afgaand op de bronnen moet de gekozen pas voldoen aan zes eisen (plek voor een groot kamp, een bepaalde afdaling, en zo nog wat voorwaarden).

Foto Wikimedia

Maar, zo schrijft Jona Lendering: „geen enkele pas in de westelijke Alpen voldoet aan alle eisen, maar er is er één die aan vijf van de zes eisen voldoet: de Col de Montgenèvre”. De Po is daarvandaan niet te zien maar die is vanaf geen enkele van de kandidaat-passen te zien – behalve vanaf de Col de la Traversette in Queyras, die verder aan alle andere eisen niet voldoet.

Maar ook in Montgenèvre geen Hannibal-marketing. François Veauleger, verantwoordelijk voor de marketing van het skigebied rond Montgenèvre, zegt dat marketing zinloos is zolang niemand echt zeker weet waar Hannibal doorkwam.

Behalve dan Robert Fabreguettes, auteur van Hannibal et la traversée des Hautes-Alpes. Ondertitel: Het einde van een dogma. Daarin staan zijn bevindingen over Hannibals tocht door het Haut-Alpse. Met plezier komt hij vanuit Gap – twee uur rijden heen en twee uur terug – om uit te leggen waarom er geen twijfel mogelijk is over Montgenèvre als route. „Dit is de enige plaats waar zo’n groot leger kamp kon opslaan.” Met kaarten, tekeningen en lappen tekst laat hij het zien. „Traversette?” Hij schudt zijn Chriet Titulaer-baardje. „Je bent in Queyras geweest. Heb je die honderden meters diepe kloven gezien waar de rivier de Guil doorstroomt? Daar kun je niet met olifanten doorheen, en Hannibal zou die wel twintig keer hebben moeten oversteken. Daar zijn dan wel resten van uitwerpselen gevonden, maar de datering heeft een foutmarge.”

En Polybios dan, de Griekse geschiedschrijver die op basis van een ooggetuigenverslag opschreef dat het echt Queyras was waar Hannibal doortrok? Fabreguettes: „Hij sprak een ooggetuige zeventig jaar nadat het gebeurde. Dat moet wel een voor die tijd uitzonderlijk oud persoon zijn geweest, die het had gezien in zijn kindertijd. Dat geloof ik niet.”

In Montgenèvre eindigt een van de 59 pistes op een golfbaan, en gek genoeg is dat de plek die het meest overtuigend duidelijk maakt dat Hannibal hier best eens langs kan zijn gekomen: daar ski je de besneeuwde baan af tussen een bevroren eendenvijver en de doorgaande snelweg. En boven die snelweg valt het op: de borden staan ineens in het Italiaans, en wie zich omdraait ziet het vierkante, blauwe bord met ‘France’ tussen de Europese sterren. Onbewust glij je daar dus zo Italië binnen. En als het op ski’s al zo makkelijk is, dan moet het met olifanten en een leger toch ook te doen zijn.

Deze reis werd deels gesponsord: NRC betaalde de vlucht en vervoer ter plaatse, overnachtingen en skikosten zijn betaald door Atout France, het Frans bureau voor toerisme.
    • Peter van der Ploeg