Foto Annabel Oosteweeghel

Elke ballerina heeft een horrorverhaal

Ballet

Geen ballerina ontkomt er aan: eeltknobbels en bloedende tenen. Boosdoener is het schoentje dat een been zo elegant verlengt. Ondanks vernieuwingen blijft de spitz een martelwerktuigje.

Dansen op spitzen: het is de droom van elk balletmeisje. Al was het maar omdat het zulke sierlijke schoentjes zijn: van roze satijn, met linten om de enkel, een elegante verlenging van het been. Op die paar vierkante centimeters is het geweldig pirouetten draaien. Maar dansen op de punten van je tenen in een veel te smal schoentje: objectief beschouwd is het gekkenwerk. De pest voor je voeten en enkels.

Eigenlijk zou hij er uit hoofde van zijn beroep op tegen moeten zijn, zegt John ten Kulve, fysiotherapeut van Het Nationale Ballet. „Kooivechten, daar ben ik ook tegen. Maar dit is kunst. Dat vind ik wat anders.” En dus behandelt Ten Kulve al jarenlang danseressen die zich dagelijks op de spitzen verheffen en de pijn die daarmee gepaard gaat voor lief nemen: eeltknobbels, bloedende tenen, blauwe nagels, likdoorns, pees- en slijmbeursontstekingen, enkelproblemen, vervormingen van de voet. „Niet om aan te zien”, zegt hij.

Iedere danseres heeft haar eigen horrorverhaal over spitzen. Zelfs de nu 75-jarige Alexandra Radius. Dankzij goede spitzenvoeten, met tenen van gelijke lengte, oerdegelijke training, discipline en zorg voor de schoentjes is zij vrijwel ongehavend door haar 33-jarige podiumloopbaan gekomen. „Ik heb nog babyvoetjes”, zegt zij. Dansen op spitzen heeft Radius nooit als marteling ervaren. Wel had zij ooit last van een zachte likdoorn tussen haar tenen. „Die drukte op het bot en raakte steeds meer ontstoken doordat ik spitzen droeg.”

Maar Radius móést dansen, dus dat deed ze. Vijf jaar lang lepelde ze de pus uit haar voet, nam sodabaden en knipte stukken dode huid weg. Toen haar voet tijdens een tournee door een infectie helemaal was opgezwollen, wurmde zij haar gekwelde onderdaan voor de voorstelling in een slappe balletschoen, vervolgens in een te kleine schoen, een nog kleinere, en uiteindelijk in een spitz. „En dan zo hard mogelijk met mijn tenen op de grond bonken, tot ze gevoelloos waren.” Na de voorstelling kwam de voet langzaam tot leven.

Iets magisch

Can Yükova van het Nationaal ballet. Foto Annabel Oosteweeghel

Waarom doen de dansers het? Ten dele omdat pijn ‘er nou eenmaal bij hoort’. Pijn is in de danswereld een erezaak. Het is een bewijs van toewijding en ambitie.

Maar de pijn van het dansen op spitzen heeft ook iets magisch. Als danser heb je opperste controle over je lichaam. Het hóórt bij de klassieke dans, met name bij de negentiende-eeuwse balletten.

Voor het merendeel van de klassieke danseressen is het beschermen van de tenen tegen druk en pijn, door de spitz, een vast onderdeel. Professionele ballerina’s kunnen bij hun spitzenfabrikant voorkeuren doorgeven voor variabele factoren: maat, hardheid, vorm, breedte, hiel-, zijkant- en voorbladhoogte, binnenzool et cetera.

De zoektocht naar ‘de ideale spitz’ kan soms wel twee jaar duren en vaak vloeien daarbij tranen van frustratie, zegt Can Yükova. Hij is de ‘spitzenfluisteraar’ van Het Nationale Ballet, verantwoordelijk voor de inkoop van pakweg 1.300 paar spitzen per seizoen. Yükova kent de noden en behoeften van de danseressen als geen ander.

Bij hem kunnen de ballerina’s ook accessoires krijgen. Teenbeschermers van wol, schuimrubber of siliconen, tape, teenspreiders en, het nieuwste, Dancer’s Dots: „een soort tweede huid, om druk te verminderen”. De danseressen zijn er gek op. In de tijd van Radius gebruikten zij meestal gewone watten, later was bolletjesplastic een tijd populair als teenprotectie.

Tot het einde van de vorige eeuw was er niemand, ook geen spitzenproducent, die op het idee kwam te onderzoeken of er iets verbeterd kon worden aan de spitz: het draagcomfort, de ondersteuning en de schokdemping. Bij Freed of London, een van de grootste spitzenmerken, werkt men in grote lijnen nog met dezelfde materialen als een eeuw geleden: leer voor het zooltje, jute, papier-maché en lijm voor de schoen. De spitzen zijn kleine kunstwerkjes – iedere spitzenmaker heeft zijn eigen merkteken – maar blijven martelwerktuigjes voor de voet.

Sportwereld als voorbeeld

Pas in de jaren negentig begon er iets te veranderen in de spitzenwereld. De Amerikaanse Eliza Minden, verwoed dansamateur, vond dat de danswereld een voorbeeld moest nemen aan de profsport, waar voortdurend onderzoek wordt gedaan naar het optimale schoeisel. Klassieke danseressen dansten volgens Minden „op oud papier”. Samen met wetenschappers en ballerina’s ontwikkelde zij een spitz die grotendeels is opgebouwd uit synthetische materialen, met aan de punt en onder de hiel een schokabsorberende schuimlaag.

In de zool van de Gaynor Mindenspitz zit een soort meeverende ‘lepel’, die de doorgestrekte voet extra ondersteuning biedt en een mooie, gewelfde vorm geeft. Om die reden werd deze nieuwe spitz aanvankelijk de cheater shoe genoemd: dansers zouden minder eigen spierkracht nodig hebben om van de vlakke voet naar relevé op de teenpunten te rollen. De stugge lepel zou hen er als het ware op wippen: bedrog!

Foto Annabel Oosteweeghel

Op veel dansacademies werd de spitz verboden, vertelt Jeanne Share, de Europese vertegenwoordiger van Gaynor Minden. De balletwereld reageerde behoudend. „Er is zelfs bij onze fabriek gedemonstreerd!” Toch heeft de Gaynor Minden de balletwereld in razend tempo veroverd; het bedrijf levert aan 86 landen. Bij Het Nationale Ballet danst ongeveer de helft van de danseressen op de klassieke Freeds, de andere helft is overgestapt op de kunststof spitz.

Ook op de Gaynor Mindens dans je niet zonder pijn, erkent Share. Maar er wordt wel gewerkt aan verbeteringen. „Beginners zijn soms teleurgesteld dat het nog steeds pijn doet”, zegt zij. „Maar hallo, je danst wel op je teenpunten!”

In navolging van de Amerikaanse spitzenmaker werken ook andere fabrikanten aan vernieuwingen, maar er is nog geen echte concurrentie in het synthetische segment. Spitzen moeten ademen, is de algemene overtuiging. Wel wordt steeds meer gedaan aan blessurepreventie, zowel in de opleiding als bij de gezelschappen. Zo is de keuring van aspirant-ballerina’s veel strenger geworden, om problemen op latere leeftijd te voorkomen. Wie niet aan de eisen voor flexibiliteit en stabiliteit voldoet, moet de droom van spitzen en tutu’s uit het hoofd zetten.

Of de Gaynor Minden het ei van Columbus is? Ten Kulve lijkt daar niet van overtuigd. Hij had aanvankelijk zelfs de indruk dat de spitz tot méér enkelproblemen leidde. „Waarschijnlijk omdat dansers door die stabielere spitz slordiger gingen werken; ze worden luier. Dat wreekt zich in de gewrichten.”

Pijn en blessures zijn niet te voorkomen, denkt fysiotherapeut Ten Kulve. Het dansen op spitzen is volgens hem een minder groot probleem dan het gebrek aan een gezonde werk-rustbalans bij dansers. „We zijn ermee bezig. Maar al voldoe je aan álle voorwaarden, een balletloopbaan is nooit probleemloos.”