Een toernooi dat niemand zal missen

Hockey World League

De hockeymannen namen in de kwartfinale afscheid van de HWL, dat na zondag verdwijnt. Een necrologie van een roemloos toernooi.

International Thijs van Dam tijdens de wedstrijd tegen Duitsland in de Hockey World League Finals. Duitsland won na shoot-outs. Foto Koen Suyk/ANP

In juni van dit jaar plaatsten de Nederlandse hockeymannen zich voor het WK van volgend jaar door in de kwartfinale van de halve finale van de Hockey World League van China te winnen. Daarna won Oranje ook de halve finale van de halve finale. En de finale van de halve finale. Er volgde een huldiging.

Donderdag, een half jaar later, haalde Oranje bijna de halve finale van de finale zonder één duel te winnen – Duitsland won door shoot-outs na de 3-3 in reguliere speeltijd. België was in de groepsfase van de finale met drie zeges dominant, maar speelt slechts om plek vijf na verloren shoot-outs tegen het zwakke India in de kwartfinale. Bij de vrouwen gebeurde een maand eerder hetzelfde: Nieuw-Zeeland werd laatste in de poule, maar haalde de finale; Argentinië won alle pouleduels en lag er na de kwartfinale uit. Want: elk land gaat, ongeacht de resultaten in de groep, naar de kwartfinale…van de finale.

De Hockey World League (HWL) is voor de hockeyers al vanaf de eerste van drie edities moeilijk te begrijpen geweest, laat staan dat het eenvoudig was voor de buitenwereld. Het was als een potentieel geweldige mop die door de lange, ingewikkelde aanloop zo moeilijk was geworden, dat de clou er eigenlijk niet meer toe deed. Daarom ook dat weinigen het toernooi zullen missen als het er na zondag niet meer is.

Davis Cup voor hockeyers

De eerste editie van het toernooi, dat over twee jaar werd uitgesmeerd, begon in 2012. „Het was bedoeld als een soort Davis Cup voor het hockey”, zegt Marijke Fleuren, voorzitter van de Europese Hockeyfederatie (EHF) en lid van het Executive Board bij de internationale hockeyfederatie (FIH). Ze was nauw betrokken bij het toernooi. „Alle landen konden zich inschrijven, niet alleen de toplanden zouden de dienst uitmaken.”

De HWL 1 en de HWL 2 waren voor de kleinere hockeylanden. De toernooien waren een mogelijkheid veel wedstrijden te spelen, en dus beter te worden, en ook om eens gastheer te zijn. „Wat dat betreft is de HWL geslaagd. Landen als Ierland, Oostenrijk en Frankrijk zijn er echt beter van geworden.” De problemen kwamen pas in het derde en vierde ‘subtoernooi’, HWL 3 en HWL 4. Het derde fungeerde als kwalificatietoernooi voor WK en Olympische Spelen. Daar was al snel gedoe over. Zo stond Nederland in 2013 wel op dat toernooi, maar was het als gastland van het WK een jaar later al geplaatst. Er werd volgens Fleuren bewust gekozen voor het derde toernooi als kwalificatiemoment, „het vierde zou qua teams te nauw zijn geweest”, maar wat leverde het finaletoernooi dan nog op?

Robert van der Horst, nu niet in de selectie, mocht als international in 2013 de winst in de allereerste Hockey World League vieren. „In die periode wonnen we niet veel, dus die trofee was fijn. Er stond druk op de groep, dus het voelde als bevestiging, als bevrijding. Maar niet meer dan dat. Het was bedoeld als echte hoofdprijs, ter vervanging van de Champions Trophy, maar wordt door geen land zo gezien. Ze komen met B-teams, proberen dingen uit.”

En dan dus dat format op het finaletoernooi. Alles verliezen en toch naar de kwartfinale. „Het is zo krom als maar kan”, zegt Van der Horst. „Eigenlijk moeten de twee beste landen van de poule een halve finale spelen. Het is een raar systeem, niet uit te leggen.” Hockeybond KNHB deelde vanaf het begin de kritiek, zegt directeur Erik Gerritsen. „De opzet druist in tegen het sportgevoel.”

Samenvatting van de verloren kwartfinale van de hockeymannen tegen Duitsland:

Ergens vindt Fleuren het extra spanning meebrengen. Dat India bij de mannen opeens van België wint, geeft aan dat de top dicht op elkaar zit. Maar de FIH zag de problemen. „Het moest een zichtbaar product zijn waar iedereen achter stond, transparant en duidelijk uit te leggen. Dat voldeed niet. Het was lastig gastlanden vinden, de televisie geïnteresseerd krijgen.”

De Hockey World League is nooit geworden wat de FIH beoogd had, zegt Gerritsen. „Ik ben blij dat ze dat hebben ingezien en dat ze het nu proberen te vervangen door iets anders.” Dat wordt de Hockey Pro League, een toernooi dat ook niet makkelijk uit te leggen is, maar een grote verbetering moet zijn. Negen landen bij de mannen, negen bij de vrouwen. Twee keer tegen elkaar, uit en thuis. Losse wedstrijden gedurende een halfjaar, met kwalificatie voor WK en Spelen en punten voor de wereldranglijst als inzet en één finaletoernooi tot besluit.

Van der Horst zou zelf het liefst mínder internationale toernooien zien, maar de Pro League spreekt hem in de basis wel aan. „Het is professioneler, eerlijker – je speelt uit en thuis.” In een hockeycultuur als die in Nederland is de belasting voor spelers een belangrijke kwestie, hier is de landelijke competitie veel belangrijker dan in een land als Australië. „Maar wat wij in concept hebben gezien qua kalender, geeft veel vertrouwen”, zegt Gerritsen. Het is volgens Fleuren ook goed te vermarkten: regelmatig grote hockeywedstrijden op televisie in waarschijnlijk volle stadions.

Zoeken naar juist format

Van der Horst denkt soms dat de FIH zoekende is naar de juiste formats. „Naar enerzijds een professioneel en tegelijk een commercieel model. Om er alles aan te doen de sport olympisch te houden, is mijn gevoel.” In 2013 zei toenmalig IOC-voorzitter Jacques Rogge dat de positie van het hockey als olympische sport niet ijzersterk was. Voorlopig is er niets aan de hand: tot en met de Spelen van 2024 is het hockey verzekerd van deelname. „Maar sinds die uitspraak ben ik klaarwakker”, zegt Fleuren.

Ze is enthousiast over wat de Pro League kan bijdragen aan het internationale hockey, maar ook dat format zal eigenaardigheden hebben. De eerste reeks wedstrijden is op het zuidelijk halfrond, dus spelen Australië en Nieuw-Zeeland niet alleen veel thuis, ze spelen in eerste instantie ook meer wedstrijden dan de rest. „Dus krijg je een vertekende stand en kun je onderaan staan omdat je maar één keer hebt gespeeld. Dat is niet leuk, maar niet te voorkomen.” Voor de internationale bond te hopen dat ze dat wél goed uitgelegd krijgen.