Opinie

    • Caroline de Gruyter

Een nieuwe crisis om oude wonden te helen

Correspondent Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Deze week kozen de euroministers van Financiën de Portugees Mario Centeno tot nieuwe voorzitter van de eurogroep. Vijf jaar geleden had de benoeming van een zuiderling op zo’n belangrijke post in het noorden heftige commentaren opgeleverd. De Duitse krant Handelsblatt kopte nu: „Een Portugees aan het hek!” Maar anders dan bij de benoeming van Mario Draghi tot president van de Europese Centrale Bank, in 2011, bleven hatelijkheden verder goeddeels uit.

Daar zijn meerdere redenen voor. Ten eerste heeft Centeno de Portugese economie flink uit het slop geholpen. De schuld is teruggebracht tot 128 procent van het bbp, het begrotingstekort tot 1,4 procent. De Duitse minister Wolfgang Schäuble noemde Centeno zelfs de ‘Ronaldo’ onder de euroministers.

Ten tweede is de storm rond de euro gaan liggen. Dat betekent niet dat structurele, onderliggende problemen zijn opgelost; de Europese Commissie deed deze week voorstellen om dit verder op te lappen. Maar de economie groeit gestaag en de euro is stabieler dan ze lange tijd was. Publiek sentiment weerspiegelt dat. Uit een jaarlijkse euro-peiling van de Europese Commissie bleek deze week dat 64 procent van de burgers in de eurozone vindt dat de munt goed is voor hun land. Vorig jaar vond maar 56 procent dat. 25 procent vindt de euro niet goed voor hun land, vergeleken met 33 procent vorig jaar.

Maar er is nog een reden dat de benoeming van Centeno amper leidde tot verhitte commentaren over de kloof tussen noord en zuid: Europa is een paar crises verder. Een nieuwe crisis leidt de aandacht af van hypergevoelige thema’s die iedereen voorheen als een graat in de keel staken, en zorgt bovendien voor politiek wisselgeld om voorgaande crises te smoren.

Een paar jaar geleden voorspelden zwartkijkers nog dat de euro uiteen zou vallen in een neuro en een zeuro. Het gierige noorden werd gezien als bastion van ‘austerity’, de ‘pigs’ in het zuiden zouden de hele eurozone willen laten opdraaien voor hun lasten en risico’s. Maar toen luwde de crisis. Miljoenen vluchtelingen wandelden de Europese Unie binnen. Sindsdien is de focus op een andere breuklijn: oost-west. Ook deze perceptie komt met eigen clichés. Ditmaal gaan die over vluchtelingen, identiteit en de omgang met democratie. Het interessante is nu dat noord- en zuid-Europa deze nieuwe crisis gebruiken om oude wonden te laten helen.

Italië en Griekenland, bijvoorbeeld, klaagden altijd dat de eurozone zo rigide was in de toepassing van de regels. Hoe meer flexibiliteit zij vroegen, hoe moeilijker de anderen het vonden om hen dat te geven. Nu komen vluchtelingen en migranten aan op Italiaans en Grieks grondgebied. Dit zijn frontlijnstaten in een van de belangrijkste Europese gevechten van het moment: het gevecht om de controle over migratie. Dit jaagt Rome en Athene op kosten. Niet alleen vragen zij daarom een financiële tegemoetkoming. Zij willen ook dat die kosten mogen meewegen in de Europese beoordeling van hun nationale begrotingen. Dezelfde flexibiliteit die eerder problematisch was, klinkt nu redelijk. Zo kan iedereen elkaar alsnog de hand reiken.

De Franse president Emmanuel Macron past hetzelfde trucje toe: hij belooft Oost-Europese landen, die panisch zijn voor Rusland, meer militaire samenwerking. De prijs is dat zij verdere integratie van de eurozone, die de meesten van hen verder isoleert van de harde kern in Europa, zonder veel protest laten passeren.

Deze week klaagde het Europese Hof Polen, Hongarije en Tsjechië aan over hun weigering vluchtelingen op te nemen. Maar wees niet verbaasd als een Hongaar of Pool over enige jaren het Europese asielagentschap leidt. De vraag is meer welke nieuwe crisis we tegen die tijd hebben.

    • Caroline de Gruyter