90 kilometer op ski’s, dit is de langste langlaufmarathon

Op de eerste zondag van maart wordt in Zweden de Vasaloppet gelopen – de oudste, grootste en langste langlaufmarathon ter wereld.

Foto EPA, Illustratie Olf de Bruin

Gouda, 17 februari 2017

De blauwe borstelbaan van langlaufvereniging Gouda glimt in de zon. De borstels van de loipe zijn ingesmeerd met zeep, zodat de ski’s extra goed glijden. Bij een hellinkje klinkt gejuich: een 6-jarige stort zich van de zwarte piste. Nicole de Wit (20) glimlacht. „Zo zijn wij ook ooit begonnen, hè Tos?” Tosca de Wit (23) knikt: de zussen langlaufen sinds hun kleutertijd. Met dank aan vader Peter, die sinds de jaren negentig les geeft op de baan. Tegenwoordig is hij hun persoonlijke trainer: begin februari waren ze in het Duitse Oberhof, voor het NK langlaufen. Op de 30 kilometer lange marathon won Nicole goud, Tosca brons. En dus is het tijd voor een nieuwe uitdaging: de Vasaloppet. Deze Zweedse langeafstandklassieker voor langlaufers is 90 kilometer lang, van Sälen tot Mora. Er doen jaarlijks 16.000 mensen mee – de race is zo populair dat je moet worden ingeloot. Tosca de Wit: „De Vasaloppet is voor Zweden wat de Elfstedentocht voor Nederlanders is.” Behalve de twee zussen hebben zich dit jaar nog 43 Nederlanders ingeschreven. Onder hen is Aart van de Breevaart (70). Hij begon in 2007 met langlaufen en deed in 2009 voor het eerst mee met de Vasaloppet. „Ik liep hem uit in elf uur en vijftien minuten. Dit jaar is mijn doelstelling om onder de elf te komen.” De zussen streven naar een tijd rond de zeven uur. Tosca: „Een paar graden onder nul is ideaal. Als het spoor verijsd is, glijd je sneller.” Nicole: „En bij koud weer blijven de sporen beter intact. Met papsneeuw wordt het algauw een zootje.”

Eind februari vertrekken de Nederlanders naar Zweden, om een week ter plekke te oefenen. Tosca: „Maar voorbereiden doe je het hele jaar door. Wielrennen, hardlopen, rolskiën…”

Oxberg (Zweden), 2 maart 2017

Nicole houdt haar rechterhand omhoog. „Mijn nagellak bladdert af. Ik had opnieuw moeten lakken voordat we naar Zweden gingen.” Tosca lacht: „Niemand die je nagels ziet als je handschoenen aanhebt.” Peter de Wit rijdt, Tosca kiest de muziek: Tiësto knalt uit de speakers. Ze zijn onderweg naar Oxberg. Vandaag staan er geen wedstrijden op het programma – een ideale dag dus om zelf de laatste 30 kilometer van het Vasaloppetparcours uit te testen.

Het spoor is maagdelijk wit, de loipe net geprepareerd. Door de bomen heen schijnt de zon. Om de paar kilometer staat een skräpzon, een overmaatse vuilnisbak.

De route van de Vasaloppet.

Kort na Gopshus gaat het steil naar beneden. Behalve Aart van de Breevaart en Tosca en Nicole de Wit zijn er ook andere Nederlanders op de loipe. „Je moet geen X-benen maar O-benen maken”, roept Van de Breevaart hun tijdens de afdaling toe. „Dan vlieg je minder snel uit het spoor!”

Orsa, 4 maart 2017

Het sneeuwt. Aart, Tosca en Nicole hebben vandaag een rustdag op de camping waar ze verblijven. Niet alleen om hun lichaam te ontzien en te slapen (vannacht vertrekken ze om 04.00 uur naar de start in Sälen), maar ook om hun ski’s te verzorgen. Langlaufers hebben waxski’s: de onderkant van de latten moet voor elke langeafstandstocht opnieuw worden ingesmeerd. Gripwax in het midden, om te kunnen klimmen, en glijwax aan de voor- en achterkant. Nicole ontfermt zich met een schort voor over haar ski’s. Glijwax moet met een soort strijkbout – een waxijzer – worden gesmolten en in precies de goede dikte op de ski’s worden gedruppeld. De gripwax wordt met een soort Pritt-stift aangebracht. Elke temperatuur kent zijn eigen kleur gripwax: blauw is voor temperaturen tussen de -10 en -3 graden Celsius, violet voor temperaturen tussen de -3 en +1 en rood voor temperaturen daarboven. Kies je de verkeerde wax, dan gaat het langlaufen extra stroef of heb je heuvelop nauwelijks grip. Tijdens de Vasaloppet staan diverse waxposten langs de kant, maar wie niet met goede wax begint, loopt een verloren race.

Sälen, 5 maart 2017, 08.00 uur – 90 kilometer tot de finish

Op het moment dat het startschot klinkt, komen op de tv in het Zweedse hostel tienduizenden stipjes in beweging. Ergens in die massa moeten ze staan: Nicole in startvak 4, Tosca in startvak 5, Aart in startvak 9. De startplekken zijn bepaald op basis van eerder gelopen marathons.

Blauw-wit lycra hebben de Nederlanders aan, maar in de zee van felgekleurd spandex zijn ze niet te onderscheiden van de rest. Terwijl de langlaufers vooraan in beweging komen, staan de achtersten nog stil. De een doet een schietgebedje, de ander wat laatste warming-upoefeningen.

Enkele uren later zijn de langlaufers uitgewaaierd over het parcours, maar op hellingen ontstaan nog opstoppingen. De klim bij Evertsberg is berucht. Er wordt geduwd, bij een deelnemer breekt de linkerstok. Heuvelafwaarts kunnen geoefende langlaufers een snelheid van 60 kilometer per uur halen.

Het is druk langs het parcours – er klinkt livemuziek, her en der roosteren mensen worstjes boven een kampvuur, de rook waait over de loipe heen. Door de bossen rijden sneeuwscooters. Op spandoeken staat ‘Heja! Heja!’ De Zweden komen uit alle windstreken om de deelnemers aan te moedigen.

Foto Flickr

Zo’n twintig kilometer voor de finish is een lichtblauwe flits te zien, met een blonde paardenstaart. Was dat Tosca die zojuist voorbijschoot, met een camelbag op haar rug? Plassen onderweg doen de zussen nooit. Of zoals Nicole voorafgaand aan de race vertelde: „Als ik voel dat ik nodig moet, dan ski ik gewoon wat harder. Zodra ik zweet, verdwijnt mijn volle blaas.”

Dichter bij de finish zijn overal bekertjes warme bosbessensoep,blabaersoppa, te zien. Soms half leeggedronken op de grond: paarse vlekken in de sneeuw. Soms aan de lippen van vermoeide langlaufers. Hun haren nat van het zweet, hun leggings strak om de bovenbenen. 81 kilometer hebben ze eropzitten, nog 9 te gaan tot de finish in Mora.

Mora, 11.57 uur – de finish

Het is chaos in Mora. Er staat file tot ver buiten de stad, rond de finish ziet het zwart van de mensen. Blauwgele vlaggetjes, rode wangen, ‘I fäders spår för framtids segrar’ staat op de houten finishborden. ‘In het spoor van onze voorvaderen naar toekomstige overwiningen.’ De winnaar is de Noor John Kristian Dahl, in iets minder dan 4 uur. De ‘kranskulla’ – een Zweedse schone in klederdracht – hangt hem de krans om terwijl hij nog op de grond zit na te hijgen.

Na 6 uur, 40 minuten en 55 seconden komt Nicole over de streep. Tosca volgt 28 minuten en 31 seconden later. Plassen – dat heeft prioriteit. Daarna: het terugzoeken van de genummerde vuilniszak met warme kleding, die ze vanochtend bij de start hebben achtergelaten, en douchen. Tegen de tijd dat ze klaar zijn, komt Aart bijna over de streep: 9 uur, 46 minuten en 21 seconden. Ruim binnen zijn streeftijd, en op plaats 9999 in het klassement.

Nicole: „Het was zwaar, maar supergaaf. Soms ging je heuvelop haast nog sneller dan naar beneden, omdat je bij het dalen steeds werd afgeremd door mensen voor je en door tegenwind. Maar we gaan zeker nog eens meedoen.”