Commentaar

Eerste stap Brexit is gezet, maar grootste probleem is doorgeschoven

Na negen maanden onderhandelen en nachtelijk beraad aan Britse kant kondigden het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie vrijdagochtend een eerste doorbraak aan in de Brexit-besprekingen. De contouren van de scheidingsvoorwaarden tekenen zich af, waarmee de weg vrij is voor gesprekken over de toekomstige (handels)relatie tussen VK en EU.

De doorbraak is een zacht applausje waard. De Brexit blijft betreurenswaardig, maar nu het proces eenmaal is ingezet, hebben beide partijen baat bij faire onderhandelingen met een werkbaar eindresultaat. In dat gecompliceerde en cruciale proces is nu een eerste stap gezet – ook al is een belangrijk meningsverschil met woorden toegedekt en vooruit geschoven.

De EU had bedongen dat eerst de scheiding geregeld moest worden, voordat besprekingen over de toekomstige relatie geopend konden worden. De EU wilde eerst overeenstemming over financiën, burgerrechten en de relatie tussen beide Ierlanden.

Er is lang gesteggeld over geld. Het VK is als EU-lid verplichtingen aangegaan die doorlopen tot ver na de officiële uittreding in maart 2019. Oorspronkelijk ontkenden de Britten dat er überhaupt een verplichting was, uiteindelijk erkende men dat er wel degelijk een rekening te vereffenen is. Het VK zal naar verwachting tussen 40 en 60 miljard euro betalen, uitgesmeerd over jaren, hetgeen vrijwel overeenkomt met de eisen van de EU.

Zorgen waren er ook over de rechten en plichten van de 3 miljoen EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen en de ongeveer 1 miljoen Britten in de EU. Geregeld is nu dat Europese burgers een permanente verblijfsstatus in het VK kunnen aanvragen, recht houden op gezinshereniging en in aanmerking komen voor Britse sociale voorzieningen. Oorspronkelijk eiste de EU dat afspraken over de scheiding onder jurisdictie van het Europese Hof van Justitie zouden vallen. Die eis is niet ingewilligd. Wél heeft het VK zich verplicht om ook in de toekomst rekening te houden met uitspraken van de Europese rechter.

Verreweg het grootste struikelblok in de eindfase was de toekomstige grens tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland. De grens wordt straks een nieuw stuk EU-buitengrens en zou dus eigenlijk een ‘harde’ grens moeten zijn. Maar de Ieren, aan beide kanten van de grens, voelen daar niet voor. De vrede in Ierland is nog broos, soepel grensverkeer is van essentieel belang om het vredesproces te bestendigen. Maar hoe kan een grens hard en zacht tegelijk zijn?

Uit het verslag van de onderhandelaars blijkt dat de grenskwestie niet is opgelost. Het VK garandeert dat er geen harde grens komt en dat de samenwerking tussen beide Ierlanden zal worden beschermd opdat het Goede Vrijdagakkoord, waarmee in 1998 een einde kwam aan de Troubles, niet in gevaar komt. Hoe precies?

De grenskwestie wordt, heet het in paragraaf 49 van het „voortgangsverslag”, opgelost door de nieuwe verhouding tussen EU en VK of er wordt gezocht naar een speciale oplossing voor het Ierse eiland. Mochten VK en EU zonder deal uit elkaar gaan, dan blijft Noord- Ierland „in volledige overeenstemming” met de regels van de douane-unie en de interne markt – waardoor een verenigd Ierland aan de horizon zou verschijnen. Dat is voor veel Noord-Ieren en Brexiteers een uitermate onaantrekkelijke optie.

Beide partijen schoven de kwestie liever door dan de onderhandelingen nu al te laten stagneren. Het is een goede keuze om verder te gaan, in de hoop deze knoop later te ontwarren. Maar de kwestie moet uiteindelijk wel goed opgelost worden: niemand is gebaat bij onduidelijkheid over Europese grenzen.

De Ierse kwestie illustreert ook hoe gecompliceerd de hele operatie is en dat er nog heel wat doorwaakte nachten zullen volgen voordat de scheiding definitief is en het VK en EU afzonderlijk verder kunnen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.