Wees een voorbeeld, geen bullebak

Introductierituelen

Luitenant-kolonel Sander Dalenberg promoveert op de veranderde introductie voor cadetten van de officiersacademie KMA.

Cadetten van de Koninklijke Militaire Academie in de bossen bij Rijen. Foto Joyce van Belkom

Met de rug op de vloer je buurman pasta voeren voegt niet zoveel toe aan je professionele vorming als cadet. Het klinkt als een open deur, maar krijg dat er maar eens in bij de Koninklijke Militaire Academie (KMA), waar dit soort inwijdingsrituelen al decennia worden gekoesterd.

Luitenant-kolonel Sander Dalenberg (44) onderzocht vanaf 2012 de introductie bij de KMA – de coördinatietijd. Hij constateerde dat de ‘co-tijd’ door de nadruk op mentale en fysieke uitputting zijn doel voorbij schoot en heeft geprobeerd dat te veranderen. Dalenberg promoveert maandag aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op zijn bevindingen.

De promotie komt kort nadat het ministerie de ‘Commissie sociaal veilige werkomgeving Defensie’ heeft ingesteld, eind november. Aanleiding waren berichten in de Volkskrant over wantoestanden tijdens ontgroeningen op de kazerne van Schaarsbergen. Deze week berichtte NRC over een combatfotograaf die compromitterende foto’s en video-opnames maakte tijdens uitzendingen naar Afghanistan en Tsjaad.

Traditie

Vier op de tien cadetten van de KMA, de Nederlandse officiersacademie, komt tijdens de opleiding in aanraking met wangedrag, wees een rapport van Defensie in 2010 uit. Dalenberg, ook hoofd van het Expertise Centrum Leiderschap Defensie, wilde met zijn onderzoek „de sfeer binnen het corps preventief veranderen”.

Een van de bevindingen van Dalenberg is dat nieuwe cadetten tijdens de co-tijd hun enthousiasme over de opleiding verloren. Ouderejaars schreeuwden hen gedragsregels toe waar zij zichzelf niet aan hielden. Zo werd nieuwkomers strafonthouding beloofd als zij oprecht zouden antwoorden in een eerlijkheidstest. Maar ongeacht de antwoorden, volgde altijd straf.

Practice what you preach, luidt het advies van Dalenberg aan de ouderejaars. Hij liet tijdens het onderzoek de ouderejaars die de co-tijd organiseerden elkaar bevragen over het nut van opdrachten. Die bleken slechts geënt op traditie. Het leidde tussen 2013 en 2015 tot het afschaffen van verbaal geweld, de nep-inauguratie waarna de co-tijd alsnog doorging en het pasta-voeren.

Ook kwam een eind aan het buitensluiten van cadetten die geblesseerd raakten in de co-tijd. Waar ouderejaars eerder ‘achterblijvers’ extra hard aanpakten, is nu de regel dat je de hele introductie in één team blijft en zorg draagt voor elkaar. „Dit is de instelling die op missie ook van je verwacht wordt”, zegt Dalenberg. „Dat moet tijdens de co-tijd niet ineens anders zijn.”

Na de gesprekken met Dalenberg werden de opdrachten meer gericht op presteren onder druk en het snel verwerken van informatie – zoals van een officier wordt verwacht in zijn loopbaan. „Het is niet zo dat de co-tijd nu gezellig knuffelen op de hei is. Nog steeds worden je incasseringsvermogen en mentale weerbaarheid op de proef gesteld, maar het sluit nu meer aan op wat je kunt verwachten op missie in Mali, Afghanistan of Irak.”

Voorbeeldfunctie

Ouderejaars hebben nu meer een voorbeeldfunctie, in plaats van de rol van bestraffende bullebak, zegt Dalenberg. Daarmee is de co-tijd niet alleen productiever voor cadetten, maar ook voor ouderejaars die aan hun verantwoordelijkheidsgevoel en leiderschapskwaliteiten werken.

Of nu de excessen van vroegere introducties zijn uitgebannen, durft Dalenberg niet te zeggen. „Dat kun je nooit helemaal elimineren”, zegt hij. „Maar de mensen die nu de co-tijd ondergaan, zullen zelf later als begeleider veel meer doordrongen zijn van verantwoordelijkheid. En zo sijpelt dat hopelijk langzaam door.”

Wat Dalenberg betreft mag de nieuwe introductie enkele weken duren – nu is die zo’n vijf dagen – zodat de ouderejaars langer kunnen oefenen op leiderschap, onder begeleiding van een adviseur. Dat maakt de kans groter dat de methode effect heeft.

Dalenberg deelde zijn bevindingen al met onder meer de corporale studentenvereniging Vindicat. Eind november kreeg een lid een taakstraf omdat hij in 2016 op het hoofd stond van een aspirant-lid. Dalenberg riep de studenten tijdens een discussieavond op niet kritiekloos oude gebruiken te kopiëren.

„Dat pakte heel goed uit”, zegt senaatslid Jorien te Riet ook genaamd Scholten. „We hebben bij alles in het ontgroeningsdraaiboek gekeken of we het doen om een bepaald doel te bereiken. Zo niet, dan schrapten we het.” Fysiek contact werd verboden. „Het bleek dat je dat helemaal niet nodig hebt om overwicht te hebben.”