Interview

Tegendraads in Utrecht

Musea Bart Rutten (45) is sinds 1 mei de directeur van het Centraal Museum in Utrecht. Zijn missie? „We moeten spraakmakender worden.”

Bart Rutten, nieuwe directeur Centraal Museum Utrecht: ‘Wij zijn het grootste museum van de rest van Nederland Foto Merlijn Doomernik

Als student fietste Bart Rutten in een Nijntje-T-shirt door Utrecht en bezocht hij regelmatig het Centraal Museum. Maar toen hij in Amsterdam ging wonen, kwam hij nog slechts sporadisch in het Utrechtse stadsmuseum. Lachend zegt Rutten: „Dat moet dus veranderen. Mensen als ik moeten hier vaker komen.”

Sinds 1 mei van dit jaar is Bart Rutten artistiek directeur van het Centraal Museum, en dus ook van het aan Dick Bruna gewijde Nijntje Museum en van het Rietveld Schöderhuis. Een hartstikke leuke baan, zegt hij: „Als directeur mag ik me overal mee bemoeien.”

Rutten stapte over van het Stedelijk Museum Amsterdam. Als Hoofd Collecties was hij daar onder meer verantwoordelijk voor het behoud en beheer van de collectie. Eerder werkte hij als tentoonstellingsmaker bij het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch.

Zijn eerste maanden in Utrecht heeft Rutten vooral rondgekeken en gesprekken gevoerd. Hij heeft gedwaald door het depot, om de collectie te leren kennen. En hij heeft zijn eerste tentoonstelling samengesteld: Bye Bye De Stijl, te zien vanaf 16 december. Op verzoek van Rutten geeft een aantal kunstenaars antwoord op de vraag wat Mondriaan en Rietveld voor hen betekenen. Dat doen ze onder meer met telefoonfilmpjes. Rutten, opnieuw met een lach: „Ik wilde een tegendraads einde van het De Stijl-jaar.”

Na zes maanden zit zijn ‘landingstijd’ erop, hij is ingewerkt. In zijn werkkamer in het Centraal Museum, met aan de muur een schilderijtje van zijn zesjarige dochtertje, vertelt Rutten over zijn plannen.

Was het erg wennen na acht jaar Stedelijk?

„Wat opvalt, is hoe verschrikkelijk goed deze organisatie is geordend. Daar heeft Marco Grob, de zakelijk directeur, enorm in geïnvesteerd. Ja, op veel vlakken loopt het hier gesmeerder dan in het Stedelijk. De lijnen zijn hier korter, dat scheelt.

„Bij het Stedelijk zit achter alles het geweldige moeten om internationaal de maat mee te slaan. Dat legt vanzelfsprekend druk op alles wat je doet. Het Centraal Museum wil eerst weer sterker in Nederland voor de dag komen.”

Hij hoopt een visie-rijke directeur te zijn, die een betekenisvol antwoord geeft op de vraag wat een museum in deze tijd kan zijn. En een directeur die geliefd is bij zijn medewerkers. „Ik geloof enorm in teamwerk.” Hij zegt geleerd te hebben van alle directeuren met wie hij samenwerkte. In het Stedelijk had hij te maken met Gijs van Tuyl, Ann Goldstein en Beatrix Ruf. De eerste was een geweldige organisator, zegt Rutten. Goldstein leerde hem kunstenaars met alle egards te behandelen. En Ruf bewonderde hij om haar energie, „het tomeloos knallen voor het museum”.

Wat is de kracht van het Centraal Museum?

„In het beleidsplan dat mijn voorganger Edwin Jacobs schreef, staat een zin die ik graag naar voren haal: ‘Utrecht is onze basis, en de wereld is ons speelveld.’ Dat betekent niet dat we hele wereld naar Utrecht hoeven te halen, maar wel dat we met de rest van de wereld een actieve relatie onderhouden, net zoals de stad Utrecht dat doet. Als stadsmuseum moeten wij ons bijvoorbeeld verhouden tot immigranten, vluchtelingen enzovoorts.

„Als geen ander Nederlands museum is het Centraal Museum in staat om lokaal te verbinden met nationaal en met internationaal. Utrecht is de vierde stad van het land en wij zijn het grootste museum van de rest van Nederland.”

Het Centraal Museum is Nijntje, Rietveld, mode, Utrechtse historie, beeldende kunst. Bent u van plan een van de deelcollecties voorop te stellen?

„Nee, we moeten onze eclectische kant juist omarmen. Wel lijkt het me spannend om de collecties vaker te verbinden. Bijvoorbeeld de collecties stadsgeschiedenis en hedendaagse kunst. We gaan kunstenaars vragen om de bijzonderheid van Utrecht vast te leggen. Neem Het Zandpad. Als enige Nederlandse stad had Utrecht prostitutieboten. Op de laatste dag dat Het Zandpad open was, heeft fotograaf en kunstenaar Johannes Schwartz op ons verzoek de interieurs en exterieurs van die boten vastgelegd. En Zachary Formwalt gaat een film maken over Hoog Catharijne, het winkelcentrum.”

Op de site van het museum zegt u dat het Centraal Museum spraakmakender moet worden. Ook wilt u het museum dichter bij de Utrechters brengen. Hoe?

„Door scherpe en maatschappelijk relevante onderwerpen op de agenda te zetten. Het Centraal Museum moet meer zijn dan een gezellig dagje uit. Daarom besteden we bij de huidige Pyke Koch-tentoonstelling ook zoveel aandacht aan zijn belangstelling voor het fascisme. Het gaat erom dat zo’n onderwerp aanzet tot denken over de huidige tijd.

„In 2019 maken we een tentoonstelling over twee Utrechtse fenomenen: Hoog Catharijne en Kanaleneiland. Dat zijn twee twintigste-eeuwse pars pro toto’s voor Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne staat voor de invasie van het kapitalisme, hoe de stadsplanning op een radicale manier gestalte kreeg. Kanaleneiland staat voor het verlichtingsdenken. Als je folders van die wijk uit de jaren vijftig bekijkt zie je dat het werd gepresenteerd als het paradijs op aarde. Dat ging heel ver: tot door de architect vormgegeven toiletrolhoudertjes. En nu is het een Vogelaarwijk, waar vooral immigranten wonen. Zou het niet mooi zijn als we straks de koffer kunnen tonen van de eerste immigrant in Kanaleneiland?

„Iets anders is dat we onder de noemer deCentraal gaan samenwerken met partners binnen de stad. Bijvoorbeeld met Le Guess Who, een fenomenaal muziekfestival, of met het Nederlands Filmfestival. Ik wil kunst op die festivals tonen. En ook: die festivals het museum binnenhalen. Nee, dat moet je niet afbakenen met allerlei afspraken. De artistieke autonomie in de waagschaal stellen, spannend.”

Het Centraal Museum trok afgelopen jaar 290.000 bezoekers bezoekers, een record. Blijft dat onder u zo hoog?

Het is mijn intentie om altijd boven de grens van 250.000 bezoekers te komen. Dit jaar verbreken we weer het record, we zaten in november al op 270.000. Het Nijntje Museum neemt daarvan de helft voor zijn rekening, een redelijk constant gegeven. Tegelijkertijd wil ik in de programmering soms ook meer risico’s nemen. Af en toe een statement maken is goed voor de naam van het museum.”

Uw voorganger, Edwin Jacobs, verhuisde naar Utrecht omdat hij voeling met de stad wilde hebben. Ben u dat ook van plan?

„Ik woon op zeventien treinminuten, waar hebben we het over? Het is natuurlijk wel vaak aan me gevraagd. Maar mijn vrouw werkt ook, en onze kinderen zitten op school in Amsterdam. In het begin zei ik: ‘Ik woon in een voorstad van Utrecht, namelijk in Amsterdam-Oost.’ Als ik deze job goed doe, dan word ik vanzelf een herkenbaar gezicht in Utrecht.”

Droom eens hardop. Welke tentoonstellingen wilt u beslist maken?

„Eerst, voor eind 2018, de grote caravaggisten-tentoonstelling. En over een jaar of negen de definitieve, canon-makende Dick Bruna-tentoonstelling. En verder hoop ik dat velen het eens zullen worden met wat Wim Pijbes laatst tegen me zei. Namelijk dat het Centraal Museum een stadsmuseum van wereldklasse is.”