Recensie

Parijs schilderen in Londen

Impressionisme Veel Franse schilders vluchtten in 1870 naar Londen. Wat ze daar maakten, is daar nu weer te zien.

James Tissot: The ball on shipboard, ca 1874

De zes Monets hebben een eigen zaal in museum Tate Britain in Londen. Zes keer de contouren van de Londense regeringsgebouwen. Zes keer een impressie van de beruchte London fog, de dikke, ziekmakende mist die het gevolg was van de bruinkolenstook. Deze zes doeken van Monet zijn het klapstuk van de tentoonstelling Impressionists in London, gebruikleend uit musea in Brooklyn, Parijs, Chicago, Le Havre, Krefeld en New York. De zes overweldigen elkaar. Ze verdringen elkaar in kracht, effect en meesterschap. Ze zijn geweldig. Ze lokken naar Londen, want ze zullen niet snel opnieuw samen te zien zijn.

Claude Monet streek in 1870 in Londen neer, maar niet omdat hij zo graag wilde komen schilderen in wat toen de grootste stad ter wereld was. En Pissarro ook niet, en Sisley niet, noch Daubigny en die andere Franse schilders wier werk op deze meeslepende expositie te zien is. Ze waren French Artists in Exile 1870-1904, zoals de ondertitel van de expositie luidt.

Een fiks aantal Franse schilders arriveerde in ballingschap, op de vlucht voor de gevolgen van de Frans-Pruisische oorlog. Pruisen had Frankrijk onder de voet gelopen, Versailles gaf zich gewonnen. Maar de wapenstilstand van 28 januari 1871 werd niet geaccepteerd door Parijse revolutionairen. Die riepen de republiek uit, en deze Commune van Parijs werd neergeslagen met grof geweld, massa-executies en brandschatting. Nu lag Parijs toch al in puin. De communards hadden ten behoeve van een ongehinderde vuurlijn allerlei gebouwen neergehaald, inclusief monumenten als het Hôtel de Ville, het Louvre en het paleis in de Tuilerieën.

Tate Britain toont als opmaat dramatische schilderijen die het Parijs laten zien dat de schilders ontvluchtten. Van Meissonier en Isidore Pils zijn er wanhopig exacte weergaven van de puinhopen in de Tuilerieën. Van Corot is er het surrealistische werk De droom: Parijs brandt uit 1870, met de stad als een stinkende soep, kolkend van geweld. Van James Tissot, die had gevochten in Parijs aan de kant van de Commune, zijn er journalistieke aquarellen zoals De executie van communards uit mei 1871: een stel verwrongen lichamen ligt op het smerige gras van het Bois de Boulogne. Eentje zweeft in de lucht – de lijken werden van een muur gegooid.

Vracht fantastische schilderijen

De schilders waren welkom in Londen, maar ze hadden niets. Monet gaf Franse les om het hoofd boven water te houden. James Tissot had betere contacten, hij verdiende met cartoons voor Vanity Fair. En ze schilderden, allemaal. Natuurlijk schilderden ze.

Wat doet ballingschap met een kunstenaar? De catalogus bij Impressionists in London zoomt in op de vraag hoe het gedwongen verblijf in Londen de ontwikkeling beïnvloedde van deze schilders. Maar in de vracht fantastische schilderijen die de Tate bijeenbracht, is ook te zien hoe de kunstenaars het Parijse oorlogsgeweld probeerden te verwerken.

Heimwee

Pissarro’s impressies van Kew Gardens, Crystal Palace en Dulwich zijn lieftallig nostalgisch, het lijkt of hij zijn heimwee naar het Noord-Franse platteland schildert. Vergelijk ze met het werk van de Amerikaanse impressionist James Whistler dat hier ook hangt. Hij verliet Parijs, maar het was zijn stad niet. Hij was in Londen omdat hij er graag wilde zijn, zie zijn intieme nocturnes met de Theems bij nacht, waarin hij blauw met blauw vergeldt en nacht met nacht. Sisley schildert de Theems ook, maar vol heimwee, met de lichtvlekjes van de Seine. Claude Monets portret van zijn ontheemde echtgenote is een geschilderd treurdicht. Maar in het grote schilderij waarmee hij Hyde Park in zich opneemt, zien we hem opengaan voor zijn nieuwe werkelijkheid. Met gedempte kleuren, veroorzaakt door nevel, klimaat en breedtegraad. Met oog voor de bewegingen van de wandelaars in een park waar de paden, anders dan in Frankrijk, nooit recht zijn en het gras zomaar betreden mag worden door de wandelende stellen – in Parijs strikt verboden.

De meeste Franse schilders keerden successievelijk terug naar Parijs. Een van hen verengelste. Jacques-Joseph Tissot noemde zich al snel James Tissot en omarmde Londen. Anders dan in Parijs is hij niet journalistiek meer, maar literair. Zijn Londense doeken lijken een soort novelles. Hoe langer je kijkt hoe meer je ziet gebeuren. Hoogtepunten vind ik zijn doeken Too Early (1873) en Hush! (1874). Ze zijn stiekem een tweeluik. De vrouw in de roze japon die in Too Early door de hautaine ceremoniemeester en achter de deur gieberende dienstmeiden belachelijk wordt gemaakt omdat ze te vroeg op het bal arriveert, is te laat in Hush!: iedereen zit al en kijkt hoe zij nu pas gaat zitten.

Monet ging terug naar Frankrijk maar kwam herhaaldelijk terug naar Londen. Hjj schilderde in totaal 37 keer een ‘View of the Thames’. In de zes die Tate Britain samen laat zien, lijkt de smerige mist op vette rook, oogt de Theems als een blikkerende Styx en is de zon een gloeiende priem – het zijn kwaaie doeken, ze verwijzen naar het brandende Parijs.

Impressionists in London – French Artists in Exile 1870-1904. Tate Britain, Londen. T/m 7/5/18. Inl: http://www.tate.org.uk

●●●●●