Over alle wegen naar Fatima

Wandelen

en wandelen door verbrand Portugal. Deel 2: het Groningen van Spanje.
Foto Anita janssen

We zijn verschrikkelijk verdwaald. Dat komt, er loopt een religieuze fanaat over de wandelpaden. Als hij langsloopt waaien er bidprentjes van de heilige maagd Maria uit zijn zakken en kleurenfoto’s van de paus. Deze man heeft besloten dat alle wandelpaden in Portugal naar Fatima moeten leiden, het bedevaartsoord waar Maria ooit aan een paar schoolkinderen is verschenen. Daarom heeft hij, die Fatima-fundamentalist, eigenhandig alle bewegwijzering op hysterische wijze veranderd, zodat niemand er meer een hout van snapt en ongevraagd honderden kilometers omloopt alvorens in toeristenfuik Fatima te belanden.

Een lichtgevende hel van souvenirwinkels. Ik bedoel maar, blijf op het juiste pad! Want het begon ook nog te regenen en ik voelde mij in mijn scharlakenrode poncho net de hoer van Babylon.

Met de bus zijn we teruggegaan naar de verbrande bossen. Ach ik klets, het valt bij Tomar nog erg mee, die kurkeiken hebben hier en daar gefikt en natuurlijk ook die gortdroge eucalyptusbomen. En ook staat er zo nu en dan een gesmolten windmolen in het land.

De natuur is hier prachtig. We lopen meestal over zandpaden door de bossen, berg op en berg af en plukken mandarijnen uit de bomen. De olijven worden uit de bomen geschud en geperst.

Ook fijn: die stappenteller van Annie. Zo hebben we vandaag negentien kilometer gelopen en 42 verdiepingen! Nu jij weer! Verder heb ik nog een tip voor mensen die aan Ik vertrek mee willen doen. Ga toch naar Portugal, het Groningen van Spanje. Hier kun je voor een habbekrats een half leeg dorp kopen en je een slag in de rondte bed-and-breakfasten! En begrijp mij niet verkeerd, Portugezen zijn geen stugge Groningers, ze zijn net als het landschap zachtaardig lief en goedlachs. Dus u kunt er nog een potje breken.

En dan het weer; behalve dat ponchomoment bij Fatima hebben we elke dag een strakblauwe hemel. In de nacht koelt het sterk af en in de ochtend licht er een waas van ijs over de velden. Pas als de zon gaat schijnen, stijgen wolken damp uit de aarde op en kun je je heel snel niet meer voorstellen dat er ooit iets van vrieskou in het struweel heeft gehangen. Ik heb wel medelijden met al die kettinghonden, die de nacht eenzaam in een verroeste olieton moeten doorbrengen. En dan zijn de schorgeblafte dagen ook nog eens geen pretje.