Commentaar

Kabinet wil referendum op benepen wijze schrappen

Het referendum is voor vaderlandse politici zo langzamerhand te vergelijken met een telkens terugkerende plakvlieg. Men raakt er maar niet vanaf. Verjagen helpt slechts tijdelijk. Het volk is door begeerte aangeraakt.

Vandaar dat het nieuwe kabinet wil kiezen voor zwaardere en onorthodoxe middelen om voor eens en voor al af te komen van het referendum. Met als shakespeariaans gegeven dat een minister van D66-huize dit door haar partij zo gekoesterde instrument om kiezers meer bij het bestuur te betrekken, zelf ten grave mag dragen.

Dat de coalitie af wil van het raadplegend referendum stond in het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Nieuw is dat het kabinet wil voorkomen dat de wet die deze intrekking moet regelen zélf onderwerp van een referendum kan worden. Daarvoor is nu – net als voor de intrekkingswet zelf – de Raad van State om een spoedadvies gevraagd. Geen referendum dus over het referendum als het aan het kabinet ligt. Omdat het in de woorden van minister-president Mark Rutte (VVD) „logisch is” dat wanneer je een referendumwet intrekt, je die wet niet referendabel maakt. „ Dat vind ik een inherente logica hebben”, zei Rutte vorige week vrijdag op zijn wekelijkse persconferentie.

Eerder gaat het hier om de politiek-opportunistische logica van de premier zelf. In de in 2015 ingevoerde Wet raadgevend referendum staat onder artikel 5 een reeks wetten opgesomd waarover geen referendum kan worden gehouden. Het betreft bijvoorbeeld wetten die betrekking hebben op het koningschap of het koninklijk huis. Niet genoemd staan wetten die betrekking hebben op het referendum. Zo logisch is het voornemen van het kabinet dan ook niet.

Inderdaad, het oogt wat vreemd, een referendum over het referendum. Maar er is wel meer vreemds aan het referendum dat als gevolg van een initiatiefwet met een zeer lange en turbulente historie twee jaar geleden in het Staatsblad kwam. Zo is het een ingewikkelde figuur dat een niet bindend referendum – het is immers raadgevend – wel een opkomstdrempel (30 procent) kent om de uitslag geldig te laten zijn. Over logica gesproken. Ook vreemd is dat in de reeks uitzonderingen geen wetten over internationale verdragen zijn opgenomen. Daarmee zouden Oekraïne-achtige taferelen vermeden zijn waarbij kiezers van het in het grote EU-verband kleine Nederland zich konden uitspreken over een verdrag dat door 28 EU-landen was afgesloten.

Het had meer voor de hand gelegen als het kabinet zijn energie had gestoken in aanpassing van de bestaande Wet raadgevend referendum. Direct na het Oekraïne-referendum bestond hiervoor bij diverse partijen in de Tweede Kamer ook bereidheid. Door het referendum middels een spoedprocedure en niet-referendabele wet af te willen schaffen kiest het kabinet voor de nucleaire optie.

In de Eerste Kamer kwalificeerde voorzitter Thom de Graaf van de D66-fractie deze handelwijze van het kabinet als „bruusk”. Benepen zou een betere aanduiding zijn geweest. Met een contra-productief effect. Want de plakvlieg van het referendum? Die blijft als gevolg hiervan voorlopig rondcirkelen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.