Recensie

Is piccolo het juiste instrument voor hartekreet over klimaat?

Klassiek De piccolo is geen alledaags solo-instrument. Vincent Cortvrint debuteerde bij zijn eigen Concertgebouworkest als solist in een nieuw werk over een veranderende wereld.

Op Vincent Cortvrints initiatief gaf het orkest een compositieopdracht voor een piccoloconcert. Foto Mladen Pikulic

Vincent Cortvrint speelt al sinds 1996 in het Koninklijk Concertgebouworkest en debuteerde er pas deze week als solist. Voor zijn instrument, de piccolo, bestaat nu eenmaal nauwelijks solorepertoire. Op Cortvrints eigen initiatief gaf het orkest een compositie-opdracht aan Erkki-Sven Tüür voor een piccoloconcert.

Tüür (1959) noemde het werk Solastalgia. Dat is een recent gemunte term voor het gevoel van heimwee dat ontstaat wanneer je omgeving drastisch verandert. Tüür kent dat gevoel, want op zijn afgelegen Estse eiland is hij dagelijks getuige van de gevolgen van klimaatverandering. Solastalgia is een hartenkreet. Maar is de piccolo daarvoor het juiste vehikel?

Lange tijd leek dat niet het geval. Cortvrint speelde uitstekend, daar lag het niet aan, en het concept van het werk was boeiend. Meer dan solo-instrument was de piccolo een voorganger of aanjager, die als een tondeldoosje overal in het orkest vuurtjes ontstak, te beginnen in de fluitsectie. Dat leidde tot prachtig iriserende klankweefsels, waarin nu en dan een collectieve klok werd geluid.

Dat de piccolo in staat is tot meer dan hoog en hard kwinkeleren bewees Cortvrint met verve, maar qua muzikale inhoud deed de solopartij tamelijk conventioneel aan. Het stuk draaide bovendien vast in dramatisch aandoende orkestrale wervelingen die doel en richting ontbeerden. Daar wreekte zich Tüürs anti-solistische benadering, omdat de piccolo weinig tegenwicht kon bieden toen het vuur eenmaal laaide.

Totdat na een uitbundige climax alles stilviel en de piccolo terugkeerde naar de sfeer van de opening. Een serene cadens bleek de aanzet tot een geweldige, traag aanzwellende coda, met tintelend samenspel tussen solist en gestemd slagwerk, die het voorgaande in een ander licht plaatste. Het orkest klonk nu als een reusachtig smeltend ijspaleis en opeens, te midden van dat sublieme natuurgeweld, kreeg die dappere kleine piccolo iets ontroerends.