Foto Schore Mehrdju

Ze wilde liever dood dan seksslaaf van IS worden

Nadia Murad Op haar 21ste werd deze Irakese yezidi door IS op een slavenmarkt verkocht en iedere dag verkracht en mishandeld. ‘Het verkrachten van een slaaf was voor hen geen zonde.’

Af en toe verschijnt er een glimlach op haar gezicht. Die duurt dan een paar seconden. Bijvoorbeeld als haar gevraagd wordt of ze een therapeut heeft. „Nee, dat lijkt me niet fijn”, zegt ze. Of dat ze misschien wel eens harde muziek opzet en danst om alle verschrikkelijke dingen die ze heeft meegemaakt even te vergeten. „Ik kan het niet vergeten, ik denk er bijna iedere dag aan.”

De 24-jarige Nadia Murad zit op de bank van een hotel aan de Potsdamer Platz in Berlijn. Ze draagt een zwarte broek, zwart shirt en zwarte sneakers – in haar ogen de blik van iemand die net een ongeluk heeft gezien. Ze lijkt in shock. Die blik is iets van de laatste jaren.

Murads jeugd was namelijk erg fijn. Ze groeide op in het boerendorp Kocho, bij Sinjar, in Iraaks Koerdistan. Als een simpel en geborgen leven, beschrijft ze het. „Het enige waar je je zorgen over hoefde te maken waren dingen en mensen in je directe omgeving, en die waren zo dichtbij dat je ze kon aanraken.”

Haar leven veranderde in 2014, zij was 21, toen Kocho werd binnengevallen door Islamitische Staat (IS) die het gebied veroverde en uitriep tot kalifaat. Zes van haar broers zijn die dag geëxecuteerd. Zo nu en dan duiken er graven op met lichamen van yezidi’s en andere Irakezen. Haar moeders lichaam is nog niet geïdentificeerd, maar waarschijnlijk ligt ook haar lichaam , samen met dat van vele andere oudere vrouwen, ergens in een massagraf. De vader van Murad was voor de oorlog al overleden.

De dag dat haar broers werden geëxecuteerd, hoopte Murad ook neergeschoten te worden. Liever dood dan als sabayya, een vrouwelijke gevangene – wat in de praktijk seksslaaf betekent – met de terreurgroep mee naar Mosul en op een markt of via Facebook worden verkocht voor soms maar twintig dollar.

Ze heeft het allemaal opgeschreven in het boek Ik zal de laatste zijn. Ze bladert door de Nederlandse vertaling die ze voor het eerst ziet. „Vond je het goed?” vraagt ze.

Weer een glimlach.

Zelfs als het fictie was geweest zou het leed dat in dit boek beschreven wordt, ondraaglijk zijn. Maar haar verhaal als yezidi-meisje dat als 21-jarige scholier, gillend, inderdaad op een slavenmarkt is verkocht, en iedere dag werd verkracht en mishandeld door een rechter wiens tenen ze moest aflikken, en daarna weer is doorverkocht aan een andere IS’er en weer is verkracht en bewusteloos geslagen, totdat ze op een dag wist te vluchten, was voor 6.700 yezidi-vrouwen een realiteit.

Het heeft haar mensbeeld voor altijd veranderd. Ze woont nu al een paar jaar in Stuttgart. „Het is moeilijk om mensen te vertrouwen zoals vroeger”, zegt ze met zachte stem, alsof ze fluistert. „Ik praat pas met anderen als ik van tevoren weet wie ze zijn. Ik kan niemand zonder angst ontmoeten. Ik probeer er niet aan te denken wat mij en mijn familie is overkomen. We zijn gewone mensen, we zijn botten en vlees, we kunnen het niet aan om aan dit soort dingen te denken. Als dat toch gebeurt, probeer ik er met iemand over te praten.”

We zouden dienen als lokkertje om aspirant-strijders te werven, en ter vermaak worden doorgegeven.

Zijn mensen goed of slecht?

„Ze kunnen beiden zijn, weet ik nu. Vroeger was het niet nodig om me dit überhaupt af te vragen.”

Hoe was het om in Duitsland te komen?

„De gebouwen, de mensen, het weer – alles is anders dan ik gewend ben. Het is moeilijk om hier te leven. Ik woonde vroeger met twintig familieleden samen, we sliepen op het dak van ons huis. Als ik een dag een ander dorp bezocht, miste ik mijn eigen dorp meteen en wilde ik diezelfde avond terug. Nu woon ik alleen met een zus. Het is eenzaam.”

Hoe is het om te leven in een land waar mensen die problemen niet kennen?

„Wij komen uit een oorlogsgebied waar men elkaar niet accepteerde – er was veel radicalisme. Als ik in Duitsland iemand ontmoet dan vertel ik wat mijn gemeenschap is aangedaan. Dat is fijn, maar het was beter geweest als ze dit al hadden geweten. Ik ben blij dat mensen hier geen problemen hebben, maar ik zou willen dat ze beter hun best deden om hun deel van de wereld op dat van mij te laten lijken.”

IS heeft genocide op de yezidi’s gepleegd, omdat ze de geloofsgemeenschap, die christelijke, islamitische en zoroastrische elementen aanhangt, als duivelsaanbidders beschouwt. In Irak wonen er een half miljoen.

Yezidi-meisjes zijn ongelovigen in de ogen van IS. „Op grond van hoe de strijders de Koran interpreteerden, was het verkrachten van een slaaf geen zonde”, schrijft Murad in haar boek. „We zouden dienen als lokkertje om aspirant-strijders te werven en ter vermaak worden doorgegeven, als beloning voor loyaliteit of goed gedrag.”

Yezidi’s waren geen mensen en werden dus ook niet als mensen behandeld. Murad werd op de dag van de bezetting met andere vrouwen naar de Iraakse stad Mosul, toen nog in handen van IS, gereden. Onderweg in de bus begon het misbruik al, de meisjes werden constant in hun borsten geknepen. Als ‘smerige ongelovige’ werd Murad op de markt verkocht, ze was die hele periode misselijk – altijd aan het overgeven. De mannen die haar in bezit hadden zeiden dan: „Ik vind het leuk als je zwak bent”.

In haar boek schrijft ze over de verkrachtingen: ‘Ik lag op de plek waar hij me naartoe had gesleept, deed mijn ogen dicht en probeerde hem uit mijn hoofd te zetten en de ruimte te vergeten. Ik probeerde te vergeten wie ik was. Ik probeerde volledig te vergeten hoe ik mijn ledematen moest bewegen, hoe ik moest ademhalen’. Iedere seconde in gevangenschap van IS noemt ze ‘een traag, pijnlijk sterfbed, zowel lichamelijk als geestelijk’.

Ze moest onder dwang bidden, zich mooi aankleden, make-up dragen, jurkjes aan die de mannen uitkozen. Soms kwamen andere IS’ers met hun slaven, haar nichtjes, op bezoek. Dan konden ze even samen uithuilen.

Lees ook: Sacharovprijs toegekend aan twee yezidivrouwen uit Irak die IS overleefden

Op een avond probeerde ze te vluchten, haar eigenaar kwam erachter en riep alle bewakers in het huis naar boven. Ze werd door twee mensen tegelijk verkracht tot ze bewusteloos was.

Ze werd weer doorverkocht. Bij haar volgende eigenaar gingen de verkrachtingen door. Na wekenlange gevangenschap durfde ze op een dag weer te ontsnappen. Ze rende zo ver mogelijk weg en belde aan bij een gezin, met het risico dat ze bij IS’ers aanbelde. Ze had het geluk dat deze familie haar wilde helpen. De zoon van de familie deed zich voor als haar man, en samen reisden ze terug naar Koerdisch gebied. Ze was verplicht een boerka te dragen. De IS’ers bij de grensposten konden niet zien dat het Murad was die de grens overstak, het meisje wier foto bij iedere post aan de muur hing.

Murad had veel geluk met de familie die haar hielp ontsnappen. „Veel Irakezen deden niks voor de yezidi’s”, zegt ze nu. Ze vraagt zich al jaren af waarom de Iraakse regering hen niet heeft beschermd, en heeft gewaarschuwd voor de komst van IS. „Toen IS in Mosul zat woonden er twee miljoen burgers. Ze hebben de yezidi’s niet geholpen, ze kozen ervoor met IS te leven en met hun te sympathiseren.”

Ze waren bezet door IS, hoe hadden ze kunnen helpen?

„Op allerlei manieren. Ze wisten waar yezidi-vrouwen werden vastgehouden, ze hadden ons telefoons kunnen geven en ons kunnen helpen ontsnappen. Sommige slachtoffers hebben getuigenissen afgelegd, hoe ze probeerden te ontsnappen en aanbelden bij Irakezen, die hen dan terugbrachten naar hun eigenaar.”

De IS-strijders hadden 5.000 dollar uitgevaardigd voor ieder gevlucht yezidi-meisje. Volgens veel Irakezen was dit een leugen en kregen ze dat geld niet.

Lees ook het interview met Parween Alhinto. Vier maanden zat ze met andere meisjes vast bij IS. Aan de lopende band werden ze misbruikt.‘IS-strijders deden met me wat ze wilden’

Waarom denk je dat Irakezen niet hebben geholpen?

„Omdat ze het met hen eens waren. Nog voor IS kwam waren veel Irakezen al geradicaliseerd. Voor IS kwam werden onze mensen al gehaat vanwege ons geloof. Moslims, Koerden en Arabieren wilden geen yezidi-voedsel eten, de haat tegen ons is jarenlang opgebouwd. Zelfs nu IS weg is zijn er families die yezidi-kinderen hebben gekocht van IS en hebben gehouden. Niemand die naar de rechter stapt en toegeeft dat de buren yezidi-kinderen in huis hebben. Die kinderen waren vaak zo klein toen ze werden meegenomen dat ze geloven dat dit hun echte ouders zijn.”

De reden dat Murad hier vandaag zit, is omdat ze gerechtigheid wil voor haar gemeenschap. Ze reist al meer dan een jaar de wereld rond en heeft verhaal gedaan bij de Franse president Macron, bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel, bij de oud secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon en bij de paus. Ze heeft samen met oud vice-president Joe Biden van de Verenigde Staten gehuild toen hij haar in zijn armen sloot. Ze was genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede en ontving vorig jaar de Sacharovprijs van het Europees Parlement.

Vorig jaar besloot de Brits-Libanese mensenrechtenadvocaat Amal Clooney om Murads zaak, en die van andere yezidi-slachtoffers, op zich te nemen. Ze willen dat de verantwoordelijke IS’ers terechtstaan voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat zal een langdurig proces worden. „Ik begreep dat er eerst een team moet worden samengesteld dat zich hiermee gaat bezighouden”, zegt Murad.

Clooney schrijft in het voorwoord van Murads boek dat ze als mensenrechtenadvocaat de taak heeft om zwijgenden een stem te geven. ‘Maar Nadia weigerde te zwijgen’, schrijft ze. ‘Ze heeft alle etiketten die het leven haar heeft opgeplakt van zich afgeschud: wees, verkrachtingsslachtoffer, slaaf, vluchteling. Ze heeft eigenhandig nieuwe etiketten opgeplakt: overlever, yezidi-leider, strijder voor vrouwenrechten.’

Als Murad wordt gevraagd waar ze zichzelf over tien jaar ziet, verschijnt er weer even een lach op haar gezicht. „Ik weet niet waar ik mezelf morgen zie.”

    • Maral Noshad Sharifi